ECLI:NL:RBAMS:2026:7003

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
AMS 26/3726
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:86 AwbWet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen beëindiging beschermd wonen wegens verlopen verblijfsvergunning

Verzoeker verblijft sinds 2009 in een beschermde woonvoorziening van HVO Querido. Zijn verblijfsvergunning is verlopen in 2013 en niet verlengd, waardoor hij geen recht meer heeft op begeleiding op grond van de Wmo. Desondanks mocht hij blijven wonen in de opvang. De gemeente heeft de aanvraag voor begeleid wonen afgewezen en een ontruimingsprocedure gestart.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het beëindigen van het verblijf zonder een passend alternatief niet kan, mede gezien verzoekers schizofrenie en medische kwetsbaarheid. Er is onduidelijkheid over hoe het kon gebeuren dat de verblijfsvergunning niet werd verlengd en dat er nooit een formeel besluit tot beëindiging van het beschermd wonen is genomen.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het bestreden besluit. Verzoeker mag in de opvang blijven tot twee weken na de uitspraak op het beroep. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het oordeel is voorlopig en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.

Uitkomst: Verzoeker mag blijven in de beschermde woonvoorziening tot twee weken na uitspraak op het beroep; het bestreden besluit wordt geschorst.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 26/3726

uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. G.P. Dayala),
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: N. Schager).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het beëindigen van verzoekers verblijf in de beschermde woonvoorziening van HVO Querido. Verzoeker is het daar niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Verzoeker mag in ieder geval nog in de woonvoorziening van HVO Querido blijven tot twee weken nadat op het beroep is beslist. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop en totstandkoming

2.1.
Verzoeker is geboren op [geboortedatum] en heeft de Ghanese nationaliteit. Verzoeker lijdt aan schizofrenie in combinatie met epileptische aanvallen. Verzoeker heeft gewerkt in de vleesindustrie en is op enig moment uitgevallen in zijn werk. Aan hem is nadien een WIA-uitkering toegekend. Hij verblijft sinds augustus 2009 in een beschermde woonvoorziening van HVO Querido aan de [adres] . Verzoeker heeft tot 17 april 2013 rechtmatig verblijf in Nederland gehad. De geldigheidsduur van zijn vergunning is toen niet tijdig verlengd.
2.2.
Omdat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland, heeft verweerder op enig moment besloten dat verzoeker geen recht meer heeft op begeleid thuis op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Hierdoor is ook de grondslag voor het beschermd verblijf bij HVO Querido vervallen. Verzoeker heeft te horen gekregen dat hij moest vertrekken. Naar aanleiding hiervan is namens verzoeker een aanvraag voor begeleid thuis ingediend.
2.3.
Bij besluit van 25 november 2025 heeft verweerder deze aanvraag voor begeleid thuis afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 10 februari 2026 [1] bepaald dat verzoeker in de beschermde woonvoorziening van HVO Querido aan de [adres] mag verblijven tot twee weken na de datum van bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
2.4.
Met het bestreden besluit van 20 mei 2026 heeft verweerder een beslissing op bezwaar genomen. Verweerder is bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verweerder heeft daarbij overwogen dat verzoeker niet over een geldige verblijfstitel beschikt en daarom niet in aanmerking kan komen voor maatwerkvoorzieningen zoals Beschermd Wonen.
2.5.
Verzoeker heeft hiertegen op 25 juni 2026 beroep ingesteld [2] en de voorzieningenrechter opnieuw gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.6.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Daarnaast heeft verweerder te kennen gegeven dat verzoeker in de opvang mag blijven tot de uitspraak van de voorzieningenrechter.
2.7.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 6 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde, zijn maatschappelijk werker [naam 1] en de gemachtigde van verweerder. Namens HVO Querido zijn verschenen
[naam 2] , [naam 3] , bedrijfsjurist, en hun advocaat mr. F. Cornelissen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Mogelijkheid tot kortsluiten
3. Tijdens de zitting is besproken met partijen dat de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), bevoegd is om direct uitspraak te doen op het beroep. Gebleken is echter dat mogelijk nader onderzoek nodig is in deze zaak omdat er op een aantal belangrijke punten nog de nodige onduidelijkheid bestaat. De voorzieningenrechter doet daarom alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.
Onverwijlde spoed
4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist. De voorzieningenrechter acht, zoals ook in de uitspraak van 10 februari 2026 wordt overwogen, dat sprake is van een spoedeisend belang. Het bestreden besluit strekt er immers toe dat verzoeker de opvang moet verlaten. Ook heeft dit ertoe geleid dat er een ontruimingsprocedure is gestart door HVO Querido. Verzoeker zal mogelijk dakloos raken hetgeen, gelet op de voorhanden zijnde medische informatie, weer mogelijk kan leiden tot psychiatrische ontregeling en gevaren voor zijn gezondheid.

