Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelt een geschil tussen drie mede-eigenaren van een appartement, waarvan twee partijen gezamenlijk een vordering tot verdeling hebben ingediend en de derde partij een tegenvordering heeft ingesteld. De partijen zijn sinds 2005 ieder voor een derde eigenaar van het appartement, dat belast is met een hypotheek. De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een eenvoudige gemeenschap en dat het appartement verkocht moet worden.
De verzoekers vorderen onder meer dat de verkoop via een makelaar plaatsvindt, dat de opbrengst gelijkelijk wordt verdeeld en dat de verblijvende eigenaar het gebruik van het appartement aan derden verbiedt. De verwerende partij verzet zich tegen onmiddellijke verdeling en wil het appartement toegewezen krijgen met aftrek van een regresvordering. De rechtbank wijst het verzoek tot uitstel van verdeling af, omdat de belangen van de verzoekers zwaarder wegen dan die van de verwerende partij.
De rechtbank bepaalt dat het appartement verkocht wordt, dat de kosten naar rato worden gedragen en dat de netto-opbrengst gelijkelijk wordt verdeeld. Tevens wordt de verwerende partij verboden het appartement aan derden in gebruik te geven en moet hij het appartement uiterlijk drie dagen voor levering ontruimen en schoon opleveren. De vorderingen van de verwerende partij worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de verkoop van het appartement en wijst het verzoek tot uitstel van verdeling af, met gebruiksbeperkingen en dwangsommen voor de verblijvende eigenaar.