Uitspraak
1.[eisende partij 1] ,
2.
[eisende partij 2],
Rechtbank Amsterdam
Op 28 oktober 2022 werd een destijds 11-jarig meisje gebeten door de hond van de gedaagde toen zij stil stond in een steeg naast diens huis. De beet veroorzaakte drie bijtwonden aan haar linkeronderbeen, die medisch behandeld zijn en blijvende littekens hebben achtergelaten.
De eisers, de ouders en wettelijke vertegenwoordigers van het meisje, vorderden een verklaring voor recht dat de gedaagde aansprakelijk is voor de schade, een voorschot op smartengeld van € 5.000, en vergoeding van buitengerechtelijke en proceskosten. De gedaagde betwistte aansprakelijkheid en stelde dat hij de materiële schade al had vergoed, dat het een schrikreactie van de hond was, en dat het meisje eigen schuld had.
De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde als bezitter van de hond risicoaansprakelijk is voor de schade, ongeacht de schrikreactie. Eigen schuld werd verworpen omdat het meisje stil stond en zich niet onrechtmatig gedroeg. De vordering tot verklaring voor recht werd toegewezen om ook toekomstige schade te dekken.
Voor het smartengeld werd de Rotterdamse Schaal toegepast, waarbij het letsel werd gekwalificeerd als minder ernstige littekenvorming met cosmetische gevolgen. Gezien de zichtbare littekens en geringe psychische klachten werd € 3.000 toegekend. Buitengerechtelijke kosten werden gematigd tot € 425 en proceskosten van € 865,77 werden aan de eisers toegekend. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De eigenaar van de hond is aansprakelijk en moet smartengeld en kosten vergoeden aan het slachtoffer.