Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procedure
2.Feiten
- ‘Wij zien op de rekening van [bedrijf 1] dat op 25 maart 2026 het voertuig met kenteken [kentekennummer 3] is afbetaald aan [bedrijf 2] bedrag € 60.000,00, wat kun je hierop verklaren?
- Op 20, 23 en 25 maart wordt er voor totaal € 72.000,00 aan [bedrijf 2] afbetaald voor het voertuig met kenteken [kentekennummer 2] , wat kun je hierover verklaren?
- Op 13, 14, 15 en 16 maart zien wij voor totaal € 145.000,00 afbetalingen aan [bedrijf 3] voor het voertuig met [kenteken] [kentekennummer 1] , wat kun je hierover verklaren?’
3.Beklag
- een overeenkomst van 1 januari 2026 tussen [bedrijf 4] en [bedrijf 1] betreffende een lening van € 25.000,00 ten behoeve van voor de aankoop van een voertuig,
- een overeenkomst van 24 maart 2026 tussen [bedrijf 5] en [bedrijf 1] betreffende een lening van € 65.000,00 voor de aankoop van een auto, en
- een overeenkomst van 12 maart 2026 tussen [bedrijf 4] en [bedrijf 1] betreffende een investering € 55.000,00 ‘voor de aanschaf, lease of financiering van voertuigen ten behoeve van de autoverhuuractiviteiten.’
4.Standpunt van het Openbaar Ministerie
5.Beoordeling
6.Beslissing
mr. R.A. Overbosch, voorzitter,