Standpunten

5.1.
Verzoeker heeft aangevoerd dat verweerder de kwestie te beperkt beoordeelt. Er dient niet alleen te worden gekeken naar het ontbreken van de huidige verblijfstitel en het feit dat verzoeker daarom niet op grond van de Wmo kan worden opgevangen. Verzoeker verblijft immers al sinds 2009 in deze opvang hetgeen niet een abrupt einde van zijn opvang rechtvaardigt. Verzoeker mag niet zomaar op straat worden gezet. Verweerder dient te zorgen voor een structureel alternatief waarbij de bescherming in het belang van verzoekers gezondheid wordt gewaarborgd. Verzoeker wil aan de totstandkoming daarvan alle medewerking verlenen. Verzoeker is daarnaast in afwachting van de uitkomst van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning.
5.2.
Verweerder heeft naar voren gebracht dat verzoeker geen aanspraak meer kan maken op begeleid wonen vanuit de Wmo. Daarom is de aanvraag daarvoor ook afgewezen. Desgevraagd heeft verweerder aangegeven dat er geen formele besluiten van eerdere datum bekend zijn waarbij het Begeleid Wonen van verzoeker is beëindigd. De zaak loopt echter al vele jaren en vanwege het ontbreken van een verblijfstitel moet verzoeker de opvang nu verlaten. Verzoeker kan zich melden bij het Amsterdams Centrum Ongedocumenteerden (ACO) aan de Houtmankade waar hij zal worden beoordeeld voor vervolgopvang.
5.3.
Namens HVO Querido is aangevoerd dat verzoeker al enige jaren op de hoogte is van het feit dat hij zonder de juiste verblijfstitel in de opvang verblijft. [3] Wanneer sprake is van Begeleid Wonen wordt – met behoud van autonomie – ondersteuning aangeboden op allerlei leefgebieden, waaronder het invullen van formulieren. Verzoeker heeft steeds aangegeven dat hij zelf met zijn gemachtigden bezig was om het probleem rond zijn verblijfstitel op te lossen, echter zonder resultaat. Ondertussen verblijft verzoeker nog steeds onterecht in de opvang. Deze plek is overigens ook niet passend voor verzoeker, omdat daar meer ondersteuning is dan verzoeker nodig heeft. Verzoeker houdt dus al jaren een plek bezet voor een andere zorgbehoevenden zonder dat er wat gebeurt. Uiteindelijk is er daarom voor gekozen om een ontruimingsprocedure te starten. HVO Querido is wel bereid om verzoeker te begeleiden naar een andere (passende) plek.
Oordeel
6.1.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker momenteel niet onder de kring van gerechtigden van de Wmo valt omdat hij geen rechtmatig verblijf heeft. Net zoals de voorzieningenrechter in de uitspraak van 10 februari 2026 heeft geoordeeld, is daarmee de zaak niet af. Er speelt meer waarmee verweerder rekening heeft te houden. Verzoeker verblijft namelijk al zeer lang – sinds augustus 2009 – in de opvang aan de [adres] . Terwijl hij daar verbleef in het kader van Begeleid Wonen, is de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning verlopen. Ook is al medio 2017 geconstateerd dat verzoeker geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Desondanks is zijn verblijf in de beschermde woonvoorziening voortgezet. Het klopt dat van de zijde van HVO Querido aandacht was voor de verblijfstatus van verzoeker. De verklaring van 19 november 2025 gaat in op de periode vanaf 2021. Uit die verklaring kan worden opgemaakt dat de persoonlijk begeleider enige tijd contact heeft onderhouden met verzoeker en zijn advocaat/jurist over deze kwestie. Met regelmaat kreeg deze begeleider te horen dat er geen nieuwe ontwikkelingen waren rondom deze procedure. Gezien het belang van een