Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten en het verzoek
3.De beoordeling
3.3. Het verzoek tot wraking is dus kennelijk ongegrond en zal worden afgewezen. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker, verdachte in twee strafzaken, diende een wrakingsverzoek in tegen de politierechter die zijn zaken behandelde. Het verzoek betrof onder meer het niet toestaan van openbare getuigenverhoren en vermeende schending van zijn procesrechten.
De rechtbank onderzocht of er feiten of omstandigheden waren die de onpartijdigheid van de rechter in gevaar brachten. Volgens de wet wordt een rechter vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek feitelijk een middel tegen een rechterlijke beslissing was, wat niet als grond voor wraking kan dienen. Er waren geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid of onpartijdigheid. Daarom werd het verzoek afgewezen en de strafzaken voortgezet zoals voor het wrakingsverzoek.
De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in een openbare zitting. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter is afgewezen en de strafzaken worden voortgezet.