ECLI:NL:RBAMS:2026:7080

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
12176312 \ KK EXPL 26-225
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:653 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing concurrentie- en relatiebeding wegens onbillijke benadeling werknemer

Vlieg Makelaars OG B.V. vordert in kort geding dat haar voormalige werknemer, een NVM-Makelaar, wordt gehouden aan een concurrentiebeding en relatiebeding, en dat zij wordt veroordeeld tot naleving en betaling van boetes bij overtreding. De werknemer had haar arbeidsovereenkomst opgezegd en wilde in dienst treden bij een concurrerend makelaarskantoor binnen de geografische reikwijdte van het beding.

De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding formeel geldig is en dat het nieuwe makelaarskantoor onder de reikwijdte van het beding valt. Echter is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de werknemer over unieke kennis beschikt die het bedrijfsdebiet van Vlieg wezenlijk kan schaden. Ook is vastgesteld dat het nieuwe kantoor in een ander marktsegment opereert en geen directe concurrent is.

De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de werknemer onbillijk wordt benadeeld door het concurrentiebeding, gezien haar leeftijd, woonplaats, betere arbeidsvoorwaarden en ontwikkelingsmogelijkheden bij de nieuwe werkgever. Het relatiebeding wordt eveneens als te ruim en belemmerend beoordeeld en daarom beperkt en geschorst.

De vorderingen van Vlieg worden afgewezen, het concurrentiebeding en relatiebeding worden geschorst zodat de werknemer bij het nieuwe kantoor kan werken. Vlieg wordt veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis is een voorlopig oordeel in kort geding, waarbij de bodemrechter de definitieve beslissing zal nemen.

Uitkomst: De vorderingen van Vlieg worden afgewezen en het concurrentie- en relatiebeding worden geschorst zodat de werknemer bij het concurrerende makelaarskantoor kan werken.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12176312 \ KK EXPL 26-225
Vonnis in kort geding van 11 juni 2026
in de zaak van
VLIEG MAKELAARS OG B.V.
gevestigd te Alkmaar,
eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Vlieg,
gemachtigden: mrs. P. Chr. Snijders en J.M. Baltus,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. Q.M.F. Bosker.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 14 april 2026, met producties,
  • de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties,
  • de conclusie van antwoord in reconventie.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 juni 2026. Namens Vlieg zijn verschenen de heren [naam 1] ( [naam functie 1] ) en [naam 2] ( [naam functie 2] ), bijgestaan door de gemachtigden. [gedaagde] is verschenen vergezeld door haar partner, ouders en de heer [naam 3] (De Graaf & Groot makelaars), bijgestaan door de gemachtigde.
1.3.
De gemachtigden hebben tijdens de zitting spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Deze spreekaantekeningen zijn in het dossier gevoegd. Partijen zijn daarna gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, die eveneens in het dossier zijn gevoegd. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2.De uitgangspunten

2.1.
Vlieg is een makelaarskantoor in Amsterdam. Daarbij heeft Vlieg ook vestigingen in Alkmaar, Amstelveen, Bergen, Haarlem, Heerhugowaard, Hoofddorp, Lelystad, Schagen en Zaanstad. Op het kantoor in [locatie 1] werken momenteel zes medewerkers waaronder drie NVM-Makelaars.
2.2.
[gedaagde] , 26 jaar oud, is op 10 oktober 2022 in dienst getreden bij Vlieg als commercieel binnendienst medewerker. In de aanbieding van 22 september 2022 staat dat als de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd het navolgende concurrentiebeding zal zijn opgenomen:
“(…) het is werknemer niet toegestaan om binnen een tijdvak van twee jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst zelf binnen een straal van 15 kilometer rond de plaats van
het kantoor in enigerlei vorm een kantoor, bedrijf of beroep gelijk, gelijkwaardig of aanverwant aan dat van de werkgever en de met haar geliëerde ondernemingen te vestigen, uit te oefenen, hetzij direct, hetzij indirect, als ook financieel in welke vorm ook bij een dergelijk kantoor, bedrijf of de uitoefening van zo’n beroep belang te hebben, direct of indirect, of daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin enig aandeel van welke aard ook te hebben, tenzij werknemer
daartoe voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever heeft gekregen, aan welke toestemming werkgever voorwaarden kan verbinden.(…)”
2.3.
