ECLI:NL:RBAMS:2026:685
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening urgentieverklaring wegens onvoldoende medische onderbouwing
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij tijdelijk als urgent zou worden behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen omdat verzoeker niet voldoet aan het criterium van minimaal zes maanden behandeling bij een specialistische GGZ-instelling. Verzoeker heeft wel psychische klachten en is in behandeling bij diverse instanties, maar de intake bij Arkin moet nog plaatsvinden en behandeling is nog niet gestart.
De voorzieningenrechter benadrukt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend als er vrijwel geen twijfel bestaat dat de urgentieverklaring toegekend moet worden. Dit is niet het geval omdat verzoeker nog stukken moet aanleveren en verweerder het bezwaar nog moet heroverwegen.
Daarnaast betekent een urgentieverklaring niet direct dat verzoeker snel een woning krijgt vanwege lange wachtlijsten. De voorzieningenrechter adviseert verzoeker actief te blijven zoeken naar tijdelijke huisvesting.
Gelet op deze omstandigheden wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker wordt vrijgesteld van griffierecht vanwege onvoldoende financiële middelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor een urgentieverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende medische onderbouwing en afwezigheid van onverwijlde spoed.