ECLI:NL:RBAMS:2026:7125

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
C/13/770367
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 827 lid 1 sub e RvArt. 7:266 lid 5 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing huurrecht na echtscheiding ondanks betwisting huiselijk geweld

De rechtbank Amsterdam heeft op 23 juli 2026 de echtscheiding uitgesproken tussen partijen, gehuwd sinds 28 november 2006, omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht.

Beide partijen vorderden het huurrecht van de echtelijke woning. De vrouw stelde dat zij slachtoffer was van huiselijk geweld en dat zij vanwege gezondheidsproblemen en dakloosheid meer belang had bij de woning. De man betwistte het huiselijk geweld en stelde dat hij geen alternatief onderkomen heeft en dat de vrouw zelf de woning heeft verlaten.

De rechtbank stelde vast dat het huiselijk geweld niet is bewezen en dat de vrouw tot januari 2027 kan verblijven in een passantenhotel met hulpverlening. Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van een alternatief voor de man, werd het huurrecht aan de man toegewezen en het verzoek van de vrouw afgewezen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheiding, en tegen de beslissing is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank wijst het huurrecht van de echtelijke woning toe aan de man en spreekt de echtscheiding uit.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/770367 / FA RK 25-4211
Datum uitspraak: 23 juli 2026
Beschikking echtscheiding
in de zaak van
[de man],
hierna te noemen de man,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. B.J. den Hartog uit Amsterdam,
en
[de vrouw],
volgens de huwelijksakte: [de vrouw] ,
hierna te noemen de vrouw,
ingeschreven op het adres van de echtelijke woning te [woonplaats] , feitelijk verblijvend elders,
advocaat mr. C.R. Hettema uit Amsterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de man, ontvangen op 3 juni 2025;
- het verweerschrift van de vrouw met bijlage(n), met daarin een zelfstandig verzoek, ontvangen op 29 september 2025;
- het verweerschrift van de man op het zelfstandige verzoek van de vrouw.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij waren aanwezig partijen en hun advocaten. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, de man aan de hand van een pleitnota. De behandeling van de zaak is gesloten en vervolgens is beschikking bepaald op heden.

2.Wat vaststaat

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op 28 november 2006 in Amsterdam .
2.2.
Bij beschikking van 3 december 2025 heeft deze rechtbank in het kader van voorlopige voorzieningen bepaald dat de vrouw tot 3 maart 2026 en de man met ingang van 3 maart 2026 het voorlopig uitsluitend gebruik van de echtelijke woning heeft.
De verzoeken
2.3.
Beide partijen hebben verzocht de echtscheiding uit te spreken en aan hen het huurrecht van de echtelijke woning toe te wijzen.
2.4.
Op de standpunten van partijen wordt hieronder nader ingegaan.