Op 29 september 2022 hebben partijen een studieovereenkomst gesloten, op grond waarvan Vlieg de kosten van de opleiding van [gedaagde] tot K-RMT-makelaar voor haar rekening heeft genomen. De arbeidsovereenkomst met [gedaagde] is op 9 oktober 2023 omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In deze arbeidsovereenkomst zijn het vooraf gecommuniceerde concurrentiebeding, een relatiebeding en een geheimhoudingsbeding en een boetebeding opgenomen.
2.4.
Vanaf februari 2024 vervulde [gedaagde] de functie van office manager binnendienst.
2.5.
Per april 2025 is [gedaagde] als NVM-Makelaar bij Vlieg gaan werken. Partijen zijn toen een nieuwe arbeidsovereenkomst overeengekomen. Voorafgaand aan de ondertekening daarvan zijn de volgende WhatsAppberichten uitgewisseld:
[gedaagde] : ‘
Dit weekend wilde ik het arbeidscontract tekenen maar ik zag dat er een concurrentiebeding instaat. Nu vind ik deze een beetje spannend aangezien ik van plan ben om nog heel lang in [woonplaats] te blijven wonen en de straal van 15 km, heel [locatie 1] betreft. Zou dit beding uit het contract gehaald kunnen worden?’
Vlieg: ‘
Die stond reeds ook in je vorige contract en staat bij iedereen met een vast dienstverband.’
[gedaagde] : ‘
Begrijp ik! Maar zouden we daar iets aan kunnen doen. Ik wil namelijk in [woonplaats] blijven wonen en werken voor (wat ik nu denk) altijd! En dan vind ik die 15 km toch wel spannend aangezien dat zou betekenen dat ik buiten [locatie 1] moet gaan werken.’
Vlieg
: ‘Hij staat er bij iedereen in. Ook bij [naam 4] en dat is ook opgelost. Afhankelijk van situatie wil ik iemand er wel- of niet aan kunnen houden. (…) Wij gaan er vanuit dat je nog vele jaren bij ons blijft. Daar hebben we ook alles aan gedaan.’
[gedaagde] : ‘
Laat ik dat voorop stellen!(…)”.
2.6.
In artikel 17 van Pro de nieuwe arbeidsovereenkomst is het volgende concurrentiebeding: opgenomen: “
Het is werknemer niet toegestaan binnen een tijdvak van twee na beëindiging (...) binnen een afstand van 15 kilometer (…) in enigerlei vorm een kantoor, bedrijf of beroep, gelijk, gelijkwaardig of aanverwant (…) uit te oefenen, het zij direct, hetzij indirect (…) werkzaam te zijn.(…)”
2.7.
In de nieuwe arbeidsovereenkomst is ook een geheimhoudingsbeding en een relatiebeding opgenomen. Het relatiebeding luidt als volgt:
“ 18.1 Het is werknemer verboden om zowel gedurende de arbeidsovereenkomst alsmede een periode van vijf jaar na het eindigen van de arbeidsovereenkomst klanten, relaties en/of prospects van werkgever of aan werkgever gelieerde ondernemingen te benaderen of in welke vorm dan ook zaken te doen met of werkzaamheden voor deze klanten, relaties en/of prospects uit te voeren, dan wel te bevorderen dat deze klanten, relaties en/of prospects geen zaken (meer) met werkgever doen. Vorenstaand verbod voor werknemer geldt tevens ten aanzien van het benaderen van voormalige opdrachtgevers, klanten en/of relaties die in het voorafgaande jaar een of meer opdrachten aan werkgever of daaraan gelieerde ondernemingen hebben verstrekt.
18.2
Onder een klant en relatie wordt in dit artikel verstaan alle klanten en relaties begrepen waarvoor werkgever tijdens het dienstverband van werknemer werkzaamheden, in de breedste zin van het woord, heeft verricht, met inbegrip van aan die klant gelieerde ondernemingen.
