ECLI:NL:RBAMS:2026:6839

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
C/13/788775 / FA RK 26/4379
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofrenie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie.

Uit de stukken en de zitting bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door maatschappelijke teloorgang, zonder acuut levensgevaar of gevaar voor derden. Vrijwillige zorg bleek niet mogelijk, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. De rechtbank achtte de voorgestelde zorgmaatregelen proportioneel en effectief, waaronder toediening van medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname.

De advocaat van betrokkene voerde aan dat betrokkene wilsbekwaam is en dat de wilsbekwaamheid niet was beoordeeld in de medische verklaring, waardoor het verzoek aangehouden zou moeten worden. De rechtbank verwierp dit verweer, omdat onvoldoende gemotiveerd was waartegen betrokkene zich verzet en er geen voldoende toegelicht bezwaar was.

De rechtbank verleende daarom de zorgmachtiging voor de gevraagde duur van twaalf maanden, met de mogelijkheid tot toepassing van de genoemde zorgmaatregelen. De beschikking werd mondeling gegeven op 19 juni 2026 en schriftelijk uitgewerkt op 26 juni 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene met schizofrenie voor twaalf maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/788775 / FA RK 26/4379
kenmerk: ZM/IND/202033
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 19 juni 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,
verblijvende te [verblijfsplaats] , [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.J.C. Willemsen te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin, locatie [locatie] .

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 2 juni 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- mw. [persoon] , psychiater.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in maatschappelijke teloorgang. Op dit moment en ook in het afgelopen jaar is geen sprake geweest van levensgevaar of gevaar voor derden.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden:
  • toedienen van vocht, voeding en medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • opnemen in een accommodatie.
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De advocaat heeft namens betrokkene aangevoerd dat zij wilsbekwaam is en in staat is tot een redelijke waardering van haar belangen. Uit de medische verklaring blijkt volgens de advocaat in ieder geval niet anders. De wilsbekwaamheid is in de medische verklaring niet beoordeeld en dat moest wel omdat van acuut levensgevaar en gevaar voor derden geen sprake is. Hoewel betrokkene zich niet verzet tegen de opname, is de verplichte zorg wel een beperking in autonomie van betrokkene. Het verzoek moet daarom worden aangehouden zodat de wilsbekwaamheid getoetst kan worden.
De rechtbank gaat hier niet in mee. De onafhankelijke psychiater heeft inderdaad geen oordeel over de wilsbekwaamheid van betrokkene opgenomen in de medische verklaring en er is evenmin sprake van acuut levensgevaar of gevaar voor derden. De Hoge Raad heeft overwogen dat de rechter de wilsbekwaamheid moet beoordelen als betrokkene een beroep doet op dit artikel en betrokkene een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is gemotiveerd waartegen betrokkene zich verzet. Dat brengt mee dat betrokkene geen beroep kan doen op wilsbekwaam verzet.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] , inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 19 juni 2027.
Deze beschikking is op 19 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. M. van der Kaay, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 26 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.