Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- verhuurder te veroordelen om het gebrek, te weten de oververhitting, in het gehuurde te herstellen,
- de huurprijs te verlagen met 40% per maand, of een ander vast te stellen percentage, te rekenen vanaf 1 juli 2024 tot aan de dag dat het gebrek is verholpen,
- verhuurder te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten,
- verhuurder te veroordelen tot het vergoeden van de onderzoekskosten van een onderzoeksbureau als die onderzoek moet doen,
- verhuurder te veroordeling in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
- primair: voor recht te verklaren dat de uitspraak van de Huurcommissie van 16 januari 2025 geldt als tussen partijen overeengekomen, zodat de betalingsverplichting van huurder € 319,65 aan kale huur en in totaal € 444,03 per maand bedraagt,
- subsidiair: voor recht te verklaren dat de door verhuurder voorgestelde huurverhoging per 1 juli 2024 redelijk is, zodat de betalingsverplichting van huurder € 319,65 aan kale huur en in totaal € 444,03 per maand bedraagt,
- zowel primair als subsidiair huurder te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.De verdere beoordeling
5.De beslissing
donderdag 9 juli 2026om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,