ECLI:NL:RBAMS:2026:7133

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789465 / FA RK 26/4760
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg met beperkte duur en vormen van zorg

De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 juli 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een psychotische stoornis met grootheidswanen binnen een schizo-affectieve stoornis.

De raadsman van betrokkene voerde aan dat er geen sprake was van ernstig nadeel, onder meer omdat betrokkene een betalingsregeling had getroffen en alternatieven zoals bewindvoering mogelijk waren. De verpleegkundig specialist stelde echter dat er sprake was van dreigende uithuiszetting door niet-betaalde huur en elektra, en dat betrokkene zorg nodig had die zij niet vrijwillig accepteerde.

De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk sprake was van ernstig nadeel in de vorm van maatschappelijke teloorgang veroorzaakt door de stoornis. Er waren geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden, waardoor verplichte zorg noodzakelijk werd geacht. De rechtbank wees de zorgmachtiging toe voor zes maanden, met specifieke vormen van zorg zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting en toezicht, waarbij de duur van sommige zorgvormen werd beperkt tot maximaal één week of twee maanden.

De zorgmachtiging is evenredig en effectief geacht, met inachtneming van de veiligheid en het bevorderen van maatschappelijke deelname. Het verzoek tot meer of andere vormen van zorg werd afgewezen. De beschikking is op 3 juli 2026 mondeling gegeven en op 9 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met beperkte en aangepaste vormen van verplichte zorg om ernstig nadeel te voorkomen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/789465 / FA RK 26/4760
kenmerk: ZM/IND/203342
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 3 juli 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1961 te [geboorteplaats] (Suriname),
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. K.R. Lieuw On te Amsterdam
zorgaanbieder: Arkin.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 15 juni 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026 op het thuisadres van betrokkene.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- mw. [naam], verpleegkundig specialist;
- 2 dochters van betrokkene.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis met grootheidswanen in het kader van een schizo-affectieve stoornis.
2.2.
De advocaat heeft gepleit voor afwijzing van het verzoek. Er is volgens betrokkene geen sprake van ernstig nadeel. Betrokkene heeft naar eigen zeggen een betalingsregeling getroffen dus de mogelijke zorg om het verlies van haar huis en daarmee maatschappelijke teloorgang is daarmee weggenomen. Daarnaast kan er ook bewind worden ingesteld, een minder ingrijpend alternatief. De agressie naar derden is niet onderbouwd en psychische schade is geen grond omdat bij elke psychische stoornis sprake is van psychische schade.
2.3.
De verpleegkundig specialist heeft aangegeven dat er uithuiszetting dreigde omdat betrokkene al zes maanden de huur en elektra niet had betaald. Er is al bewind aangevraagd, maar daar is enige tijd voor nodig. Thuis wordt de zorg afgehouden en waren er geen ingangen meer terwijl betrokkene wel zorg nodig heeft. Als betrokkene de zorg niet accepteert behoort een opname tot de mogelijkheden voor een behandeling.
2.4.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de medische verklaring en de toelichting van de verpleegkundig specialist ter zitting, er sprake is van ernstig nadeel in de vorm van maatschappelijke teloorgang. De situatie die is ontstaan is zeer zorgelijk en de keuze om geen huur te betalen is veroorzaakt door de stoornis. De situatie moet eerst gestabiliseerd worden en betrokkene zal (weer) medicatie moeten nemen. Samen met de familie moet worden gekeken of betrokkene bereid is om dat thuis in te nemen of dat een opname toch nodig is.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten (
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene (
  • onderzoek aan kleding of lichaam (
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen (
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen (
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie (
De rechtbank bepaalt dat verplichte zorg die hoort bij de verplichte zorg ‘
opnemen in een accommodatie’ anders dan door de officier van justitie is verzocht en in het zorgplan is vermeld, in duur worden beperkt en gelijk worden gesteld aan de termijn van de verplichte zorg die hoort bij ‘
opnemen in een accommodatie’. De rechtbank wijst deze vormen van zorg toe voor de duur van telkens maximaal twee maanden. Voorts wijst de rechtbank ‘
insluiten’en ‘
uitoefenen van toezicht op betrokkene’toe voor de duur van maximaal één week.
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Hetgeen namens en door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1961 te [geboorteplaats] (Suriname), inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
wijst af het meer of anders verzochte;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 3 januari 2027.
Deze beschikking is op 3 juli 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. M. van der Kaay, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 9 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.