ECLI:NL:RBAMS:2026:6571

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/13/789684
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing executiegeschil en proceskostenveroordeling in ontruimingszaak tegen kraker

Eigen Haard is bezig met een renovatie- en verduurzamingsproject waarbij een woning werd gekraakt. Na een ontruimingsvonnis tegen de krakers startte een van hen, eiser, een executiegeschil tegen Eigen Haard om de tenuitvoerlegging van het vonnis te schorsen.

De voorzieningenrechter had reeds een ordemaatregel getroffen die de ontruiming tijdelijk verbood jegens de bewoners, waaronder eiser. Eiser voerde aan dat onduidelijk was of deze ordemaatregel de ontruiming volledig schorst, maar de rechter oordeelde dat de ordemaatregel duidelijk de tenuitvoerlegging schorst totdat het derdenverzet is behandeld. Hierdoor was het executiegeschil overbodig.

De rechter wees de vordering af en veroordeelde eiser in de volledige proceskosten van Eigen Haard, omdat het executiegeschil onnodig was en onnodige kosten veroorzaakte. De proceskosten werden begroot op €3.686,28 exclusief bijkomende kosten, en de veroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Vordering tot schorsing tenuitvoerlegging ontruimingsvonnis afgewezen en eiser veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/789684 / KG ZA 26-534 MdV/EB
Vonnis in kort geding van – bij vervroeging – 25 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,
tegen
WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Eigen Haard,
advocaat mr. J.P. van Oudenhoven.

1.De procedure

Op vrijdag 19 juni 2026 heeft de voorzieningenrechter op verzoek van o.a. [eiser] een ordemaatregel getroffen waarin het Eigen Haard tijdelijk is verboden om een verkregen ontruimingstitel ten uitvoer te leggen tegen de bewoners van de [adres 1] te [plaats 1] , onder wie [eiser] .
Op de zitting van maandag 22 juni 2026 is mr. Schuckink Kool verschenen namens [eiser] . Aan de zijde van Eigen Haard waren aanwezig [naam 1] en [naam 2] (wijkbeheerders) met mr. Van Oudenhoven.
Mr. Schuckink Kool heeft de vraag opgeworpen of dit kort geding (een executiegeschil) nog wat toevoegt aan de ordemaatregel. Hij heeft er zekerheidshalve voor gekozen dat door te zetten. Eigen Haard bestrijdt dat dit executiegeschil nog nodig is en maakt aanspraak op vergoeding van haar volledige proceskosten.

2.De feiten

2.1.
Eigen Haard is bezig met een groot renovatie- en verduurzamingsproject van haar woningen in [locatie] . Een van die woningen, aan de [adres 2] , is gekraakt tijdens die werkzaamheden. Eigen Haard is een ontruimingsprocedure tegen de krakers gestart. De krakers hebben verstek laten gaan. Bij vonnis van 21 mei 2026 heeft de voorzieningenrechter de ontruimingsvordering toegewezen. In het vonnis is daarnaast de volgende beslissing genomen, uitvoerbaar bij voorraad:
“3.2. bepaalt dat dit vonnis ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich
ten tijde van de tenuitvoerlegging zonder recht of titel bevindt in de onroerende zaken van
eiseres in [locatie] te [plaats 2] ”
Deze beslissing is als volgt gemotiveerd:
“2.1. (…) Ook de vordering om te bepalen dat dit vonnis ten uitvoer kan worden gelegd tegen onrechtmatige gebruikers van andere woningen van eiseres in [locatie] te [plaats 2] zal worden toegewezen. Eiseres is daar bezig met een groot verduurzamingsproject en zij ondervindt veel hinder bij het uitvoeren en afronden van die werkzaamheden doordat de woningen telkens worden gekraakt wanneer zij – door miscommunicatie tussen aannemers of andere redenen – hangende dat project onbedoeld iets langer leeg staan dan gewenst. Er zijn aanwijzingen dat het om dezelfde, of met elkaar samenwerkende groep(en) krakers gaat. Door de woningen te kraken tijdens het renovatieproject beletten de krakers dat er sociale woningen beschikbaar komen voor gegadigden op de wachtlijst die daarvoor in aanmerking komen. De ontruimingsprocedures kosten eiseres handenvol geld die zij beter kan besteden om haar woningbestand te verbeteren of uit te breiden.”
2.2.
[eiser] verblijft als kraker in de woning aan het adres [adres 1] te [plaats 2] . Deze woning is eigendom van Eigen Haard en staat in [locatie] .
2.3.
Bij exploot van 10 juni 2026 is het vonnis van 21 mei 2026 ten aanzien van de woning aan de [adres 2] (hierna: het Vonnis) onder meer betekend op het adres [adres 1] , waarbij de bewoners is bevolen die woning binnen drie dagen te verlaten. Daarbij is aangezegd dat als niet tijdig aan het bevel wordt voldaan, de woning gerechtelijk zal worden ontruimd op 22 juni 2026.
2.4.
[eiser] is vervolgens dit executiegeschil gestart tegen Eigen Haard. Daarnaast is hij samen met [naam 3] (die in een woning van Eigen Haard aan het adres [adres 3] te [plaats 2] verblijft en die op grond van het Vonnis ook een ontruimingsbevel heeft gekregen) een derdenverzetprocedure gestart waarin zij vragen – kort gezegd – aan het Vonnis werking jegens hen te ontzeggen. Die procedure wordt later vandaag behandeld door dezelfde voorzieningenrechter als die dit executiegeschil behandelt.
2.5.
Op vrijdag 19 juni 2026 hebben [eiser] en [naam 3] in de derdenverzetprocedure verzocht een ordemaatregel te treffen die inhoudt dat het Vonnis niet jegens hen ten uitvoer zal worden gelegd hangende het derdenverzet. In dit verzoek zijn zij aangeduid als derde-opposanten A en Z.
2.6.
Nog diezelfde dag heeft de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van het Vonnis jegens de derde-opposanten A en Z geschorst “totdat er maandag een nadere beslissing wordt gegeven”.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert, kort gezegd, Eigen Haard te verbieden het Vonnis ten uitvoer te leggen jegens de bewoners van de [adres 1] , primair voor onbepaalde tijd en subsidiair totdat op het derdenverzet is beslist, met veroordeling van Eigen Haard in de proceskosten.
3.2.
Eigen Haard voert verweer.
3.3.
Op de standpunten van partijen zal bij de beoordeling worden ingegaan, voor zover van belang.

4.De beoordeling

4.1.
De reden om dit executiegeschil door te zetten, is voor mr. Schuckink Kool geweest dat hij op grond van de bewoordingen van de ordemaatregel niet met zekerheid kon uitsluiten dat de ontruiming geschorst blijft hangende de verzetprocedure. Hij vindt wel waarschijnlijk dat het zo is bedoeld, maar het staat niet uitdrukkelijk in de beslissing. En omdat Eigen Haard niet wilde toezeggen dat zij de tenuitvoerlegging van het Vonnis zou schorsen, heeft hij ervoor gekozen om dit executiegeschil toch maar door te zetten.
4.2.
De onzekerheid van mr. Schuckink Kool over de reikwijdte van de ordemaatregel heeft geen redelijke grond. Niet alleen is de ordemaatregel op zijn verzoek getroffen in de derdenverzet-procedure, de beslissing is ook geweest dat dat de tenuitvoerlegging van het Vonnis wordt geschorst jegens “derde-opposanten A en Z”. Dat kan alleen betekenen dat het Vonnis niet vóór de inhoudelijke behandeling van het derdenverzet ten uitvoer mag worden gelegd. Het derdenverzet zal later vandaag worden behandeld. Dit executiegeschil is dan ook onnodig. Nu [eiser] geen belang heeft bij het treffen van de gevraagde voorziening naast de al getroffen ordemaatregel, zal de vordering worden afgewezen.
4.3.
Eigen Haard maakt aanspraak op vergoeding van haar volledige proceskosten. Omdat het kort geding vrijdag jl. ondanks de ordemaatregel niet werd ingetrokken, heeft haar advocaat in het weekend gewerkt om de zaak voor te bereiden. Voor die werkzaamheden heeft de advocaat 8 uur en 20 minuten geschreven, los van de zitting en een half uurtje voor het voorbereiden van de spreekaantekeningen.
4.4.
Mr. Schuckink Kool heeft desgevraagd laten weten geen opmerkingen te hebben over de door Eigen Haard genoemde bedrag en de bestede tijd.
4.5.
Door de reikwijdte van de ordemaatregel zonder goede reden in twijfel te trekken en dit kort geding door te zetten, heeft [eiser] onnodige kosten aan de zijde van Eigen Haard veroorzaakt. Hij zal worden veroordeeld om die kosten te vergoeden.
4.6.
Die kosten worden als volgt berekend. Voor de 8 uur en 20 minuten brengt mr. Van Oudenhoven aan Eigen Haard € 2.381,28 inclusief BTW in rekening. Daar moet nog bij worden opgeteld het salaris voor 30 minuten voor het voorbereiden van de pleitaantekeningen en de zittingstijd, die op een uur wordt gesteld. De proceskosten van Eigen Haard worden daarmee op basis van de aangeleverde gegevens begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
2.762,28
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.686,28

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
weigert de gevraagde voorziening,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 3.686,28, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend,
5.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026. [1]

Voetnoten

1.Coll: KH