ECLI:NL:RBAMS:2026:7295

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789075 / FA RK 26/4560
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • K. Duker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg gedurende twaalf maanden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis.

Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag. Vrijwillige zorg bleek niet mogelijk, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is.

De rechtbank achtte de voorgestelde vormen van verplichte zorg, zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting en toezicht, evenredig en effectief. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar.

Hoewel de advocaat verzocht om een zorgmachtiging van zes maanden, oordeelde de rechtbank dat gezien de langdurige psychose en het weigeren van depotmedicatie een termijn van twaalf maanden passend is. De beschikking werd op 25 juni 2026 mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 1 juli 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor twaalf maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/789075 / FA RK 26/4560
kenmerk: ZM/IND/202253
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 25 juni 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] (Suriname),
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
zorgaanbieder: Arkin,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. H.J.J. Hendrikse te Amsterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 8 juni 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [locatie].
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- bovengenoemde advocaat;
- dhr. [naam], arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie en een stoornis in het gebruik van cannabis.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten,
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene,
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie.
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden. De rechtbank gaat niet mee in het verweer van de advocaat om de zorgmachtiging in duur te beperken tot zes maanden. De arts heeft toegelicht dat er sprake is van een langdurige psychose en daarbij komt dat betrokkene geen depotmedicatie wil gebruiken. Betrokkene is nu goed in zorg, maar dat is niet altijd zo geweest. Betrokkene zal binnen afzienbare tijd met ontslag gaan. Voorkomen moet worden dat er problemen zullen ontstaan bij de woonvorm van betrokkene. De rechtbank acht derhalve een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden passend en geboden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene],geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] (Suriname), inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 25 juni 2027.
Deze beschikking is op 25 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. K. Duker, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 1 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.