ECLI:NL:RBAMS:2026:7044

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
11943358 CV EXPL 25-14980
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 onder b Richtlijn 93/13Art. 6:230g lid 1 BWArt. 3:37 lid 3 BWArt. 6:96 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst leaseauto en proceskostenveroordeling tussen BV's

Eiseres, een autoverhuurbedrijf, vordert betaling van onbetaalde facturen, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten van gedaagde, een besloten vennootschap, die een leaseauto huurde. Gedaagde erkent de hoofdsom maar betwist de bijkomende kosten en stelt dat correspondentie niet is ontvangen vanwege adreswijzigingen.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde geen consument is en dat de overeenkomst niet onder consumentenbescherming valt. De hoofdsom is onbetwist en opeisbaar, ondanks de betwiste mondelinge afspraak over betaling. De betalingsherinneringen zijn rechtsgeldig verzonden, ook al was gedaagde verhuisd, omdat de adreswijziging laat is doorgegeven.

De gevorderde wettelijke rente en incassokosten worden toegewezen, omdat deze in overeenstemming zijn met de wet en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van onbetaalde facturen, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11943358 CV EXPL 25-14980
vonnis van: 9 juli 2026
fno.: 58865

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Amcar Autoverhuur B.V.
gevestigd te Amsterdam
eiseres
gemachtigde: [gemachtigde]
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.
gevestigd te [vestigingsplaats]
gedaagde
procederend bij haar bestuurder [naam 1] .

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende stukken bevinden zich in het procesdossier:
  • de dagvaarding van 13 oktober 2025, met producties;
  • het proces-verbaal van mondeling antwoord van 9 december 2025, met bijlagen;
  • de e-mail van gedaagde van 11 december 2025, met bijlagen;
  • de e-mail van gedaagde van 19 december 2025, met bijlagen;
  • het instructievonnis van 23 december 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen;
  • de dagbepaling mondelinge behandeling.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Namens eiseres verscheen [naam 2] (financieel manager), bijgestaan door de gemachtigde in de persoon van [naam 3] . Gedaagde verscheen bij haar bestuurder. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht, eiseres deed dat mede aan de hand van spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Van hetgeen is besproken ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt, die in het procesdossier zijn gevoegd.
Na de zitting is de zaak aangehouden tot 28 mei 2026 in verband met schikkingsonderhandelingen. Bij akte van 28 mei 2026 heeft eiseres om vonnis verzocht. Vonnis is bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Eiseres exploiteert een onderneming die zich (onder meer) bezighoudt met de verhuur/shortlease van personen- en lichte bedrijfsauto's.
2. Tussen partijen is een overeenkomst tot stand gekomen (hierna: de overeenkomst), op grond waarvan gedaagde in de periode februari tot en met mei 2023 van eiseres een personenauto heeft gehuurd, te weten een Citroën C4 met kenteken [kenteken] (hierna: de auto). Op deze overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard.
3. Eiseres heeft ter zake vier facturen opgemaakt, te weten factuur [fact.nr. 1] (15 maart 2023, € 617,04), [fact.nr. 2] (15 maart 2023, € 1.028,50), [fact.nr. 3] (28 maart 2023, € 1.028,50) en [fact.nr. 4] (3 juni 2023, € 994,22). De facturen zijn onbetaald gebleven.
4. De bestuurder van gedaagde is in januari 2024 verhuisd en woont sindsdien niet meer op zijn voormalige adres. In maart 2024 is hij ingeschreven op een nieuw adres. In juni 2025 heeft hij bij de Kamer van Koophandel een adreswijziging doorgegeven namens gedaagde.

Het geschil

5. Eiseres vordert dat gedaagde, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan haar van € 5.303,13, bestaande uit € 3.668,26 aan hoofdsom wegens onbetaald gebleven facturen, € 1.143,04 aan verschenen wettelijke handelsrente en € 491,83 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf de datum van dagvaarding en met de proces- en nakosten.
6. Eiseres legt aan haar vordering ten grondslag dat tussen haar en gedaagde een zakelijke leaseovereenkomst tot stand is gekomen en dat zij gedaagde op grond daarvan facturen heeft gestuurd. Volgens eiseres is gedaagde toerekenbaar tekortgeschoten in de op haar rustende betalingsverplichting en verkeert zij in verzuim, zodat ook rente en incassokosten verschuldigd zijn.
7. Gedaagde voert bij monde van haar bestuurder verweer. De bestuurder erkent dat voor de lease van de auto betaald moet worden, maar betwist de bijkomende kosten. Hij voert daartoe aan dat de correspondentie over deze vordering hem niet heeft bereikt, omdat deze naar zijn voormalige adres zijn gestuurd, en dat hem daardoor geen gelegenheid is geboden een betalingsregeling te treffen voordat tot dagvaarden werd overgegaan. Hij stelt voorts dat hij met de voormalige eigenaar van eiseres, die hij al langere tijd kent, een mondelinge afspraak over betaling heeft gemaakt. Volgens gedaagde was de auto bestemd voor privégebruik en is de huur enkel om fiscale redenen via zijn onderneming gelopen. Ten slotte wijst gedaagde op zijn persoonlijke situatie: hij zit in de bijstand, kampt met gezondheidsproblemen en heeft meerdere schulden.
8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

