Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Beslag
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst;
medeplegen van witwassen.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstraf van 120 (honderdtwintig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 (zestig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.
benadeelde partij RVOtoe tot een bedrag van € 57.646,20 (zevenenvijftigduizendzeshonderdzesenveertig euro en twintig cent) aan vergoeding voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 17.646,20 vanaf 24 september 2020 en over € 40.000,00 vanaf 9 oktober 2020 (het moment van het ontstaan van de schade) tot aan de dag van de algehele voldoening.