ECLI:NL:RBAMS:2026:7176

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
C/13/787793 / KG ZA 26-396 MK/EV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot nieuwe taxatie woning Portugal en toewijzing verkoop woning Nederland

Partijen zijn in 2010 in Portugal getrouwd en in 2025 door de rechtbank Amsterdam gescheiden met een beschikking over de verdeling van hun huwelijksgemeenschap, waaronder twee woningen: een in Portugal en een in Nederland.

De vrouw vordert in kort geding dat de man meewerkt aan een nieuwe taxatie van de woning in Portugal, omdat zij de door de man overgelegde taxatie ondeugdelijk acht. De man verzet zich hiertegen en stelt dat de taxatie volgens het door de rechtbank bepaalde spoorboekje is uitgevoerd. De rechtbank oordeelt dat de discussie over de taxatie in hoger beroep thuishoort en wijst de vordering van de vrouw af.

In reconventie vordert de man vervangende toestemming om namens de vrouw de woning in Nederland te verkopen en de vrouw te verplichten mee te werken aan het verkoopproces. De rechtbank stelt vast dat de vrouw de verkoop onnodig vertraagt en dat de woning volgens het spoorboekje verkocht moet worden. De rechtbank verleent de man vervangende toestemming, veroordeelt de vrouw tot medewerking en legt een dwangsom op bij niet-naleving.

De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Vordering tot nieuwe taxatie woning Portugal afgewezen; man krijgt vervangende toestemming voor verkoop woning Nederland met dwangsom bij niet-medewerking vrouw.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/787793 / KG ZA 26-396 MK/EV
Vonnis in kort geding van 13 juli 2026
in de zaak van
[de vrouw],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie bij dagvaarding van 4 juni 2026,
verwerende partij in reconventie,
advocaat: mr. J. du Bois,
tegen
[de man],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
advocaat: mr. H. Vosmeijer.
Partijen worden hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ genoemd.

1.De procedure

Op de mondelinge behandeling van 29 juni 2026 is de vrouw verschenen met mr. Du Bois. De man was aanwezig met mr. Vosmeijer. De vrouw heeft de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht aan de hand van een pleitnota. De man heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord en een pleitnota. Ook heeft hij een tegenvordering (eis in reconventie) ingesteld die door de vrouw is bestreden. Beide partijen hebben producties ingediend. Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn in 2010 getrouwd in Portugal. Bij beschikking van 15 augustus 2025 is door deze rechtbank de echtscheiding uitgesproken en de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap vastgesteld.
2.2.
Tot de gemeenschap van partijen behoort onder meer de woning aan de [adres 1] , Portugal, inclusief bijbehorende percelen (hierna: de woning in Portugal) en de woning aan de [adres 2] (hierna: de woning in [plaats] ). De man verblijft in de woning in Portugal en de vrouw verblijft in de woning in [plaats] . Ten aanzien van de woningen zijn in de beschikking van 15 augustus 2025 spoorboekjes opgenomen om tot verdeling te komen.
2.3.
Ten aanzien van de taxatie van de woning in [plaats] heeft de vrouw haar keuze gemaakt uit de door de man voorgestelde makelaars. De taxatie is door makelaar [bedrijf] verricht op 11 september 2025 waarbij de taxatiewaarde is bepaald op
€ 620.000.
2.4.
Ten aanzien van de taxatie van de woning in Portugal heeft de man zijn keuze gemaakt uit de door de vrouw voorgestelde makelaars. Partijen moesten volgens het spoorboekje binnen veertien dagen na die keuze aan de gekozen makelaar gezamenlijk de opdracht geven de woning in Portugal te taxeren tegen de actuele waarde. De man heeft twee documenten (zowel ten aanzien van de woning als van de aangrenzende percelen) overgelegd, verricht door [naam 1] , [functie] bij Re/Max White.
2.5.
De vrouw heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 15 augustus 2025, onder meer tegen de afwijzing van het voortgezet gebruik door haar van de woning in [plaats] en tegen de taxatiewaarde van de woning in Portugal. De mondelinge behandeling van het hoger beroep staat gepland op 13 augustus 2026.

