Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[handelsnaam]),
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 januari 2026 met producties,
- de conclusie van antwoord,
- de aanvulling op de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis van 13 maart 2026 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 6 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die in het dossier zijn gevoegd.
2.De zaak in het kort
3.De vordering van Freelancefactoring
4.De beoordeling
Pergamijndit bedrag aan Freelancefactoring zou moeten betalen. Daaruit leidt de kantonrechter af dat zij vindt dat niet zij, maar Pergamijn de facturen aan [gedaagde] moet betalen. Freelancefactoring beroept zich voor de terugbetaling van de koopsommen op artikel 7 van Pro de overeenkomst tussen partijen. Daarin staat: