Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlagedie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Rechtbank Amsterdam
Op 17 juli 2023 viel verdachte, onder invloed van alcohol, op het fietspad nadat hij was uitgestapt uit een tram. Hierdoor kwam een fietser ten val en liep zwaar lichamelijk letsel op. De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring van schuld op grond van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 en artikel 308 Wetboek Pro van Strafrecht, stellende dat verdachte door zijn val aanmerkelijke schuld had aan het ongeval.
De verdediging voerde aan dat het enkel drinken van alcohol en de val niet voldoende zijn voor schuld in strafrechtelijke zin. De rechtbank oordeelde dat voor voetgangers geen alcoholnormen gelden zoals voor fietsers en automobilisten, en dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte zich zodanig schuldig heeft gemaakt aan het ongeval.
De rechtbank sprak verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a Sr niet van toepassing is. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van schuld aan het verkeersongeval en het toegebrachte letsel.