ECLI:NL:RBAMS:2026:6570

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
13/316193-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m lid 2 SrArt. 6:6:14 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot beëindiging ISD-maatregel wegens risico op recidive

De rechtbank Amsterdam heeft op 2 juli 2026 het verzoek van de raadsvrouw van veroordeelde tot beëindiging van de ISD-maatregel afgewezen. De ISD-maatregel was op 10 juli 2025 door het gerechtshof opgelegd voor twee jaar. De rechtbank heeft het verloop van de maatregel, de adviezen van casemanagers en deskundigen, en de standpunten van partijen zorgvuldig gewogen.

Uit het voortgangsverslag blijkt dat veroordeelde goed meewerkt en diverse behandelingen en trainingen succesvol heeft afgerond. Hij werkt sinds maart 2026 bij een lunchroom en er is een plan voor begeleid wonen en verdere begeleiding. Desondanks is er volgens de casemanagers en betrokken instanties onvoldoende sprake van duurzame stabiliteit en resocialisatie, waardoor voortzetting van de maatregel noodzakelijk blijft.

De raadsvrouw voerde aan dat de maatregel niet langer nodig is, mede vanwege de medische situatie van veroordeelde en zijn zorgverantwoordelijkheid voor zijn zoon. Ook stelde zij dat wonen bij zijn vriendin een stabiele woonplek biedt. De officier van justitie en de rechtbank oordelen echter dat het loslaten van het ISD-kader nu te vroeg is en dat het belang van maatschappelijke beveiliging zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van veroordeelde.

De rechtbank concludeert dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is ter voorkoming van recidive en wijst het verzoek tot beëindiging af. Tevens gaat de rechtbank ervan uit dat de medische zorg binnen het kader van de maatregel adequaat wordt geboden.

Uitkomst: Verzoek tot beëindiging ISD-maatregel wordt afgewezen en maatregel wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/316193-24 (verzoek beëindiging ISD-maatregel)
BESLISSING
Het gerechtshof in Amsterdam heeft op 10 juli 2025 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:

[veroordeelde] ,

geboren in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1973,
nu verblijvende in [detentieadres] ,
hierna: veroordeelde.

Procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 24 januari 2025 en het arrest van het gerechtshof in Amsterdam van 10 juli 2025, waarbij de ISD-maatregel aan veroordeelde is opgelegd;
  • het verzoek (met stukken) van 1 februari 2026 van de raadsvrouw van veroordeelde,
mr. D. Simo, om de ISD-maatregel te beëindigen, aangevuld met stukken bij e-mail van
18 juni 2026;
  • een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende veroordeelde van 7 mei 2026;
  • een verslag van 12 juni 2026 van (de casemanager van) [detentieadres] betreffende het verloop van de ISD-maatregel.
De rechtbank heeft op 18 juni 2026 de officier van justitie mr. J.J. Smilde, veroordeelde, zijn raadsvrouw, alsmede de deskundigen [persoon 1] en [persoon 2] (casemanagers ISD) op de openbare terechtzitting gehoord.

Verloop van het ISD-traject en advies

In het hiervoor genoemde verslag van 12 juni 2026 is onder meer het volgende vermeld.
  • De ISD-maatregel van veroordeelde is op 24 juli 2025 ingegaan.
  • Op 14 augustus 2025 heeft veroordeelde een intakegesprek gehad met de casemanager.
  • Op 2 december 2025 is een besluit gemaakt over de invulling van de ISD-maatregel. Er is besloten veroordeelde een ambulant traject aan te bieden, waarbij intramurale behandeling bij [behandelcentrum] wordt voortgezet. Daarnaast zal de casemanager inzetten op begeleid wonen en dagbesteding. Tijdens de ISD-maatregel zal veroordeelde niet uitstromen naar zijn vriendin. Diagnostiek en IQ-onderzoek worden gestart. Na de ISD-maatregel is er geen reclasseringstoezicht voor veroordeelde. De casemanager zal proberen financiële hulp in te schakelen (curator of WSNP).
  • Veroordeelde is goed in contact met de behandeldriehoek en kan het met zijn medebewoners goed vinden. Daarnaast heeft hij grote stappen gemaakt in zijn ambulante traject. Veroordeelde heeft verschillende trainingen met succes behaald, namelijk de training Sociaal Netwerk, de Budgettraining, Runningtherapie, het Kookproject van Reakt en de aan de bak training.
  • Veroordeelde heeft zijn behandeling bij [behandelcentrum] op 3 december 2025 met succes afgerond en heeft hier een certificaat voor gekregen. Daarnaast is er door zijn behandelaar vanuit [behandelcentrum] geadviseerd om, als vervolg op de behandeling bij [behandelcentrum] , behandeling in te zetten vanuit [naam instelling] . Veroordeelde geeft bij de behandelaar van [behandelcentrum] aan dat hij graag terug zou willen keren bij zijn oude behandelaar. Het advies is namelijk begeleiding gericht op sociaal maatschappelijk gebied veroordeelde bij de hand te nemen als scherp blijven op risico's voor strafbaar gedrag.
  • Ten aanzien van werk- en inkomen heeft veroordeelde verschillende arbeid verricht gedurende zijn ISD-maatregel. Hij begon met het werken op de arbeidszaal, waarna hij heeft gewerkt als sporthulp. In verband met zijn ambulante traject is veroordeelde vanaf 23 maart 2026 aan het werken bij de lunchroom van 50/50 van het Leger des Heils. Hier werkte hij eerst op de dinsdag en donderdag, maar kon hij al snel uitbreiden naar drie dagen in de week. Sinds veroordeelde zijn uitbreiding van twee naar drie dagen is hij op de maandagen, dinsdagen en donderdagen aan het werken. Tijdens het evaluatiegesprek (met de lunchroom van 50/50) van 29 mei 2026 werd duidelijk dat zij (de werkbegeleiders) enorm tevreden zijn over veroordeelde. Verdere uitbreiding in uren/dagen is niet mogelijk, maar er is besloten dat veroordeelde op de maandagen, dinsdagen en donderdagen werkzaam blijft bij de lunchroom. Daarnaast hebben zijn werkbegeleiders in het evaluatiegesprek aangegeven dat zij veroordeelde kunnen helpen bij het zoeken naar een betaalde baan. Veroordeelde heeft aangegeven hiervoor open te staan en om die reden worden die mogelijkheden de komende tijd (samen met betrokkene) onderzocht.
  • De woonmogelijkheden bij [naam instelling] zijn door de casemanager onderzocht, maar helaas is het niet mogelijk voor veroordeelde om daar tijdens zijn ISD-maatregel te wonen. Kijkend naar het wonen voor veroordeelde tijdens en na zijn ISD-maatregel vindt er op 25 juni 2026 om 9:30 uur een intakegesprek plaats met lndaad. Er komen twee medewerkers van lndaad naar de ISD-afdeling van het [detentieadres] om het gesprek met veroordeelde en zijn casemanager te voeren over de mogelijkheden voor het wonen bij hun locaties. Wanneer het intakegesprek als positief wordt gezien, kan veroordeelde worden aangenomen voor de wachtlijst aldaar. Wanneer dit geen positieve uitkomst biedt, wordt er gekeken naar een andere passende woonvorm. Ondanks het gegeven dat veroordeelde wenst te wonen bij zijn vriendin en zijn vriendin dit ook als optie ziet vinden zowel de GGD, nazorg gemeente [gemeente] en de medewerkers van het [detentieadres] dit niet wenselijk tijdens en na zijn ISD-maatregel. Zij geven aan dat dit wordt gezien als risicovol.
  • Veroordeelde heeft een betalingsregeling lopen voor zijn openstaande bedragen bij het CJIB. Kijkend naar zijn financiële situatie wanneer veroordeelde weer buiten is, dienen de opties zoals een curator of een WSNP-traject door zijn casemanager te worden onderzocht.
  • Op 10 juni 2026 heeft veroordeelde zijn eerste sociale verlof naar zijn moeder genoten en dit is goed verlopen. Het aantal uren sociaal verlof per week wordt langzamerhand (volgens een verlofplan, welke gemaakt wordt door betrokken en zijn mentor) uitgebreid. Dit wort gedaan om te wennen aan de vrijheden.
In het verslag is de volgende conclusie over de voorzetting van de ISD-maatregel opgenomen:
Gelet op het verloop van het traject van veroordeelde, evenals de voortdurende zorgen op meerdere leefgebieden, wordt voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk geacht. Ondanks ingezette hulpverlening, diagnostiek, woonaanmeldingen en begeleiding is er nog onvoldoende sprake van stabiliteit en duurzame resocialisatie.
Het stopzetten van de ISD-maatregel zou leiden tot een verhoogd risico op recidive, onstabiele huisvesting, onvoldoende begeleiding en mogelijk ernstige maatschappelijke en persoonlijke gevolgen.
Voortzetting van de ISD-maatregel is van belang voor het bieden van structuur, (eventueel) voortzetten van behandeling bij [naam instelling] als vervolg op de gevolgde behandeling bij [behandelcentrum] en het realiseren van een stabiele woonvorm. Daarnaast biedt het kader de mogelijkheid om veroordeelde stapsgewijs toe te leiden naar passende begeleiding en huisvesting, binnen zijn regio van herkomst dan wel een andere passende regio. Bij beëindiging van de maatregel bestaat het risico dat veroordeelde opnieuw zorg zal mijden en terugvalt in strafbaar gedrag.
De ISD wil inzetten op begeleid wonen en het vasthouden van betrokkene zijn dagbesteding bij de lunchroom van 50/50 (mogelijkheden betreft betaald werken worden samen met de werkbegeleiders van de lunchroom van 50/50 uitgezocht), waarbij veroordeelde gedurende de laatste 1 à 2 maanden nog binnen een justitieel kader kan verblijven, zodat toezicht en begeleiding aanwezig blijven om het traject zorgvuldig te laten verlopen.
De deskundigen hebben dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd.

Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft betoogd dat voortzetting van de ISD-maatregel niet gerechtvaardigd is, omdat die maatregel niet langer nodig is ter beveiliging van de maatschappij en beëindiging van recidive door veroordeelde. Daartoe heeft zij gewezen op – kort samengevat – het positieve verloop van de ISD-maatregel en behaalde behandeldoelen. Het binnen het kader van de ISD-maatregel beoogde begeleid wonen bij Indaad vindt de raadsvrouw niet reëel gelet op de wachttijden van twee tot drie jaar. Daarbij heeft zij opgemerkt dat veroordeelde bij zijn vriendin kan verblijven en daar een stabiele woonplek heeft. De raadsvrouw heeft verder de medische problematiek van veroordeelde (prostaatkanker), de zorgverantwoordelijkheid over zijn zoon (15 jaar) en de bereidheid bij veroordeelde zich ambulant te laten begeleiden door [naam instelling] naar voren gebracht als omstandigheden die pleiten voor beëindiging van de ISD-maatregel..
Concluderend heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht:
  • primair:de ISD-maatregel per direct dan wel op een door de rechtbank te bepalen datum (voor einde ISD) te beëindigen dan wel voorwaardelijk te beëindigen;
  • subsidiair:te bevelen dat een actueel medisch rapport wordt opgesteld door prof. dr. [naam] (Amsterdam UMC) en de medische dienst [detentieadres] over de urgentie van verdere diagnostiek en behandeling van de prostaatkanker en een nieuw rapport over de recidivekans en de zaak op de kortst mogelijke termijn (binnen 4 maanden) opnieuw op zitting te plannen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich, onder verwijzing naar het advies van de casemanager, op het standpunt gesteld dat de ISD-maatregel moet worden voortgezet. Daarbij heeft hij erop gewezen dat het uitgangspunt is dat de maatregel twee jaar duurt. Verder gaat de officier van justitie er vanuit dat de medische problemen van verdachte binnen het kader van de ISD-maatregel de vereiste aandacht zullen krijgen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 Sr is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte. De rechter toetst daarbij of beëindiging van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, (drugs)overlast en verloedering van het publieke domein, en of er sprake is van een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt, waardoor voortzetting van de ISD-maatregel niet zinvol meer is.
Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde op de openbare terechtzitting stelt de rechtbank vast dat de ISD-maatregel nog steeds noodzakelijk is ter voorkoming van recidive en dus ter beveiliging van de maatschappij. Uit het voortgangsverslag blijkt dat veroordeelde goed meewerkt aan de maatregel en op de goede weg is. Het loslaten van het ISD-kader waardoor veroordeelde bij zijn vriendin zou komen te wonen is voor de rechtbank echter, gelet op het advies, nu nog te vroeg. De rechtbank heeft oog voor de persoonlijke belangen van veroordeelde, maar die wegen niet op tegen het belang de maatschappij te beschermen tegen recidive. Daarbij gaat de rechtbank er - ook zonder nadere rapportage - vanuit dat voor de medische problemen van veroordeelde binnen het kader van de ISD-maatregel de benodigde zorg beschikbaar is.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het primaire en subsidiaire verzoek van de raadsvrouw afwijzen.
Daarom wordt als volgt beslist.
Gezien artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank wijst af het verzoek van de raadsvrouw en bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.
Deze beslissing is gegeven door
mr. D. Bode, voorzitter,
mrs. J. Thomas en A.L. op ‘t Hoog, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 juli 2026.