Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
resellers. Er werden agentuurovereenkomsten gesloten met agentschappen op basis waarvan deze agentschappen toestemming werd gegeven om over een bepaalde periode FGS te verkopen (
sales allowances). De agentschappen administreerden de FGS-verkopen en onderhielden daarover contact met [medeverdachte 1] . Voor de daadwerkelijke verkoop van FGS sloten de agentschappen een
reseller-overeenkomst met de
resellers, die contact hadden met (potentiële) klanten.
resellers, namelijk [handelsnaam] en [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ). [handelsnaam] is de handelsnaam van [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ), [bedrijf 3] en [bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4] ). [medeverdachte 2] was oprichter van deze [handelsnaam] -vennootschappen. [medeverdachte 2] was tot juli 2017 bestuurder en aandeelhouder van [bedrijf 2] en [bedrijf 4] , en vanaf juli 2017 was [medeverdachte 6] enig aandeelhouder van deze vennootschappen. [medeverdachte 2] had diverse verkopers in dienst. [bedrijf 1] is de handelsnaam van [bedrijf 5] (hierna: [bedrijf 5] ), van welk bedrijf [medeverdachte 9] via zijn holding vennootschap 100% aandeelhouder was. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 9] waren de verkopers die de FGS via [bedrijf 1] verkochten. Na de overname van [medeverdachte 8/bedrijf] door [medeverdachte 2] werkte [medeverdachte 8/bedrijf] alleen nog met [handelsnaam] als
reseller.
reseller.
resellersen om aan FGS-kopers te leveren goud aan te kopen bij het in Nederland gevestigde bedrijf [bedrijf 6] .
3.Waardering van het bewijs
- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit andere hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon;
- de gedraging de rechtspersoon dienstig is geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf;
- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder dit aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.
delay letters. De illusie dat [onderneming] een betrouwbare partner was en het goud nog zou gaan leveren, werd zo in stand gehouden. FGS-kopers en andere betrokkenen, zoals [bedrijf 6] , werd voorgehouden dat sprake was van bijzondere omstandigheden, waardoor er op dat moment tijdelijk geen goud kon worden geproduceerd in de mijn. Volgens de
delay lettersen
updates, die verdachten in dit kader aan de FGS-kopers verzonden, liep de productie enkel vanwege praktische problemen achter en zou er op korte termijn alsnog gaan worden geleverd. Ook gaf [medeverdachte 2] zijn onderneming [bedrijf 2] een nieuwe naam, [bedrijf 7] , onder welke naam hij dezelfde soort werkzaamheden ten aanzien van een goudmijn genaamd [naam goudmijn] in Ghana voortzette. Ook spreken [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in 2019 in een chatbericht over een nieuwe mijn om het bewezen concept mee voort te zetten. Daaruit maakt de rechtbank op dat verdachten hun handelen binnen de criminele organisatie, met het oogmerk van het telkens plegen van oplichting, voortzetten.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
resellers, en voor de aankoop van goud bij [bedrijf 6] . Dat goud, gefinancierd met de inleg van nieuwe FGS-kopers, werd vervolgens uitgeleverd aan eerdere FGS-kopers, zodat in strijd met alles wat de FGS-kopers was voorgespiegeld de inleg van de ene FGS-koper de uitlevering van goud aan de andere FGS-koper mogelijk maakte. Verdachten waren op de hoogte van de geldstromen, die voornamelijk liepen naar de agentschappen, de
resellersen [bedrijf 6] , en nauwelijks naar het buitenland, laat staan aantoonbaar naar de mijn, en daardoor het gebrek aan investering in en productie door de mijn. Terwijl verdachten wisten dat er veel meer goud werd verkocht dan dat er na de afgesproken tien maanden zou kunnen worden geleverd, zijn zij toch overgegaan tot en doorgegaan met de FGS-verkoop. Verdachten hebben samen, door het voorhouden van onwaarheden en door misbruik te maken van het bij FGS-kopers ontstane vertrouwen, beschikking gekregen over het geld van de FGS-kopers. Zo’n 795 kilogram verkocht FGS-goud is niet uitgeleverd, waardoor een groot deel van de FGS-kopers geen goud geleverd heeft gekregen en zijn of haar geld kwijt is.
8.Beslag
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
bewezendat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
[verdachte/bedrijf], daarvoor strafbaar.
€ 395.000,-(driehonderdvijfennegentigduizend) euro.