ECLI:NL:RBAMS:2026:6939

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
RK 26/008704
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 529 SvArt. 552a SvArt. 552b Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na gedeeltelijk gegrond klaagschrift

In deze strafrechtelijke procedure verzocht de verdachte vergoeding van kosten rechtsbijstand na een klaagschriftprocedure tegen inbeslaggenomen goederen. Van de vier goederen werden drie teruggegeven, maar het klaagschrift ten aanzien van een telefoon werd ongegrond verklaard.

De rechtbank behandelde het verzoek op 1 juli 2026 en hoorde de gemachtigde en de officier van justitie. Verzoeker was niet aanwezig ondanks oproeping. De raadsvrouw stelde dat op grond van artikel 552a Sv en een arrest van de Hoge Raad het intrekken van een klaagschrift gelijkgesteld kan worden aan een gegrondverklaring, en dat daarom een vergoeding naar rato van 75% van de kosten passend was.

Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen vergoeding omdat het klaagschrift niet geheel gegrond was verklaard. De rechtbank oordeelde dat vergoeding van kosten rechtsbijstand niet mogelijk is bij gedeeltelijke toewijzing, overeenkomstig de regel bij gedeeltelijke vrijspraak in strafzaken.

Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.

Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt afgewezen wegens gedeeltelijke ongegrondverklaring van het klaagschrift.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer : 26/008704
parketnummer : 13/252645-25
datum : 15 juli 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsvrouw,
mr. A.G. Schol, Basisweg 32, 1043 AP Amsterdam,
hierna te noemen: verzoeker.

Feiten

In het onderzoek tegen een huisgenoot van verzoeker zijn diverse goederen in beslag genomen. Een aantal goederen behoren toe aan verzoeker. De raadsvrouw heeft ten aanzien van vier goederen van verzoeker een klaagschrift bij deze rechtbank ingediend. Die procedure, bekend onder raadkamernummer 25/026468, heeft geleid tot teruggave van drie van de goederen van verzoeker. Ten aanzien van een telefoon is het klaagschrift ongegrond verklaard.

Procedure

Het verzoekschrift is op 24 maart 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 1 juli 2026 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde raadsvrouw en de officier van justitie, mr. F. El Ghamarti, op zitting gehoord.
Verzoeker is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Verzoek

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 6.201,94 wegens:
  • de kosten van rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure met kenmerk 25/026468; door verzoeker is een factuur van Ficq & Partners Advocaten overgelegd tot een bedrag van € 7.169,25;
  • de kosten van de raadsvrouw voor het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten van dit verzoek tot een bedrag van € 825,00.
De raadsvrouw heeft het volgende aangevoerd. In het kader van artikel 552a Sv dient onder het eindigen van de zaak te worden verstaan het onherroepelijk worden van de beslissing op het ingediende klaagschrift tot de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen. Op grond van lid 2 gaat het om zaken die eindigen met een gegrondverklaring. Blijkens het arrest van de Hoge Raad van 16 juni 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1056) kan het intrekken van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv naar aanleiding van een beslissing tot teruggave gelijk worden gesteld met de situatie waarin het beklag gegrond is verklaard. Dit geldt ook in gevallen waarin het beklag formeel niet-ontvankelijk wordt verklaard, maar de goederen reeds aan de klager zijn teruggegeven na het indienen van het klaagschrift.
Onderhavige procedure heeft geleid tot de teruggave van drie van de vier gevraagde
goederen, te weten de twee laptops en de sieraden. Het beklag ten aanzien van de telefoon is ongegrond verklaard. Gelet hierop wordt de declarabele tijd naar rato berekend op 75% van de bestede tijd.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzet zich tegen het toekennen van de gevraagde vergoeding, omdat het klaagschrift niet geheel gegrond is verklaard.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.
Aan een gewezen verdachte kan een vergoeding worden toegekend voor werkelijke schade als gevolg van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Ook kan een vergoeding worden toegekend voor de kosten van een raadsman, inclusief kosten voor bijstand tijdens de verzekering en de voorlopige hechtenis, behalve als de raadsman was toegevoegd.
Een vergoeding voor deze kosten kan ook worden toegekend als de zaak eindigt met oplegging van straf of maatregel op grond van een feit, waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten.
Artikel 529 Sv Pro lid 5 verklaart een en ander van overeenkomstige toepassing op onder andere klaagschriftprocedures als bedoeld in de artikelen 552a Sv tot en met 552b Sv.
De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De kosten voor rechtsbijstand komen niet voor een vergoeding in aanmerking. Het klaagschrift is niet geheel gegrond verklaard. Voor een gedeeltelijke toewijzing van de kosten, zoals door de raadsvrouw is betoogd, bestaat geen grond, nu bij een gedeeltelijke vrijspraak in een strafzaak evenmin een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand kan worden toegekend.
De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.A. Overbosch, rechter,
in tegenwoordigheid van G. Jenuwein, griffier,
en uitgesproken op 15 juli 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager en het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen hij de griffie van deze rechtbank: voor de klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het Openbaar Ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.