18.3
Onder een prospect wordt in dit verband verstaan een potentiële klant en/of onderneming waarmee werkgever ten tijde van het eindigen van de arbeidsovereenkomst onderhandelingen voert over het verkrijgen van een opdracht, alsmede een potentiële klant en/of onderneming aan wie werkgever in een periode van 12 maanden voorafgaand aan het eindigen van de arbeidsovereenkomst een offerte heeft uitgebracht c.q. een onderneming die in een periode van 12 maanden voorafgaand aan het eindigen van de arbeidsovereenkomst aan werkgever heeft verzocht een offerte uit te brengen.”
2.8.
Artikel 19 van Pro de nieuwe arbeidsovereenkomst bevat een boetebeding op grond waarvan [gedaagde] bij overtreding van het concurrentiebeding, het relatiebeding en het geheimhoudingsbeding een onmiddellijk opeisbare boete verbeurt van € 5.000,00, en een boete van € 500,00 per dag dat de overtreding voortduurt.
2.9.
Op 18 februari 2026 heeft [gedaagde] Vlieg verzocht om het concurrentiebeding te laten vallen. De dag ervoor heeft zij bij Vlieg mondeling haar arbeidsovereenkomst opgezegd. Vlieg heeft haar verzoek afgewezen. Bij brief van 27 februari 2026 heeft [gedaagde] vervolgens de arbeidsovereenkomst met Vlieg schriftelijk opgezegd tegen 1 april 2026. Bij e-mail van 2 maart 2026 heeft Vlieg [gedaagde] erop gewezen dat alle contractuele bedingen onverkort van kracht blijven. Daarop heeft [gedaagde] bij e-mail van 9 maart 2026 geantwoord dat zij haar werkzaamheden in haar woonplaats, gelet op de straal van vijftien kilometer, feitelijk niet meer kan uitoefenen.
2.10.
[gedaagde] beoogde per 13 april 2026 in dienst te treden bij De Graaf & Groot makelaars (hierna: GG). GG is een makelaarskantoor gevestigd aan de [locatie 2] . Bij GG zijn vier partners (NVM-Makelaars) werkzaam en zeven werknemers. Naast de aan- en verkoop van woningen verzorgt GG ook verhuur en taxaties.
GG heeft [gedaagde] onder andere een salaris van € 5.000,00 per maand aangeboden en een aanbreng fee van € 1.500,00 per nieuwe klant.
2.11.
Bij brief van 12 maart 2026 heeft Vlieg [gedaagde] samengevat gesommeerd alle (voorbereidende) werkzaamheden voor GG dan wel andere concurrenten van Vlieg te staken, het concurrentiebeding na te leven en schriftelijk mededeling te doen van eventuele werkzaamheden die zijn verricht.
2.12.
[gedaagde] heeft geen werkzaamheden voor GG verricht in afwachting van deze procedure en heeft sinds 1 april 2026 geen inkomen uit een ander dienstverband.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
Vlieg vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] te verbieden om het in artikel 17 van Pro de arbeidsovereenkomst overeengekomen concurrentiebeding te overtreden en haar te veroordelen tot onverkorte naleving daarvan;
II. [gedaagde] te verbieden om direct of indirect werkzaamheden te verrichten voor of betrokken te zijn bij GG, of enige andere met Vlieg concurrerende onderneming binnen een straal van vijftien kilometer van de vestiging van Vlieg in [locatie 1] gedurende de looptijd van het concurrentiebeding;
III. te bepalen dat [gedaagde] bij overtreding van de onder I. en II. bedoelde verboden de contractueel overeengekomen boete verbeurt, onverminderd het recht van Vlieg op volledige schadevergoeding en daarnaast te bepalen dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt van € 500,00 voor iedere dag (of een gedeelte van een dag) met een maximum van € 50.000,00;
IV. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van reeds verbeurde contractuele boetes ad € 5.000,00 per overtreding, te vermeerderen met € 500,00 per dag voor iedere dag dat de overtreding voortduurt/voortduurde tot de dag van de algehele staking;
V. met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente en nakosten.
3.2.
