Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift van 3 december 2025, met producties,
- het verweerschrift van 15 mei 2026, met een tegenverzoek en producties,
- de akte van 12 mei 2026 aan de zijde van [verzoeker] houdende overlegging aanvullende producties en tevens verzoek om bewijsverrichtingen ex artikel 22 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv),
- de akte van 18 mei 2026 houdende overlegging van aanvullende producties aan de zijde van [verzoeker]
2.De feiten
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
- primair: de termijn van ontruimingsbescherming ex artikel 7:230a BW te verlengen met één jaar.
- subsidiair: te bepalen dat [verweerster] niet tot ontruiming mag overgaan totdat:
4.De beoordeling
bij afwijzing van het verzoek stelt de rechter het tijdstip van ontruiming vast”. De omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot het achterwege blijven van een ontruiming (al dan niet voor een bepaald moment) kunnen worden meegewogen bij de beoordeling van het verzoek, maar dit heeft niet geleid tot toewijzing. Als het verzoek wordt afgewezen, zoals in dit geval, dan is geen ruimte voor het uitspreken van een voorwaardelijke ontruiming en moet het tijdstip van ontruiming worden vastgesteld. Hetzelfde geldt voor het verzoek om te bepalen dat geen ontruiming mag plaatsvinden zolang het Gerechtshof de kwalificatieprocedure niet heeft beantwoord.