Geen ambtshalve toetsing
9. Ter zitting is de vraag opgekomen of gedaagde als consument heeft gehandeld en of aan het consumentenrecht moet worden getoetst. De kantonrechter stelt vast dat voor ambtshalve toetsing in deze zaak geen plaats is en licht dat als volgt toe.
10. Consumentenbescherming komt alleen toe aan een natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit (art. 2 onder Pro b Richtlijn 93/13; art. 6:230g lid 1 BW). Een rechtssubject dat geen natuurlijke persoon is, valt buiten dat begrip (HvJ 2 april 2020, C-329/19, ECLI:EU:C:2020:263, Condominio di Milano). Gedaagde is een rechtspersoon, namelijk een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, en dus geen consument. Van een overeenkomst tussen een handelaar en een consument is daarom geen sprake en aan ambtshalve toetsing komt de kantonrechter niet toe. Dat de auto naar zeggen van gedaagde feitelijk privé werd gebruikt, doet daaraan niet af.
De hoofdsom en rente
11. Gedaagde heeft erkend dat voor de huur van de auto moet worden betaald en heeft de hoogte van de vier facturen niet betwist. De hoofdsom van € 3.668,26 staat daarmee vast. Vervolgens rijst de vraag of deze hoofdsom opeisbaar is, gelet op de door gedaagde aangevoerde mondelinge afspraak die door de bestuurder van gedaagde zou zijn gemaakt met de voormalige eigenaar van eiseres. Deze afspraak is niet onderbouwd en wordt door eiseres betwist. Bovendien ziet die afspraak blijkens de toelichting van de bestuurder hooguit op een nog te treffen betalingsregeling, waaruit op zichzelf al volgt dat er nog geen regeling tot stand is gekomen. Verder heeft de bestuurder betoogd dat de correspondentie hem niet heeft bereikt omdat die naar het oude adres van gedaagde is gestuurd. Het is het de kantonrechter niet duidelijk geworden of hij met de correspondentie zowel de facturen als de betalingsherinneringen bedoelt, of dat dit betoog uitsluitend ziet op de door eiseres verstuurde betalingsherinneringen. Maar wat daar ook van zij, de facturen dateren van de eerste helft van 2023 en zijn dus ruimschoots vóór de verhuizing van gedaagde en haar bestuurder toegezonden. Gelet op dat alles is de gevorderde hoofdsom toewijsbaar.
12. Omdat sprake is van een handelsovereenkomst en gedaagde de facturen niet voor de uiterste dag van betaling heeft voldaan, is gedaagde aan eiseres wettelijke handelsrente verschuldigd. Zij heeft de hoogte van de gevorderde rente niet betwist, zodat ook de gevorderde wettelijke handelsrente zal worden toegewezen.
De buitengerechtelijke kosten
13. Eiseres heeft twee aanmaningen overgelegd, die van 1 mei 2025 en die van 30 september 2025. Een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring moet die persoon hebben bereikt om haar werking te hebben. Dit is echter anders indien het niet (tijdig) bereiken van de geadresseerde het gevolg is van zijn handelen of van andere omstandigheden die zijn persoon betreffen en rechtvaardigen dat hij het nadeel draagt (artikel 3:37 lid 3 BW Pro). De bewijslast van verzending en ontvangst rust op eiseres. Gedaagde heeft de ontvangst van de betalingsherinnering van 1 mei 2025 betwist, omdat deze naar het oude adres zou zijn gestuurd terwijl eiseres van de verhuizing op de hoogte was. Uit de overgelegde stukken blijkt echter dat de adreswijziging van gedaagde pas in juni 2025 door gedaagde is doorgegeven. Als gedaagde al sinds 2024 niet meer op het oude adres gevestigd was, had het op de weg van (de bestuurder van) gedaagde gelegen om zorg te dragen voor registratie van het juiste adres. Dat is niet gebeurd. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat ook de brief van 1 mei 2025 werking heeft, net als de brief van 30 september 2025 waarvan gedaagde de ontvangst niet heeft betwist.
14. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat eiseres voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
De proceskosten
15. Gedaagde heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen een veroordeling in de proceskosten. In de klacht dat aan gedaagde geen gelegenheid is geboden een betalingsregeling te treffen en dat de deurwaarder plotseling voor de deur stond, ligt wel besloten dat het volgens gedaagde onnodig was om te procederen. Dat betoog slaagt niet. Gedaagde heeft de verschuldigde facturen niet voldaan, ook niet na de ontvangst van de brieven van 1 mei en 30 september 2025. Bovendien blijkt uit de door gedaagde overgelegde stukken dat eiseres gedaagde daarna ook nog per e-mail heeft benaderd teneinde betaling te verkrijgen, maar dat ook die berichten niet hebben geleid tot voldoening van de facturen. Eiseres was daarom gerechtigd haar vordering in rechte aanhangig te maken.
16. Gedaagde is bij deze uitkomst in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Die proceskosten van eiseres worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.385,35

Beslissing

De kantonrechter:
- veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van € 5.303,13 wegens hoofdsom
(€ 3.668,26), verschenen wettelijke handelsrente (€ 1.143,04) en buitengerechtelijke incassokosten € 491,83), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van betaling;
- veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 1.385,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wiltjer, kantonrechter, en in aanwezigheid van mr. H. El Falah, de griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.