3.beoordeling

De echtscheiding
3.1.
De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit zoals door beide partijen is verzocht, omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
Het huurrecht van de echtelijke woning
3.2.
De vrouw heeft ter toelichting van haar zelfstandige verzoek het volgende naar voren gebracht. Er was sprake van huiselijk geweld van de man jegens de vrouw. De man was zeer agressief naar de vrouw toe. De vrouw is door de man uit de woning gejaagd. De vrouw heeft aangifte bij de politie gedaan. De politie doet volgens haar niets met de zaak. De vrouw wil terug in de echtelijke woning en ze wil dat de man het uitsluitend gebruik ervan voorlopig aan haar laat. Ze heeft haars inziens meer belang bij de woning dan de man. De vrouw heeft verschillende lichamelijke en geestelijke problemen, onder meer hartklachten en schildklierproblemen en zij heeft last van angst. De vrouw is al geruime tijd dakloos en zwervend. Ze kan nergens voor langere tijd terecht. Ze maakt geen kans op een betaalbare woning, anders dan de echtelijke woning via het medehuurderschap. Zij kan anders dan de man stelt niet terecht bij haar ouders. Haar ouders hebben de kinderen van partijen al langere tijd in huis en de vrouw kan niet bij de kinderen verblijven, dat mag niet. De vrouw ontvangt een bijstandsuitkering, Ook de Straatalliantie heeft haar niet kunnen helpen. De vrouw heeft haar stellingen onderbouwd met een brief van de zorgverzekering en een brief van HvO Querido. Op de mondeling behandeling heeft de vrouw naar voren gebracht dat zij op dit moment in het passantenhotel verblijft en daar kan blijven tot januari 2027. De man is beter dan de vrouw in staat om een alternatieve woning te vinden en te bekostigen. Hij kan ook terecht bij zijn vriendin in Engeland.
3.3.
De man heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de vrouw en zijnerzijds eveneens het verzoek gedaan om het huurrecht van de woning toegedeeld te krijgen. De man heeft daartoe het volgende naar voren gebracht.
De man betwist dat er sprake zou zijn geweest van huiselijk geweld. De vrouw onderbouwt haar standpunt ook in deze procedure niet met stukken en daarom moet zij dit ook niet meer aanvoeren. De vrouw volgt telkens hetzelfde patroon: elke keer als er “relatieproblemen” zijn komt de vrouw in crisis, gaat zij zelf weg uit de echtelijke woning en beschuldigt zij de man van gewelddadig gedrag. In de procedure in voorlopige voorzieningen is genoegzaam aangetoond dat de verwijten van de vrouw de man niet raken en aldus dat dat vermeende gedrag geen grond kan zijn de woning niet aan de man toe te kennen.
De man heeft geen ander onderkomen dan de litigieuze woning en toekenning van de woning aan de vrouw betekent voor hem een leven op straat. De man is afgekeurd door een val van grote hoogte dertig jaar geleden. Zijn benen zijn toen zwaar getroffen. Zijn pezen zijn doorgesneden. Er waren in 2012 schulden en toen zijn partijen onder bewind gesteld. De man ontvangt een DWI uitkering. De schulden zijn inmiddels afbetaald maar de man laat de bewindvoering doorlopen. De man heeft destijds voorrang gekregen voor de echtelijke woning. De man heeft zich daarom niet opnieuw ingeschreven voor andere woningen. Dit huis is de plek waar de man is opgegroeid, iedereen kent in de buurt en waar hij zich thuis voelt. Hij kan en wil nergens anders wonen. De vrouw is zelf weggelopen. Voor de man is het moeilijker alternatieve woonruimte te vinden, de man heeft tien jaar op straat geleefd. De opvang helpt de vrouw eerder dan de man. De vrouw heeft haar ouders nog, de man heeft niets en niemand. De familie van de vrouw exploiteert een huis, zij kan daar in uiterste gevallen ook terecht, aldus de man.

4.De beoordeling

4.1.
In geval van echtscheiding kan de rechter op grond van artikel 827 lid 1 sub e van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in samenhang bezien met artikel 7:266 lid 5 BW Pro op verzoek van een echtgenoot bepalen wie van de echtgenoten huurder van de woonruimte zal zijn. Voor toewijzing van het huurrecht van de voormalige echtelijke woning aan één van de echtgenoten moet een afweging van de belangen van de man en de vrouw worden gemaakt.
4.2.
De rechtbank constateert dat beide partijen belang hebben bij het verkrijgen van het huurrecht. Voor beide partijen zal het vinden van een alternatieve betaalbare huurwoning in de regio [regio] niet eenvoudig zijn.
4.3.
Dat er sprake is geweest van huiselijk geweld van de man richting de vrouw is niet vast komen te staan. De man heeft dit weersproken en de vrouw heeft haar stelling tegenover deze betwisting in deze procedure niet nader onderbouwd. De rechtbank zal bij deze stand van zaken met deze stelling van de vrouw daarom geen rekening houden bij de afweging van de belangen.
4.4.
Beide partijen hebben gezondheidsproblemen die maken dat zij belang hebben bij verkrijging van het huurrecht. De rechtbank acht de gezondheids- en geestelijke problemen van de één niet doorslaggevend ten opzichte van de ander. Het is beide partijen tot op heden ook gelukt om tijdelijk elders onderdak te vinden.
4.5.
Er bestaan naar het oordeel van de rechtbank ook geen belangrijke verschillen in de inkomens van partijen - beiden ontvangen een uitkering - zodat er geen financiële belangenafweging plaats kan vinden.
4.6.
Doorslaggevend voor de rechtbank in deze is het volgende. De vrouw verblijft sinds 3 maart jl. in het passantenhotel waar zij tot in ieder geval januari 2027 kan verblijven. De hulpverlening is met de vrouw in overleg over de mogelijkheden om daarna onderdak te vinden. De situatie van de vrouw is zeker niet ideaal, maar zij heeft in ieder geval voor de komende maanden onderdak. Dat de man op dit moment een dergelijk alternatief heeft, is niet gebleken. Het belang van de man bij de toedeling van het huurrecht weegt in deze zin voor de rechtbank zwaarder dan dat van de vrouw. De rechtbank zal het verzoek van de man dan ook toewijzen en het verzoek van de vrouw afwijzen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
spreekt de
echtscheidinguit tussen partijen, gehuwd te Amsterdam op 28 november 2006;
5.2.
bepaalt dat de man huurder zal zijn van de woning aan het adres [adres] met ingang van de dag waarop de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheiding.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.B. Sluijs, rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M. van den Berg, griffier op 23 juli 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.