geldige verblijfstitel rijst de vraag of daarmee voldoende invulling is gegeven aan de begeleiding van verzoeker. De voorzieningenrechter betreft daarbij in haar overwegingen in hoeverre van deze kwetsbare verzoeker verwacht kan worden dat hij de problematiek rondom zijn verblijfstitel zelf zou kunnen oplossen dan wel de verrichtingen van zijn advocaat/jurist op waarde zou weten te schatten. Belangrijker is echter wat de periode daarvoor is gebeurd. Hoe kon het gebeuren dat er een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning achterwege is gebleven terwijl verzoeker in de beschermde woonvoorziening verbleef. Tot op heden is daar geen informatie over beschikbaar Bovendien lijkt er nooit eerder een formeel besluit te zijn genomen over de beëindiging van begeleid wonen / de opvang waartegen verzoeker had kunnen opkomen. De voorzieningenrechter beschouwt het beroep tegen de afwijzing van zijn aanvraag daarom als gericht tegen het beëindigen van de opvang. Dat is een belastend besluit waarbij het aan verweerder is dit gedegen te onderbouwen. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat het beroep daartegen een redelijke kans van slagen niet kan worden ontzegd. Verweerder lijkt immers nog steeds te volstaan met de enkele constatering dat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft. Verweerder had voorts, ook gelet op het evenredigheidsbeginsel, alle omstandigheden moeten meewegen alvorens over te gaan tot dit besluit, althans voor een warme overdracht moeten zorgen bij een andere opvang. Dit zal in beroep nader moeten worden onderzocht. De stelling van verweerder dat verzoeker te goed voor zijn huidige plek is, weerspreekt verzoeker. Dit brengt mee dat verweerder zijn stelling zal moeten onderbouwen. Verweerder, HVO Querido en ook verzoeker en zijn gemachtigde en maatschappelijk werker hebben allen voor ogen een passende plek voor verzoeker te realiseren. Hoe zich dat zal ontvouwen is momenteel nog onduidelijk evenals wanneer het beroep zal worden behandeld.
6.2.
In de tussentijd acht de voorzieningenrechter het van groot belang voor verzoeker dat het voortduren van de opvang voldoende gewaarborgd blijft. Dit met name vanwege verzoekers medische problematiek en het gevaar voor psychiatrische ontregeling. Daarbij loopt er een ontruimingsprocedure. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers belang op dit moment zwaarder weegt dan het algemene belang dat verweerder voorstaat.

Conclusie en gevolgen

7.1.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook toe en bepaalt dat het bestreden besluit wordt opgeschort. De voorzieningenrechter bepaalt dat verzoeker in de beschermde woonvoorziening van HVO Querido aan de [adres] mag verblijven tot twee weken na de uitspraak op het beroep.
7.2.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet verweerder het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst het bestreden besluit tot twee weken na de uitspraak op het beroep;
  • bepaalt dat verzoeker in de beschermde woonvoorziening van HVO Querido aan de [adres] mag verblijven tot twee weken na tot twee weken na de uitspraak op het beroep;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 54,- aan verzoeker te vergoeden;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Tanis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Geregistreerd onder zaaknummer AMS 26/57.
2.Geregistreerd onder zaaknummer AMS 26/3727.
3.Zie de verklaring van de persoonlijk begeleider Marc Bunschoten van 19 november 2025.