Vlieg legt samengevat aan haar vorderingen ten grondslag dat met [gedaagde] rechtsgeldig een concurrentiebeding is overeengekomen, welk concurrentiebeding [gedaagde] moet nakomen. Door werkzaamheden te gaan verrichten voor GG overtreedt [gedaagde] het concurrentiebeding en is [gedaagde] boetes verschuldigd. Volgens Vlieg wordt [gedaagde] in verhouding tot het te beschermen belang van Vlieg te weten haar bedrijfsdebiet, niet onbillijk benadeeld door haar aan het concurrentiebeding te houden. [gedaagde] had uit hoofde van haar functie als NVM-Makelaar toegang tot CRM-gegevens commerciële opvolging, prijssystematiek, workflows, automatisering, templates, commerciële strategieën, marktbenadering, offerte tools en Unique Selling Points. Met haar geïntegreerde en organisatorische kennis kan [gedaagde] door in dienst te treden bij GG het bedrijfsdebiet van Vlieg schaden. Bovendien heeft Vlieg aantoonbaar geïnvesteerd in de opleiding van [gedaagde] .
3.3.
[gedaagde] concludeert tot afwijzing van alle vorderingen van Vlieg. [gedaagde] voert als primair verweer dat het concurrentiebeding nietig is omdat er geen looptijd is afgesproken. Subsidiair voert [gedaagde] aan dat Vlieg geen zwaarwegend bedrijfsbelang heeft op grond van artikel 7:653 lid 3 sub a van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Een voormalige collega bij Vlieg ( [naam 4] ), voor wie hetzelfde concurrentiebeding gold, is niet aan het beding gehouden en [gedaagde] mocht er gelet op de WhatsAppberichten op vertrouwen dat Vlieg het beding ook jegens haar niet onverkort zou handhaven. Daarnaast beschikt [gedaagde] niet over wezenlijke kennis die eigen is aan Vlieg, het betreffen geen unieke werkprocessen en strategieën en GG is geen directe concurrent van Vlieg. GG opereert in een andere segment van de woningmarkt. Meer subsidiair heeft [gedaagde] aangevoerd dat zij door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld. Haar ontwikkelperspectief bij GG is veel gunstiger dan bij Vlieg en de aangeboden arbeidsvoorwaarden zijn significant beter. Tot slot vraagt [gedaagde] Vlieg in de proceskosten te veroordelen.
in reconventie
3.4.
[gedaagde] vordert - samengevat – uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
I. het concurrentiebeding, het relatiebeding en het daarop van toepassing zijnde boetebeding te schorsen;
subsidiair:
II. het concurrentiebeding te schorsen zodat [gedaagde] bij GG in dienst kan treden;
III. het relatiebeding te schorsen zodat dit beding slechts geldt ter zake van relaties van de Vlieg vestiging te [locatie 1] waarmee [gedaagde] in de twaalf maanden voorafgaand aan het vonnis contact heeft gehad in het kader van het werk voor Vlieg en die op enig moment in die twaalf maanden een overeenkomst met Vlieg hebben gehad en de duur te beperken tot twaalf maanden vanaf 1 april 2026 en het boetebeding overeenkomstig te schorsen;
Meer subsidiair:
IV. het concurrentie- en relatiebeding, en het boetebeding voor zover dat daaraan gekoppeld is zodanig te schorsen als de kantonrechter juist voorkomt;
met zowel in conventie als in reconventie veroordeling van Vlieg in de kosten van de procedure.
3.5.
Vlieg heeft samengevat aangevoerd dat het evident is dat de duur van het concurrentiebeding twee jaar bedraagt en dat [gedaagde] haar bedrijfsdebiet schaadt door indiensttreding bij GG. Als NVM-Makelaar beschikt [gedaagde] over directe en relevante kennis die in handen van GG een concurrentievoordeel oplevert. Verder voert Vlieg aan dat er geen sprake is van betere arbeidsvoorwaarden en er geen sprake is van een onbillijke benadeling omdat er voldoende alternatieven op de arbeidsmarkt bestaan, al dan niet buiten [locatie 1] .
3.6.
Op de stellingen van partijen zal hieronder voor zover van belang nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
4.1.
