Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
“
In aanvulling op mijn mail van 19 maart 2026 laat ik u namens de rechter-commissaris weten dat de officier van justitie het verhoor van de twee getuigen heeft gevorderd en dat de rechter-commissaris die vordering heeft toegewezen. De officier heeft mij desgevraagd bericht dat zich namens u geen advocaat heeft gesteld. Het staat u uiteraard vrij om alsnog een advocaat in de arm te nemen en hem / haar te vragen bij de getuigenverhoren aanwezig te zijn. Houdt u er bij de keuze van een advocaat wel rekening mee dat de verhoren al zijn gepland en dat hij dan tijd heeft. Als verdachte heeft u zelf geen toegang tot het verhoor.”
3.Het verzoek
“Verzoeker is geïnformeerd over het verhoor van de getuigen, dat hij het eerder van de getuigen had vernomen doet daar niet aan af.”Dit is onjuist omdat verzoeker noch door de rechter noch door het OM is geïnformeerd over het getuigenverhoor. Door verzoeker hierover niet te informeren heeft de rechter de rechten waarover verzoeker als verdachte beschikt op een uiterst kwalijke manier verkwanseld. Nu de rechter op dit punt de wrakingskamer heeft voorgelogen, is het vertrouwen in de rechter geschonden dat hij de zaak nog op een onpartijdige manier kan behandelen.
“Aan verdachten wordt alleen op verzoek en onder (zeer) bijzondere omstandigheden toegang verleend tot een getuigenverhoor. Van het een noch het ander is in dit geval sprake.”Verzoeker is echter niet eens in de gelegenheid gesteld een dergelijk verzoek te doen. Hij kreeg van de rechter alleen te horen dat hij als verdachte geen toegang heeft tot het verhoor. De rechter heeft zich op die wijze gedragen als een verlengstuk van het OM. Dit getuigt van een bevooroordeelde houding.
4.4. De reactie van de rechter
“
Op 1 april 2026 is in deze zaak de heer [naam] als getuige gehoord. Enige tijd later, vermoedelijk op 6 mei 2026, heeft de getuige telefonisch contact opgenomen met de griffie van het kabinet RC en heeft hij gevraagd om een afschrift van het proces-verbaal van zijn verhoor. Het is standaard beleid dat getuigen geen afschrift krijgen van hun eigen verklaring. Hierop worden geen uitzonderingen gemaakt. Het strafdossier is vertrouwelijk en getuigen hebben geen recht op inzage. De griffiemedewerker die de heer [naam] te woord stond heeft hem dan ook meegedeeld dat hij geen afschrift kon krijgen. Dat is geen rechterlijke beslissing maar een reactie op een administratief verzoek. Wij worden daar niet over geconsulteerd en dat is ook niet gebeurd in dit geval. Wel heeft de griffier mij achteraf verteld dat zij het een onaangenaam gesprek vond.
5.De beoordeling
De rechter wiens wraking is verzocht, onthoudt zich van het verder behandelen van de zaak, waaronder begrepen het nemen van beslissingen, tenzij dit geen uitstel duldt”. In dit geval was sprake van de administratieve afhandeling van een verzoek om afschrift van een proces-verbaal, hetgeen niet kwalificeert als het “
verder behandelen van de zaak”. De rechter is aldus niet doorgegaan met het behandelen van de zaak nadat tegen hem een wrakingsverzoek was ingediend. De inhoud van de e-mail van 10 juni 2026 van verzoeker, gericht aan de wrakingskamer, maakt dit oordeel niet anders.
A.R.P.J. Davids, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.