ECLI:NL:RBAMS:2026:7115

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
12157287 \ CV EXPL 26-4501
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsverplichting voor onbetaalde energiefacturen bevestigd door digitale ondertekening

In deze civiele bodemzaak vordert Innova Energie betaling van € 5.996,34 aan openstaande facturen voor de levering van gas en elektriciteit aan een horecagelegenheid van de gedaagde. De gedaagde ontkent het sluiten van een contract en weigert te betalen.

De kantonrechter beoordeelt de overgelegde stukken, waaronder e-mails met contractbevestiging en een digitaal ondertekend contract via het mobiele nummer van de gedaagde. Ondanks het verweer dat de handtekening niet overeenkomt met die op het rijbewijs, wordt geoordeeld dat digitale ondertekening met een mobiel en sms-code rechtsgeldig is. Ook ontkent de gedaagde niet het telefoongesprek waarin hij toezegt te betalen.

De kantonrechter concludeert dat er een contract is gesloten en dat de gedaagde gehouden is tot betaling van de facturen, de buitengerechtelijke incassokosten van € 674,82 en de wettelijke handelsrente vanaf de dagvaarding. Tevens worden de proceskosten van Innova Energie aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12157287 \ CV EXPL 26-4501
Vonnis van 10 juli 2026
in de zaak van
INNOVA ENERGIE B.V.,
gevestigd te Delft,
eiseres,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde] (H.O.D.N. [handelsnaam] ),
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. A. el Kadi.
Partijen worden hierna Innova Energie en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 11 maart 2026 met producties,
- het proces-verbaal met het mondeling verweer van [gedaagde] van 9 april 2026,
- de aanvullende producties van Innova Energie,
- het tussenvonnis van 23 april 2026 waarin de mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan de griffier zittingsaantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte wijst de kantonrechter vandaag vonnis.

2.Kern van de zaak

2.1.
Deze zaak draait om de vraag of [gedaagde] de facturen van Innova Energie moet betalen. Innova Energie vordert betaling van € 5.996,34 aan openstaande facturen voor de levering van gas en elektriciteit aan een horecagelegenheid van [gedaagde] aan de [adres] , [plaats] . [gedaagde] ontkent ooit een contract gesloten te hebben met Innova Energie en vindt dus dat hij de facturen niet hoeft te betalen.
2.2.
De kantonrechter komt tot de conclusie dat [gedaagde] de facturen wel moet betalen, omdat uit de stukken blijkt dat hij met Innova Energie een contract heeft afgesloten. Hieronder volgt de toelichting op dit oordeel.