In deze procedure vraagt Vlieg samengevat in conventie (naast andere vorderingen) dat [gedaagde] wordt gehouden aan het concurrentiebeding. In reconventie vraagt [gedaagde] samengevat om schorsing van het concurrentiebeding, het relatiebeding en het boetebeding. De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
Toetsingskader kort geding
4.2.
Ter beoordeling ligt onder meer voor of de kantonrechter het voorshands voldoende aannemelijk acht dat de bodemrechter het door Vlieg gevorderde zal afwijzen, omdat [gedaagde] in verhouding tot het te beschermen belang van Vlieg, bij toewijzing van het door Vlieg gevorderde onbillijk wordt benadeeld.
4.3.
Vorderingen in kort geding alleen kunnen worden toegewezen als partijen daarbij een spoedeisend belang hebben. Het spoedeisend belang moet voor ieder afzonderlijk gedeelte van de vordering worden gesteld en bij betwisting aannemelijk worden gemaakt. Gelet op de aard van deze vorderingen is de spoedeisendheid gegeven.
4.4.
Verder is voor toewijzing van vorderingen in kort geding vereist dat de feiten en omstandigheden die aan de vorderingen ten grondslag zijn gelegd, voldoende aannemelijk zijn. Ook moet in voldoende mate waarschijnlijk zijn dat de vorderingen in een nog te voeren bodemprocedure zullen worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in een kort geding geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele gewone (bodem)procedure. De beoordeling in dit kort geding is dus slechts een voorlopig oordeel over het geschil.
Het concurrentiebeding is geldig (overeengekomen)
4.5.
Anders dan [gedaagde] heeft betoogd oordeelt de kantonrechter dat het concurrentiebeding voldoet aan de formele vereisten van artikel 7:653 lid 1 BW Pro. Het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van april 2025 is schriftelijk aangegaan en [gedaagde] was bij het aangaan van het beding meerderjarig. Dat achter de woorden
binnen een tijdvak van tweeeen nadere aanduiding van de tijdsduur ontbreekt, maakt het beding niet ongeldig omdat de kantonrechter voorshands voldoende aannemelijk acht dat [gedaagde] wist dat de duur van het beding twee
jarenbetrof. Die duur was immers ook opgenomen in de eerdere concurrentiebedingen en deze termijn was aangezegd in de brief van 22 september 2022. Een termijn van twee dagen, weken of maanden ligt ook niet voor de hand.
GG valt onder de reikwijdte van het concurrentiebeding
4.6.
Vaststaat dat GG een onderneming is waar een bedrijf of beroep wordt uitgeoefend gelijk, gelijkwaardig of aanverwant aan dat van Vlieg en dat GG binnen de geografische reikwijdte van het concurrentiebeding is gevestigd. Door bij GG in dienst te treden zoals [gedaagde] beoogde zou [gedaagde] het concurrentiebeding hebben overtreden. Ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde] geen werkzaamheden heeft verricht bij GG vanwege het risico op overtreding van het concurrentiebeding en de daarop gestelde boetes. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] toegelicht dat de arbeidsovereenkomst met GG is beëindigd. Dat er werkzaamheden zijn verricht voor GG, zoals Vlieg stelt, is niet gebleken. De conclusie is dan ook dat niet voldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagde] het concurrentiebeding heeft overtreden, zodat de vordering van Vlieg om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de contractuele boetes zal worden afgewezen.
Het bedrijfsdebiet van Vlieg
4.7.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Vlieg onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dat zij een voldoende zwaarwegend belang heeft bij toewijzing van het sub I,II en III in conventie gevorderde om haar bedrijfsdebiet te beschermen. Redengevend hiertoe is het volgende.
4.8.
Vaste rechtspraak verstaat onder bedrijfsdebiet: knowhow, goodwill, commerciële strategieën, interne werkprocessen en klantrelaties. Handhaving van een concurrentiebeding is gerechtvaardigd wanneer een werknemer uit hoofde van de functie beschikt over essentiële informatie of kennis van unieke werkprocessen en strategieën die de werknemer ten behoeve van een directe concurrent kan aanwenden, waardoor de nieuwe werkgever in de concurrentieslag met de oude werkgever in het voordeel is.
