ECLI:NL:RBAMS:2026:692
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verlenging urgentieverklaring woning
Verzoekster heeft een urgentieverklaring gekregen die op 26 december 2025 afliep. De gemeente Amsterdam verlengde deze verklaring met drie maanden tot 26 maart 2026. Verzoekster stelde bezwaar in en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van het verlengingsbesluit en aanpassing van de voorwaarden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Hoewel verzoekster en haar gezin al meer dan 2,5 jaar in hotels verblijven en de situatie belastend is, kan het verblijf in het hotel volgens de gemachtigde worden volgehouden gedurende de bezwaarprocedure.
Daarnaast is onvoldoende duidelijk gemaakt wat het procesbelang is bij het verzoek om voorlopige voorziening, mede omdat de voorwaarden van de urgentieverklaring niet zijn toegelicht. Het verzoek wordt daarom zonder zitting afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de verlenging van de urgentieverklaring wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.