Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Tenlastelegging
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
free free Palestina”. Hij zag toen dat mensen uit de groep waterpistolen uit een tas pakten en richting de mensen spoten. Hij zag dat deze mensen onder het rode chemische spul zaten. Zijn werkoutfit zat onder de rode verf. Ook zijn de ramen van het museum met de substantie beklad. [4]
free Palestina” riep. De verbalisant zag dat de man een witte stoffen tas bij zich had, waar meerdere waterpistolen in zaten. [5] De man bleek verdachte te zijn. [6]
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit
(het demonstratierecht)beschermd. Dit recht staat in nauw verband met het recht op vrijheid van meningsuiting, zoals vastgelegd in artikel 10 EVRM Pro, en moet ook mede in dat licht worden bezien. Het recht om te demonstreren is een fundamenteel recht binnen een democratische samenleving en moet door de overheid worden gewaarborgd. Er moet voldoende ruimte bestaan om standpunten over maatschappelijke thema’s en actuele problemen, binnen bepaalde grenzen, vrijuit te kunnen uiten – ook als dat op gebeurt op een manier die door anderen als storend wordt ervaren. Uitgangspunt in de rechtspraak van het EHRM is dat elke demonstratie een zekere mate van
‘disruption to ordinary life’met zich kan brengen. Het demonstratierecht is echter niet absoluut: het moet worden afgewogen tegen andere rechten en belangen. Dat betekent dat een beperking van het demonstratierecht enkel is toegestaan als tijdens de demonstratie door de betreffende persoon
laakbaar gedrag(een
‘reprehensible act’) werd vertoond waartegen strafrechtelijk optreden geboden was.
‘reprehensible act’(laakbaar gedrag) kan worden beschouwd. Verdachte heeft op 4 november 2023 op toegestane wijze gebruik gemaakt van uit de artikelen 10 en 11 EVRM voortvloeiende en beschermde grondrechten. Hij heeft daarbij gehandeld binnen de grenzen die aan die artikelen kunnen worden gesteld. Dit brengt mee dat hij geen subject van een sanctie had mogen zijn en het strafrechtelijk ingrijpen en het vervolgen achterwege had moeten worden gelaten. Door dit toch te doen is een ontoelaatbare inbreuk op deze grondrechten van verdachte gemaakt.
6.Beslag
7.De vorderingen van de benadeelde partijen
8.De beslissing
ontslaat verdachte van alle rechtsvervolgingter zake daarvan.
niet-ontvankelijkin hun vorderingen.