3.Het geschil in conventie

3.1.
Samengevat vordert de vrouw om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
I. de man op straffe van een dwangsom te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan een taxatie van de woning met tuin, boomgaard en bijbehorende percelen aan de [adres 1] , Portugal, door de heer [naam 2] , architect en gecertificeerd Perito Avaliador (CMVM-registratie PAI/2016/0201), verbonden aan VRZ - Consultores de Avaliação e Planeamento Imobiliário, door:
- een afspraak te maken met de heer [naam 2] voor een bezichtiging van het volledige onroerend goed, waaronder de woning, de volledige tuin inclusief boomgaard en barbecuegedeelte, en de twee aangrenzende percelen;
- aan de heer [naam 2] toegang te verlenen tot het onroerend goed en alle daarvoor benodigde documentatie te overleggen, waaronder kadastrale uittreksels, registratiedocumenten en eventuele vergunningen;
II. de man te veroordelen in de proceskosten, inclusief nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.
3.2.
De vrouw legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. De beschikking van 15 augustus 2025 bevat een uitdrukkelijk stappenplan voor de taxatie van de woning in Portugal. Het rapport dat door de man is overgelegd is echter geen taxatie, maar een vergelijkende marktanalyse (prijsindicatie). Het document bevat onjuiste en onvolledige informatie, draagt geen handtekening van een gecertificeerde deskundige en is bovendien niet opgesteld door de makelaar die door de man was geselecteerd, maar door een medewerker van een ander filiaal van dat bedrijf. De man is op grond van de beschikking gehouden alsnog zijn medewerking te verlenen aan een deugdelijke taxatie, maar dat doet hij niet. Zonder medewerking van de man kan geen onafhankelijke waardebepaling worden uitgevoerd en kan de verdeling niet worden voltooid. Tegelijkertijd zet de man de vrouw wel onder druk om de gezamenlijke woning in [plaats] zo snel mogelijk te verkopen, terwijl een deugdelijke taxatie van de woning in Portugal ontbreekt.
3.3.
De man voert verweer. De taxatie van de woning in Portugal is geheel gedaan volgens het door de rechtbank gegeven spoorboekje. De vrouw heeft drie makelaars aangedragen waarvan de man er een heeft gekozen. Het resultaat is een getaxeerde waarde van € 144.756. Het is niet de bedoeling dat daarover achteraf alsnog discussie gevoerd kan worden en zeker niet dat in kort geding een nieuwe taxatie door een geheel andere, eenzijdig gekozen, taxateur kan worden afgedwongen. Uit de mailwisseling tussen partijen blijkt overigens dat de vrouw zelfs al contact heeft gehad met Re/Max White, voordat zij het aan de man voorstelde. Mocht een herbeoordeling van de gedane taxatie aan de orde zijn, dan moet dat in hoger beroep aan de orde worden gesteld.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.Het geschil in reconventie

4.1.
Op zijn beurt vordert de man samengevat:
I. hem te machtigen/vervangende toestemming te verlenen om namens de vrouw opdracht te verstrekken aan [bedrijf] om het verkooptraject met betrekking tot de woning aan de [adres 2] te starten en te voltooien en daarbij alle handelingen namens haar te verrichten in verband met (herstel)werkzaamheden die in het kader van het verkoopproces nodig zijn;
II. hem te machtigen/vervangende toestemming te verlenen voor de levering van de onder I. genoemde onroerende zaak aan de koper;
III. de vrouw te gebieden uiterlijk drie weken voor de geplande levering aan de koper de woning te ontruimen, te verlaten en deze ontruimd te houden, onder afgifte van alle sleutels aan de man/ [bedrijf] ;
IV. de vrouw te veroordelen haar medewerking te verlenen aan alle handelingen in verband met (herstel)werkzaamheden die in het kader van het verkoopproces nodig zijn in en om de woning;
V. aan de veroordelingen onder III. en IV. een dwangsom te verbinden van € 2.500 per dag(deel) dat de vrouw daaraan niet voldoet;
VI. voor het geval de vrouw niet aan de veroordeling genoemd onder III. voldoet, de man te machtigen te bewerkstelligen dat de vrouw met behulp van de deurwaarder en de sterke arm op haar kosten zal worden ontruimd;
VII. te bepalen dat de kosten in verband met de makelaar, herstelwerkzaamheden en de levering voor rekening van partijen ieder voor de helft komen;
VIII. de vrouw te veroordelen in de proceskosten.
4.2.
De man stelt dat de taxatie van de woning in [plaats] volgens het spoorboekje is uitgevoerd. De termijn die de vrouw kreeg om de woning over te nemen is verstreken. Dat betekent dat de woning moet worden verkocht. De vrouw geeft daarvoor echter geen toestemming. In de beschikking van 15 augustus 2025 staat weliswaar dat de man de verkoopopdracht ook namens de vrouw mag geven, maar dat biedt de makelaar kennelijk onvoldoende duidelijkheid om daadwerkelijk tot verkoop over te gaan. De man heeft zijn deel van de overwaarde in de woning nodig om een ander eigen onderkomen te kunnen financieren. De rechtbank heeft overwogen dat de man, als hij in Nederland is, samen met de vrouw in de woning kan verblijven, maar de vrouw maakt hem dat feitelijk onmogelijk door ten onrechte de politie te bellen als de man zich bij de woning meldt. De vrouw weet al dat zij de woning niet kan overnemen, maar houdt de verkoop feitelijk tegen. Haar standpunt dat zij eerst de waardering van de woning in Portugal moet afwachten dient slechts om tijd te rekken. Zij doet er alles aan om zo lang mogelijk (alleen) in de woning te kunnen blijven.
4.3.
De vrouw voert verweer. De man weigert de juiste volgorde in te zien. Zij wenst te kunnen beoordelen of zij de woning in [plaats] kan overnemen. Dat kan zij niet, nu er geen deugdelijke taxatie ligt van de woning in Portugal. Toewijzing van de vordering van de man zou er bovendien toe leiden dat de vrouw dakloos wordt.