3.De beoordeling

3.1.
Innova Energie vordert betaling van vijf facturen van in totaal € 5.996,34. Hieronder een overzicht van de facturen met vervaldatum, factuurnummer en bedrag.
3.2.
Ter onderbouwing van haar factuur, heeft Innova Energie een aantal stukken overgelegd. [gedaagde] heeft mondeling verweer gevoerd en heeft op de zitting zijn standpunten toegelicht. Hij heeft zijn verweer niet onderbouwd met documenten.
3.3.
Om te kunnen beoordelen of partijen een contract hebben afgesloten en zo ja, wat zij daarin hebben afgesproken, zijn de volgende documenten die Innova Energie heeft ingebracht relevant.
3.4.
Ten eerste een e-mail van Innova Energie van 16 maart 2023 aan [e-mailadres] . In de aanhef van de e-mail staat:
“Alstublieft, uw contract voor [handelsnaam] ”. Dit is de eenmanszaak van [gedaagde] en [gedaagde] heeft op de zitting erkend dat dit zijn e-mailadres is. In de mail staat vermeld dat [gedaagde] een contract is aangegaan met Innova Energie voor de levering van gas en elektriciteit. De startdatum, het klantnummer en termijnbedrag staan in de e-mail vermeld. De contractbevestiging is in de bijlage bijgevoegd. Het mobiele nummer dat op de contractbevestiging staat, is van [gedaagde] . Over deze mail heeft [gedaagde] uitgelegd dat hij inderdaad had gesproken met een tussenpersoon die voor Innova Energie klanten wierf. Op het aanbod van deze tussenpersoon is [gedaagde] echter niet ingegaan omdat hij al klant was bij een andere energieleverancier. Hij is dus nooit akkoord gegaan met het sluiten van een energiecontract.
3.5.
Ten tweede een e-mail van 26 juni 2023 van Innova Energie aan hetzelfde e-mailadres van [gedaagde] . Deze e-mail bevat het daadwerkelijke contract – en niet alleen een contractbevestiging – op naam van [handelsnaam] . Op de zitting hebben partijen gediscussieerd over de vraag of en zo ja, hoe, dit contract door [gedaagde] is ondertekend. Volgens [gedaagde] heeft hij dit helemaal niet gedaan. De handtekening op de overeenkomst verschilt ook sterk van die op zijn rijbewijs. Deze heeft hij op de zitting laten zien en de kantonrechter heeft geconstateerd dat deze handtekening inderdaad sterk afwijkt van die op het contract. Volgens Innova Energie heeft hij met zijn mobiel ondertekend. Dit staat ook vermeld op de overeenkomst: deze is ondertekend door een mobiel nummer van [gedaagde] , op 15 maart 2023 om 15:24 uur vanaf een bepaald IP-adres.
3.6.
De kantonrechter redeneert als volgt. Om te beginnen is het een feit van algemene bekendheid dat een overeenkomst digitaal kan worden ondertekend met een mobiel. Er wordt dan een sms-bericht met een code erin verzonden die voor de ondertekening moet worden ingevuld. Innova Energie heeft een contract overgelegd ondertekend met het mobiele nummer van [gedaagde] en heeft hiermee voldoende onderbouwd dat [gedaagde] op 15 maart 2023 digitaal heeft ondertekend. Dit is ook in lijn met de bevestigingsmail van 16 maart 2023 met daarin zijn gegevens en duidelijke vermelding dat het gaat om het afsluiten van een contract.
3.7.
Verder blijkt niet uit de stukken dat [gedaagde] via het Buurtteam heeft geprotesteerd tegen de maandelijkse afschrijvingen, zoals hij heeft gesteld. Uit de contactgeschiedenis van Innova Energie blijkt dat het Buurtteam alleen heeft geïnformeerd naar de openstaande schuld en dat Innova Energie hierover heeft gebeld met [gedaagde] op 9 september 2023, waarbij hij heeft toegezegd te gaan betalen. [gedaagde] heeft zijn ontkenning dat dit gesprek heeft plaatsgevonden niet onderbouwd, waardoor de kantonrechter Innova Energie hierin volgt.
3.8.
Dit betekent dat Innova Energie voldoende heeft onderbouwd dat [gedaagde] een betalingsverplichting met haar is aangegaan die hij ook moet nakomen, zoals hij op 9 september 2023 ook heeft bevestigd.
Conclusie en overige kosten
3.9.
De kantonrechter komt tot de conclusie dat Innova Energie recht heeft op betaling van haar facturen en zal daarom de vordering toewijzen. De veroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat [gedaagde] de vordering ook moet betalen als hij besluit hoger beroep in te stellen. Hij mag dan niet het hoger beroep afwachten voordat hij gaat betalen.
3.10.
Innova Energie vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 Burgerlijk Pro Wetboek en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Innova Energie heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Innova Energie heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 674,82 worden toegewezen.
3.11.
De door Innova Energie gevorderde wettelijke handelsrente wordt ook toegewezen. Deze bedraagt per datum dagvaarding € 1.031,13. Zoals ter zitting besproken en door Innova Energie bevestigd, moet de in het dictum genoemde datum dagvaarding 11 maart 2026 zijn.
3.12.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van Innova Energie betalen. De proceskosten van Innova Energie worden vastgesteld op:
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,-)
- griffierecht
559,00
- dagvaardingskosten
125,57
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.548,57

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Innova Energie te betalen een bedrag van € 7.702,29, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 5.996,34, met ingang van 11 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Innova Energie te betalen een bedrag van € 674,82 aan buitengerechtelijke kosten,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Innova Energie van € 1.548,57 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Sullivan, kantonrechter, bijgestaan door mr. Z.A. Mees, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.