ECLI:NL:RBAMS:2026:6590
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking uitvaartverzekering
De zaak betreft een geschil over de uitkering van €5.189,66 die gedaagde ontving als begunstigde van de uitvaartverzekering van wijlen de heer erflater, haar toenmalig partner. Eiseressen, dochters van de overledene, vorderen dit bedrag terug op grond van ongerechtvaardigde verrijking omdat zij stellen de uitvaartkosten te hebben betaald.
In een tussenvonnis werd vastgesteld dat gedaagde verrijkt is door de uitkering te ontvangen zonder de uitvaartkosten te hebben voldaan, en dat indien eiseressen de uitvaartkosten hebben betaald, zij verarmd zijn. Eiseressen hebben vervolgens hun verarming onderbouwd met facturen, bankafschriften en correspondentie met de uitvaartverzorger Monuta en een deurwaarder.
De kantonrechter oordeelt dat alleen eiseres 2 een betalingsverplichting is aangegaan en dat haar verarming voldoende is aangetoond. De omvang van de schadevergoeding wordt gemaximeerd door de verrijking van €5.189,66. Gedaagde is ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van eiseres 2 en wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De vordering van eiseres 1 wordt afgewezen omdat zij niet heeft bijgedragen aan de uitvaartkosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €5.189,66 plus rente en proceskosten aan eiseres 2 wegens ongerechtvaardigde verrijking.