ECLI:NL:RBAMS:2026:6850

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789087 / FA RK 26/4566
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1 WvggzArt. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens psychische stoornis

De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van amfetamine.

Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, maar werd deugdelijk opgeroepen en vertegenwoordigd door zijn advocaat. Uit de stukken en getuigenverklaringen bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is.

De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, en opname in een accommodatie, voor de duur van twaalf maanden. Hoewel de raadsman stelde dat betrokkene vooruitgang boekt en vrijwillig wil meewerken, oordeelde de rechtbank dat de situatie fragiel blijft en dat de machtiging nodig is om rust en tijd te creëren voor behandeling en huisvesting.

De zorgmachtiging werd daarom toegekend met de genoemde maatregelen, met een geldigheidsduur tot uiterlijk 25 juni 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgmaatregelen om ernstig nadeel door de psychische stoornis af te wenden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/789087 / FA RK 26/4566
kenmerk: ZM/IND/201088
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 25 juni 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.F. van der Brugge te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 8 juni 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026 in het gebouw van de rechtbank.
1.3.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de raadsman;
- mw. [persoon 1] , verpleegkundig specialist;
- mw. [persoon 2] , verpleegkundige.
1.4.
Bij aanvang van de zitting bleek dat betrokkene niet aanwezig was.
1.4.1.
Uit artikel 6:1, eerste lid, Wvggz volgt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene daartoe niet in staat of bereid is. De rechtbank constateert dat betrokkene deugdelijk is opgeroepen. Op 16 juni 2026 is per aangetekende post een oproep voor de zitting aan betrokkene verzonden. Op basis van de track & trace gegevens blijkt dat de brief op 22 juni 2026 om 11:05 uur is afgehaald bij een PostNL-punt.
De rechtbank constateert dat betrokkene daarnaast via zijn advocaat op de hoogte was van de zitting. De advocaat van betrokkene heeft verklaard dat hij gemachtigd is en dat betrokkene niet aanwezig is omdat hij moet werken. Betrokkene heeft aan de advocaat uitgebreid laten weten hoe hij tegenover het verzoek staat. Zodoende kan de mondelinge behandeling wat de advocaat betreft doorgang vinden.
1.4.2.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat betrokkene in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord, maar dat zij niet bereid is zich te doen horen. De rechtbank heeft daarop besloten om de mondelinge behandeling in afwezigheid van betrokkene voort te zetten.
1.5.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis, stoornis in het gebruik van amfetamine, matig ernstig, in vroege gedeeltelijke remissie.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid (
  • onderzoek aan kleding of lichaam (
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen (
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen (
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie (
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De raadsman heeft namens betrokkene aangegeven dat het goed gaat met betrokkene door het stoppen met drugsgebruik. Betrokkene is aan het werk bij een nieuwe werkgever, is proactief bezig met het aflossen van zijn schulden en wil vrijwillig meewerken aan de zorg die nodig is. Hij wil zich bezig houden met huisvesting en zijn master communicatie afronden. Betrokkene neemt zijn depot zonder protest en komt bij alle afspraken. Gedwongen zorg is dus niet noodzakelijk. De zorgmachtiging is niet proportioneel en tast de autonomie van betrokkene aan. Subsidiair is verzocht de zorgmachtiging voor een kortere periode te verlenen omdat er al ruim zes maanden geen incidenten meer zijn geweest.
De verpleegkundig specialist heeft aangegeven dat het dezelfde situatie is als de vorige keer. Betrokkene gaf aan vrijwillig te stoppen met drugs, tot juni was hij in zorg en daarna is hij direct gestopt met de medicatie. Betrokkene is sinds 2020 meerdere keren opgenomen, elke keer ging het mis als betrokkene uit zorg ging. Het gaat goed met betrokkene door de medicatie. Uit de voorgeschiedenis blijkt een duidelijk patroon dat zich herhaalt. De situatie is nog fragiel, zes maanden is te kort gelet op de vorige keer toen er ook langer nodig was. Daarnaast is de aanvraag ook altijd stressvol.
De rechtbank vindt het positief te horen dat het beter gaat met betrokkene. Het is belangrijk actief in gesprek te blijven met betrokkene omdat er momenteel geen overeenstemming is over de medicatie. De zorgmachtiging is nodig zodat er tijd en rust is om te verhuizen en het gesprek aan te gaan over de behandeling.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] , inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 25 juni 2027.
Deze beschikking is op 25 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. E. Dinjens, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 6 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.