Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
zijn handen ervoor in het vuur te steken dat de serre niet is verzakt’,of woorden van gelijke strekking. Dat hij deze geruststellende woorden heeft geuit, is door [gedaagde] tijdens de zitting erkend.
garantiemochten opvatten, temeer nu hij ook maar een leek is en nu duidelijk was dat er geen garantiepapieren van een professionele aannemer overgedragen konden worden. Hier is de rechtbank het niet mee eens. Als [gedaagde] niet zeker was van zijn zaak of zelf niet deskundig was om hierover iets te verklaren, dan had hij zich daarover als verkoper niet zo stellig moeten uitlaten tegenover [eisers] Ook indien hij, zoals hij aanvoert, op voorhand aan [eisers] heeft aangegeven dat hij de uitbouw zelf met een bevriende aannemer heeft geplaatst en dat er (daarom) geen garantiepapieren ten aanzien van de uitbouw konden worden overgelegd, wat uitdrukkelijk door [eisers] wordt betwist, dan nog mochten [eisers] afgaan en vertrouwen op zijn stellige mededeling als verkoper dat de fundering van de uitbouw in orde was. Ook mochten [eisers] erop vertrouwen dat de uitbouw aan de daarvoor geldende regelgeving, waaronder het bouwbesluit voldeed, ook indien zij wisten dat de uitbouw niet door een professioneel bedrijf was geplaatst maar door [gedaagde] zelf samen met een bevriende aannemer. Ook in dat geval moet de uitbouw hier immers aan voldoen en mogen kopers daarop vertrouwen. Het beroep van [gedaagde] op schending door [eisers] van hun onderzoeksplicht gaat daarom niet op.
189,-(plus de verhoging zoals vermeld in de