Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
–samengevat – [eiser] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
ter nakoming van de bevelen onder 5.1 en 5.2 van het vonnis en uitsluitend om iedere discussie over verbeurte van dwangsommen (onderdeel 5.3) te voorkomen.” Dat betreft (1) een excel overzicht van Stripe, de betalingsverwerker van [eiser] , (2) een lijst van 66 e-mailadressen waaraan [eiser] de gewraakte e-mail had gestuurd en die ook (grotendeels) voorkomen in het klantenbestand van TMU en (3) een overzicht van de omzet en winst die [eiser] met het platform ‘
The PO3 Sequence’ tot 1 juni 2026 heeft behaald.
Cliënt moet constateren dat de heer [eiser] daarmee nog niet heeft voldaan aan het vonnis onder 5.2. Uw cliënt heeft namelijk niet aangegeven aan welke emailadressen de email is verzonden én hoeveel van die mensen uiteindelijk lid zijn geworden van de groep. […] Onder 5.1 is uw cliënt veroordeeld om het gebruik van het klantenbestand én de daarin vervatte gegevens te staken. […] Voor nu wilde ik u in ieder geval informeren dat, mijn cliënt van mening is dat niet aan het vonnis is voldaan en dat de dwangsommen dus doorlopen. Cliënt wil volledige openheid ten aanzien van het gebruik van het klantenbestand.”
Als alternatief zend ik u namens client de emailadressen die hij bij [naam 3] van [naam 4] heeft opgevraagd, en een export laten maken van alle e-mailadressen van klanten en wanneer zij het gratis en/of betaalde product hebben gekocht vanaf de launch van het nieuwe product van client op 31 maart 2026. Zie bestand: [document] . [naam 3] heeft ook de groei van PO3 Sequence visueel in beeld gebracht. Voor een all-time groei vanaf startdatum tot nu, zie afbeelding: [bestand 1] .
The PO3 Sequenceverstrekt aan TMU.
TMU heeft moeten constateren dat 664 e-mailadressen van de PO3 ledenlijst voorkomen in haar klantenbestand. […] Dat betekent ook dat uw cliënt nog steeds gegevens uit het klantenbestand gebruikt, waaronder dus de namen en de emailadressen van in ieder geval deze 664 personen.Daarom handelt uw cliënt in strijd hetgeen is bepaald onder 5.1 van het vonnis.”
3.Het geschil
primair:TMU te verbieden om uit hoofde van het vonnis enige dwangsom ter zake van dictumonderdeel 5.1 en/of 5.2 op te eisen, te innen of anderszins te executeren en de reeds aangevangen tenuitvoerlegging ter zake van dictumonderdeel 5.1 en 5.2 van het vonnis met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden, alles op straffe van een door TMU te verbeuren dwangsom van € 20.000 per dag of gedeelte daarvan dat TMU hiermee in strijd handelt, met een maximum van € 500.000;
subsidiair:TMU te verbieden om uit hoofde van het vonnis enige tot op de datum van het vonnis beweerdelijke reeds verbeurde dwangsom, ter zake van dictumonderdeel 5.1 en/of 5.2 op te eisen, te innen of anderszins te executeren en de reeds aangevangen tenuitvoerlegging ter zake van tot op de datum van het vonnis beweerdelijk verbeurde dwangsommen ter zake dictumonderdeel 5.1 en 5.2 van het vonnis met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden, alles op straffe van een door TMU te verbeuren dwangsom van € 20.000 per dag of gedeelte daarvan dat TMU hiermee in strijd handelt, met een maximum van € 500.000;
meer subsidiair:TMU te verbieden om uit hoofde van het vonnis enige dwangsom ter zake van dictumonderdeel 5.1 en/of 5.2 op te eisen, te innen of anderszins te executeren en de reeds aangevangen tenuitvoerlegging ter zake van dictumonderdeel 5.1 en 5.2 van het vonnis en te gebieden met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden, totdat bij een onherroepelijke rechterlijke uitspraak op de al dan niet verschuldigdheid van die dwangsommen is beslist, alles op straffe van een door TMU te verbeuren dwangsom van € 20.000 per dag of gedeelte daarvan dat TMU hiermee in strijd handelt, met een maximum van € 500.000;
uiterst subsidiair:per datum van de dagvaarding, althans per datum van de mondelinge behandeling, althans per datum van het vonnis, de dwangsom op te heffen, dan wel de looptijd ervan op te schorten gedurende de door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, dan wel de dwangsom te verminderen tot
€ 1,00 per dag; en/of het maximum te verbeuren dwangsommen te beperken tot een maximum van € 25,00;
in alle gevallen:TMU te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten en met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis.
4.De beoordeling
nog niet” duidelijk is waar de executie zal geschieden. Dat de executie niet (ook) in Amsterdam zal geschieden acht de voorzieningenrechter gelet op de processtukken en hetgeen partijen over en weer ter terechtzitting hebben verklaard onwaarschijnlijk.
PO3 Ranges Indicator’ werd aangeboden; en (v) dat de met het betaalde product
The PO3 Sequencein 2026 behaalde omzet tot 1 juni 2026
The PO3 Sequencehoeven te verstrekken. Het vonnis kan niet zo worden uitgelegd dat [eiser] de exacte ontvangende adressen zou moeten reproduceren, want dat stuit af op zijn in het vonnis aannemelijk geachte verwijdering van het klantenbestand van TMU. TMU kan niet de reproductie van een adreslijst als een met dwangsom gesanctioneerde verplichting verlangen, terwijl de integrale verwijdering daarvan door [eiser] door de voorzieningenrechter in het eerdere vonnis aannemelijk is geacht. Dictumonderdeel 5.1 moet in dat verband worden uitgelegd als een stok achter de deur voor TMU (en een bevestiging van de onrechtmatigheid van het gebruik van haar klantenbestand door [eiser] ).
volledige openheid ten aanzien van het gebruik van het klantenbestand” (zie 2.8) schiet aan het doel van het vonnis voorbij. Al met al is aannemelijk geworden dat [eiser] te goeder trouw en naar behoren uitvoering heeft gegeven aan het vonnis van 11 juni 2026.
Partijen lijken het er immers over eens te zijn dat [eiser] zijn totale omzet- en winstcijfers heeft gedeeld zodat het vonnis, gelet op het vorenstaande, zijn doel heeft bereikt.
5.De beslissing
mr. G.P. Raats, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.