ECLI:NL:RBAMS:2026:7297

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789102 / FA RK 26/4571
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • K. Duker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging op grond van Wvggz voor verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Amsterdam heeft op 25 juni 2026 een zorgmachtiging toegekend aan een minderjarige betrokkene met een psychische stoornis, namelijk katatone kenmerken bij een psychotische ontregeling. De zorgmachtiging is aangevraagd door de officier van justitie omdat vrijwillige zorg nog niet effectief bleek.

Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat de betrokkene ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang dreigt te ondervinden zonder verplichte zorg. De advocaat van betrokkene pleitte afwijzing omdat betrokkene bereid was mee te werken en medicatie te gebruiken, maar de rechtbank volgde dit niet vanwege het risico op terugval en het feit dat ambulante zorg nog niet volledig was opgezet.

De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk voor zes maanden, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie. De zorg is evenredig, effectief en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De beschikking is op 25 juni 2026 mondeling gegeven en op 1 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden om verplichte zorg te kunnen verlenen aan de minderjarige betrokkene.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/789102 / FA RK 26/4571
kenmerk: ZM/IND/205116
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 25 juni 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
zorgaanbieder: Levvel,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. K.R. Lieuw On te Amsterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 8 juni 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [locatie], [adres 2].
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- bovengenoemde advocaat;
- dhr. [naam], kinder- en jeugdpsychiater;
- de vader van betrokkene.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van katatone kenmerken bij een psychotische ontregeling.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en ernstige verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit, omdat [betrokkene] bereid is om mee te werken met de behandelaren en om de medicatie in te nemen. Hij is al thuis geweest bij zijn vader en dit ging goed. De rechtbank volgt de advocaat hierin niet. De psychiater heeft toegelicht dat [betrokkene] opgeknapt is in de kliniek. Zijn vrijheden worden uitgebreid en hij mag oefenen met het naar huis gaan. Vanwege de ernst van het toestandsbeeld krijgt [betrokkene] op dit moment veel medicatie. De medicatie zal weer afgebouwd gaan worden en dit dient gemonitord te worden te worden in de kliniek. De ambulante zorg is daarnaast nog niet volledig op poten gezet. Het herstel is nog van korte duur en het risico op een terugval is groot. De behandelaren moeten om die reden snel kunnen ingrijpen. Een zorgmachtiging is noodzakelijk als vangnet zodat snel ingegrepen kan worden indien [betrokkene] dreigt te decompenseren.
2.5.
Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten,
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene,
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie.
2.6.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene],geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats], inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 25 december 2026.
Deze beschikking is op 25 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. K. Duker, kinderrechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 1 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.