4.9.
Vlieg heeft gesteld dat zij over unieke systemen beschikt die niet algemeen of branchegebruikelijk zijn, die specifiek met de kennis en kunde van Vlieg zijn ontwikkeld doormiddel van ‘
trail and error’ en in de praktijk bewezen en effectief zijn. Ter zitting heeft Vlieg toegelicht dat gegevens uit deze unieke systemen precies aangegeven wanneer er contact gezocht moet worden met potentiële klanten van Vlieg en dat zij zich met name zorgen maakt over de wetenschap van deze systemen, zodat [gedaagde] deze kan toepassen op potentiële klanten van GG. Ter zitting heeft Vlieg toegelicht dat het haar om de kennis uit het systeem gaat en niet om het gebruik van het systeem zelf.
4.10.
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft Vlieg ook na vragen daartoe ter zitting niet voldoende aannemelijk kunnen maken welke concrete informatie [gedaagde] zou kunnen gebruiken waarmee GG een concurrentievoordeel zou verkrijgen. Voorop stelt de kantonrechter vast dat [gedaagde] nog geen jaar werkzaam is geweest als NVM-Makelaar bij Vlieg. Zij had geen managementfunctie en zij kreeg enkel de notulen van de directie- en makelaarsoverleggen; zij nam niet in persoon deel aan die overleggen. Verder is voldoende aannemelijk geworden dat de gegevens uit de systemen van Vlieg alleen verkregen kunnen worden na raadpleging van die systemen. Als [gedaagde] bij GG in dienst treedt beschikt zij niet over die systemen beschikt en dus ook niet over de informatie uit die systemen.
4.11.
Voor zover [gedaagde] kennis heeft van het systeem op zich en relevante data uit dat systeem geldt dat [gedaagde] met productie 8 voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat GG geen directe concurrent is van Vlieg. GG is een grotere organisatie, is actief in een ander marktsegment en opereert merendeels in een ander postcodegebied dan Vlieg. Daarbij richt GG zich naast aan- en verkoop van woningen op verhuuractiviteiten en taxaties. Daarmee is voldoende aannemelijk geworden dat GG, in het geval [gedaagde] bij Vlieg aan Vlieg eigen kennis heeft opgedaan, die kennis voor GG niet relevant is en haar geen concurrentievoordeel oplevert. Het standpunt van Vlieg dat zij ook een transactie heeft uitgevoerd voor een klant die in het segment van GG valt maakt het voorgaande niet anders.
4.12.
Daarbij komt dat Vlieg een voormalige collega makelaar niet heeft gehouden aan hetzelfde concurrentiebeding, terwijl deze medewerker veel langer NVM-Makelaar was bij Vlieg en bovendien in dienst is getreden bij een makelaarskantoor dat in hetzelfde geografische gebied werkzaam is als Vlieg. Ook dit is een aanwijzing dat kennis van de gestelde unieke systemen voor Vlieg voorshands niet doorslaggevend is om medewerkers aan het concurrentiebeding te houden, maar dat het Vlieg veeleer gaat om de persoon van de aanstaande ex-werknemer. Dat kan ook worden afgeleid uit de WhatsApp correspondentie die is gevoerd voorafgaand aan het sluiten van de laatste arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarin Vlieg heeft geschreven “
Afhankelijk van de situatie wil ik iemand er wel- of niet aan kunnen houden” . Overigens wordt overwogen dat [gedaagde] uit het bericht “
hij staat er bij iedereen in. Ook bij [naam 4] en dat isookopgelost”er redelijkerwijs op heeft mogen vertrouwen dat Vlieg [gedaagde] niet onverkort aan het concurrentiebeding zou houden.
4.13.
Tot slot geldt dat de door Vlieg gestelde belangen ook kunnen worden beschermd door de andere bedingen (het geheimhoudingsbeding, het relatiebeding – zie hieronder- en het intellectueel eigendomsbeding) die Vlieg met [gedaagde] is overeengekomen.
Belangen [gedaagde]
4.14.
