Uitspraak
1.De procedure
- de akte uitlating van verhuurder van 26 maart 2026
- de akte uitlating van huurder van 26 maart 2026
- antwoordakte van verhuurder van 23 april 2026
- antwoordakte van huurder van 23 april 2026.
2.De verdere beoordeling
Bovenop en gelijktijdig met de jaarlijkse aanpassing overeenkomst artikel 16 van Pro de algemene bepalingen, heeft de verhuurder het recht om de huurprijs jaarlijks te verhogen”. In deze zin is, anders dan het ROZ-model voorschrijft, geen percentage genoemd. Verhuurder heeft zich niet uitdrukkelijk op deze zin beroepen en heeft zich ook niet uitgelaten over de uitleg daarvan in het licht van het gehele contract. Artikel 5.2 van het huurcontract moet aldus worden uitgelegd dat alleen een prijsindexering conform artikel 16 van Pro de toepasselijke algemene bepalingen wordt toegepast. Als de verhuurder overigens wel een extra verhoging bovenop de indexering zou hebben bedongen, dan was dit extra verhogingsbeding oneerlijk bevonden op grond van de Richtlijn oneerlijke bedingen zoals genoemd in r.o. 11 van het tussenvonnis.