5.De beoordeling

in conventie
5.1.
Het uitgangspunt is de beschikking van deze rechtbank van 15 augustus 2025, die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Daarin is een stappenplan opgenomen voor de wijze waarop de woning in Portugal getaxeerd moet worden.
5.2.
Het staat vast dat partijen uitvoering hebben gegeven aan de wijze van taxatie zoals door de rechtbank is bepaald, in die zin dat de vrouw drie makelaars heeft voorgesteld en de man er daarvan één heeft gekozen.
5.3.
De vrouw heeft gesteld dat de uitgevoerde taxatie ondeugdelijk is. Volgens de vrouw is de makelaar de woning niet eens binnen geweest en in het rapport ontbreken onder meer vierkante meters, percelen en een slaapkamer. Dat is door de vrouw echter niet onderbouwd. Verder geldt dat tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding de advocaat van de vrouw desgevraagd heeft bevestigd dat het de insteek van dit kort geding is een nieuwe taxatie te krijgen waarvan de uitkomst in de plaats komt van de reeds uitgevoerde taxatie. Dat hoort niet thuis in dit kort geding maar in hoger beroep, wat inmiddels ook is ingesteld. Er wordt dan ook geen aanleiding gezien om een voorlopige voorziening te treffen in de vorm van een veroordeling van de man om zijn medewerking te verlenen aan een nieuwe taxatie voor dat doel. De vorderingen van de vrouw worden derhalve afgewezen.
in reconventie
5.4.
Ook ten aanzien van de woning in [plaats] geldt de beschikking van 15 augustus 2025 als uitgangspunt.
5.5.
Niet in geschil is dat partijen volgens het spoorboekje een makelaar hebben gekozen, die de woning vervolgens heeft getaxeerd. De volgende stap is dat de vrouw gedurende drie maanden nadat het taxatierapport is opgemaakt de gelegenheid krijgt om de man onderbouwd te berichten dat zij de woning tegen de taxatiewaarde kan overnemen. Vervolgens krijgt zij vanaf dat bericht een maand de tijd om de levering te laten plaatsvinden. Ook is bepaald dat de woning verkocht en geleverd moet worden aan een derde indien binnen of na verloop van deze periode (van in totaal vier maanden) blijkt dat de vrouw de woning niet kan overnemen, dan wel deze niet is geleverd aan de vrouw. Indien partijen niet binnen veertien dagen na de mededeling dat de overname niet lukt, dan wel nadat de termijn voor levering aan de vrouw is verstreken, gezamenlijk een verkoopopdracht hebben gegeven, is ieder van partijen afzonderlijk bevoegd de makelaar die ook de taxatie heeft uitgevoerd – mede als vertegenwoordiger van de ander – opdracht tot verkoop te geven.
5.6.
De vrouw heeft aangevoerd dat het uitblijven van een volgens haar deugdelijke taxatiewaarde van de woning in Portugal ervoor zorgt dat zij niet weet of zij de man in de woning in [plaats] kan uitkopen – en dus de woning kan overnemen. In de beschikking van 15 augustus 2025 is echter geen volgordelijkheid aangebracht, zoals de vrouw suggereert, in het taxeren en/of verkopen van de woningen. Dat betekent dat de vrouw nu niet de voorwaarde kan stellen dat de waardebepaling of verkoop van de woning in Portugal moet zijn voltooid, voordat zij kan overgaan tot de financiering van de woning in [plaats] . De rechtbank heeft haar een termijn van drie maanden gegeven en daar heeft zij zich aan te houden. Bovendien kon zij uitgaan van de taxatiewaarde van € 144.756, die geldt zolang in hoger beroep daarover niet is beslist. Aangezien het taxatierapport van de woning in [plaats] dateert van 24 september 2025, is de termijn voor de vrouw om de man te berichten dat zij de woning kan overnemen verstreken. Dat betekent dat de woning moet worden verkocht aan een derde.
5.7.
Het belang van de vrouw om niet op straat te belanden weegt zwaar, maar daar staat tegenover het belang van de man om uitvoering te geven aan de beschikking zoals door de rechtbank is bepaald. Er zijn onvoldoende gewijzigde omstandigheden sinds de rechtbank zich over deze zaak heeft gebogen. Ook als hoger beroep is ingesteld moet, totdat anders is beslist, uitvoering worden gegeven aan de beschikking. De man heeft er belang bij dat de woning in [plaats] wordt verkocht, zodat hij nieuwe woonruimte kan financieren. Dit geldt overigens evengoed voor de vrouw ten aanzien van de woning in Portugal, maar daar is het de vrouw die het proces heeft vertraagd waardoor betaling van een uitkoopsom langer op zich laat wachten. Een belangenafweging leidt derhalve niet tot een andere uitkomst.