Anders dan Vlieg is de kantonrechter met [gedaagde] van oordeel dat [gedaagde] onbillijk wordt benadeeld, wanneer zij onverkort door het concurrentiebeding zou worden gebonden. [gedaagde] is een jonge makelaar, 26 jaar oud, zij woont met haar partner in [woonplaats] en is voornemens dat nog lange tijd te zullen blijven doen en zij kan bij GG een aanzienlijke positieverbetering realiseren. De arbeidsvoorwaarden zijn beter omdat zij 25% meer loon zal ontvangen en haar is een aanbrengbonus van € 1.500,00 per nieuwe klant in het vooruitzicht gesteld. Ook zijn de carrièreperspectieven aanzienlijk gunstiger. Dat zij bij Vlieg ook kon doorgroeien zoals Vlieg betoogt is niet gebleken.
4.15.
Vlieg heeft ter zitting nog expliciet een beroep gedaan op (lagere) rechtspraak, waarin makelaars aan een concurrentiebeding zijn gehouden. Dat beroep kan haar niet baten, nu de feiten en omstandigheden in de voorliggende zaak onvoldoende vergelijkbaar zijn met de uitspraken waarnaar Vlieg verwijst.
4.16.
De conclusie is dat de belangenafweging in het voordeel van [gedaagde] uitvalt. De kantonrechter zal de vorderingen in conventie afwijzen en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen omtrent de concurrentiepositie van GG ten opzichte van Vlieg de subsidiaire vordering van [gedaagde] gedeeltelijk toewijzen en het concurrentiebeding schorsen met ingang van de datum van het vonnis, zodat [gedaagde] bij GG in dienst kan treden.
Relatiebeding
4.17.
Ten aanzien van het relatiebeding wordt het volgende overwogen. Het relatiebeding heeft een uitzonderlijk ruime reikwijdte, niet alleen voor wat betreft de duur, maar ook voor wat betreft het begrip ‘relatie’. Met [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat het beding door de formulering betrekking heeft op een voortdurend wisselend bestand van klanten, verkopers kopers, opdrachtgevers, prospects en andere zakelijke contacten over meerdere regio’s. Dat betekent [gedaagde] in feite geen werkzaamheden bij een ander makelaarskantoor kan verrichten zonder het risico te lopen door Vlieg te worden aangesproken op overtreding van het relatiebeding. Die voortdurende dreiging belemmert haar bij het vinden en uitoefenen van passende arbeid als NVM-Makelaar. Anders dan Vlieg betoogt, heeft [gedaagde] daarom een belang bij de beperking en duur van het relatiebeding zoals door verzocht.
4.17.
De kantonrechter ziet geen aanleiding het boetebeding dat op overtreding van het (door deze uitspraak vooralsnog gewijzigde) relatiebeding is gesteld te schorsen.
Conclusie
4.18.
De conclusie is dat de vorderingen in conventie zullen worden afgewezen en de subsidiaire vorderingen onder II en III in reconventie zullen worden toegewezen zoals hierna vermeld.
Proceskosten
4.19.
Vlieg is zowel in conventie als in reconventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
865,00
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
937,00
4.20.
De proceskosten van [gedaagde] in reconventie worden gelet op de samenhang met de conventie begroot op nihil.

5.5. De beslissing

De kantonrechter:
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van Vlieg af;
5.2.
veroordeelt Vlieg in de proceskosten van € 937,00, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de proceskostenveroordeling betreft;
in reconventie
5.4.
schorst het concurrentiebeding zodat [gedaagde] vanaf de datum van het vonnis bij GG in dienst kan treden;
5.5.
schorst het relatiebeding in de zin dat het beding geldt ter zake van relaties van de Vlieg vestiging te [locatie 1] waarmee [gedaagde] in de twaalf maanden voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst contact heeft gehad in het kader van haar werkzaamheden voor Vlieg én die op enig moment in die twaalf maanden een overeenkomst met Vlieg hebben gehad en beperkt de duur van het relatiebeding tot 12 maanden;
5.6.
veroordeelt Vlieg in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil;
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst het anders of meer gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter, bijgestaan door mr. H. Heida, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026.
61291