ECLI:NL:RBAMS:2026:6967
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen kapvergunning voor 25 bomen in Amsterdam
Op 19 mei 2026 verleende het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning voor het kappen van 25 bomen ten behoeve van nieuwbouw aan een locatie in Amsterdam. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze vergunning en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van spoedeisend belang en of verzoekster belanghebbende was. Gezien de onomkeerbaarheid van het kappen en de toelichting van de erfpachter werd spoedeisend belang aangenomen. Ondanks dat verzoekster op ongeveer 101 meter afstand woont, werd belanghebbendheid aangenomen vanwege onduidelijkheid over het zicht op de bomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college de kapvergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen. De boomdeskundige van de gemeente had geadviseerd dat de bomen geen bijzondere waarden hadden die tegen kap pleitten en dat het verlies gecompenseerd wordt door het herplanten van 27 nieuwe bomen. Ook werd geoordeeld dat het ecologisch voorschrift in de vergunning voldoende bescherming biedt voor vogels.
Verzoeksters argumenten over schending van het vertrouwensbeginsel, onvoldoende participatie en de herplantplicht werden verworpen. De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De kapvergunning blijft daarmee ongeschort.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de kapvergunning voor 25 bomen wordt afgewezen en de vergunning blijft ongeschort.