ECLI:NL:RBAMS:2026:7266

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
C/13/787394 / FA RK 26/3590
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 5:7 lid d Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Amsterdam heeft op 26 mei 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1983, op verzoek van de officier van justitie. Betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis, vermoedelijk een waanstoornis, die leidt tot ernstig nadeel zoals psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Dit is onderbouwd door medische verklaringen van een onafhankelijk psychiater en behandelaars.

De rechtbank oordeelde dat er geen vrijwillige zorgmogelijkheden zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De opgelegde maatregelen omvatten onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting en toezicht, voor een periode van zes maanden.

De zorgmachtiging is evenredig en naar verwachting effectief, gezien de positieve ontwikkeling van betrokkene tijdens eerdere klinische behandeling. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor zes maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/787394 / FA RK 26/3590
kenmerk: ZM/IND/202141
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 26 mei 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboorte dag] 1983 te [geboorteplaats] (Marokko),
wonende te [adres 1] ,
verblijvende te [adres 2] ,
zorgaanbieder: GGZ inGeest,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.J. Kikkert te Amsterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 6 mei 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [locatie] .
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- bovengenoemde advocaat;
- mw. [naam 1] , arts;
- [naam 2] , verpleegkundige.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

Overweging vooraf
2.1.
De advocaat heeft namens betrokkene aangevoerd dat de medische verklaring niet is opgesteld door een onafhankelijke psychiater. De psychiater is namelijk werkzaam in hetzelfde gebouw als de behandelaren van betrokkene. De rechtbank gaat hieraan voorbij, nu gesteld noch gebleken is dat betrokkene een behandelrelatie heeft gehad met de psychiater die de beoordeling heeft gedaan in het kader van de medische verklaring ex. artikel 5:7 lid Pro d Wvggz. Naar het oordeel van de rechtbank is de medische verklaring correct tot stand gekomen.
Verdere beoordeling
2.2
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, blijkt uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis. Differentiaal diagnostisch kan gedacht worden aan een waanstoornis. Betrokkene is het hier niet mee eens, maar de rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan deze diagnose. De behandelaar heeft verklaard dat betrokkene een waanstoornis heeft met psychotische belevingen. Betrokkene heeft het idee dat hij continu lastig wordt gevallen door zijn buren. Hij denkt dat hij uitgescholden wordt. Betrokkene is gepreoccupeerd en gedesorganiseerd. Gelet op de door de behandelaar gegeven uitleg en het oordeel van de onafhankelijk psychiater die daarmee overeenstemt, heeft de rechtbank dan ook geen reden om te twijfelen aan de hiervoor genoemde psychische stoornis. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestaan van voornoemde stoornis voldoende en duidelijk gemotiveerd.
2.3.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, leidt deze stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene is in conflict met zijn buren geraakt en dit heeft uiteindelijk tot een incident met een mes geleid. Betrokkene is in verband hiermee door de rechtbank niet veroordeeld voor wegens een geweldsfeit maar wel bedreiging van de buren. Het conflict met de buren houdt betrokkene zeer veel bezig. Hij heeft camera’s opgehangen in zijn huis, zoekt beeldmateriaal uit en wil een artikel 12 procedure Pro tegen hen starten. De arts heeft daarnaast toegelicht dat een psychose zonder medicamenteuze behandeling cognitieve schade op aan het brein veroorzaakt. De rechtbank acht met het bovenstaande het ernstig nadeel voldoende aanwezig en actueel.
2.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten,
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene,
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie.
2.6.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, is de verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. De arts heeft toegelicht dat betrokkene opgeknapt is in de kliniek middels medicamenteuze behandeling. Het beeld is verbeterd. Betrokkene is beter in het contact. Hij zal binnen afzienbare tijd met ontslag gaan en naar een nieuwe woonplek verhuizen. Het is van belang dat deze stijgende lijn voortgezet wordt.
2.7.
Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene] ,geboren op [geboorte dag] 1983 te [geboorteplaats] (Marokko), inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 26 november 2026.
Deze beschikking is op 26 mei 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. G.M. Beunk, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 1 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.