5.8.
De man heeft volgens de beschikking reeds de afzonderlijke bevoegdheid om de makelaar opdracht tot verkoop te geven. De man zegt echter dat de makelaar, [bedrijf] , niet wil overgaan tot verkoop van de woning omdat de vrouw haar geen toestemming verleent. Om die reden vordert de man onder meer vervangende toestemming aan verkoop en levering van de woning, maar ook ontruiming van de woning, zo nodig met behulp van de sterke arm. Er wordt echter geen aanleiding gezien te veronderstellen dat de vrouw verder niet zal meewerken aan het spoorboekje uit de beschikking, nu de uitvoering daarvan is blijven steken bij de overname door de vrouw wegens de gestelde volgordelijkheid. Daarover is in dit kort geding beslist. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om meer toe te wijzen dan hetgeen is bepaald in de beschikking, zoals nu is gevorderd door de man. De vrouw wordt veroordeeld om mee te werken aan het spoorboekje (ten aanzien van de woning in [plaats] ) uit de beschikking van 15 augustus 2025, zoals uitgewerkt in de beslissing van dit vonnis. Daar wordt slechts aan toegevoegd dat de vrouw medewerking moet verlenen aan alle handelingen en/of toestemmingen die [bedrijf] nodig acht om de woning te verkopen. Om (verdere) vertraging door de vrouw te voorkomen zal daaraan een dwangsom worden verbonden zoals vermeld in de beslissing.
proceskosten
5.9.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten, zowel in conventie als in reconventie, tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
6.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,
6.2.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
6.3.
verleent de man vervangende toestemming, die in de plaats komt van de ontbrekende toestemming van de vrouw, om aan [bedrijf] opdracht te geven om de woning aan de [adres 2] te verkopen,
6.4.
veroordeelt de vrouw haar medewerking te verlenen aan alle handelingen en toestemmingen die [bedrijf] in het kader van het verkoopproces nodig acht,
6.5.
bepaalt dat partijen in onderling overleg met [bedrijf] de vraagprijs, die dient te zijn gebaseerd op de woningmarkt ter plaatse en de kwaliteit van de woning, zullen bepalen,
6.6.
bepaalt dat indien partijen er niet binnen veertien dagen na de verkoopopdrachtverlening aan [bedrijf] in slagen om gezamenlijk de vraagprijs te bepalen, [bedrijf] de woning te koop zal aanbieden tegen een marktconforme prijs,
6.7.
bepaalt dat partijen in overleg met [bedrijf] de verkoopovereenkomst zullen aangaan met degene die de hoogste prijs biedt indien en voor zover die prijs volgens beide partijen de best mogelijke prijs is, waarbij in het geval dat partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, [bedrijf] dit bindend zal bepalen,
6.8.
bepaalt dat nadat de verkoopprijs bindend is vastgesteld beide partijen verplicht zijn hun medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning,
6.9.
bepaalt dat na de verkoop met de verkoopopbrengst de hypothecaire geldlening(en) moet(en) worden afgelost en de aan de verkoop verbonden kosten worden betaald, waarbij partijen het eventuele restant bij helfte moeten verdelen, dan wel voor zover er een restschuld ontstaat zij daarvan ieder de helft moeten dragen,
6.10.
veroordeelt de vrouw om aan de man een dwangsom te betalen van € 250 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij geen medewerking verleent aan de veroordelingen onder 6.4 tot en met 6.9, tot een maximum van € 10.000 is bereikt,
6.11.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
6.12.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.13.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026. [1]

Voetnoten

1.Coll: KH