Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs in zaak A
5.Waardering van het bewijs in zaak B
6.Waardering van het bewijs in zaak C
7.Bewezenverklaring
eenwoning, te duchten was, met dat opzet met een tas met daarin een VBC (vuurwerk brandstof combinatie), bestaande uit onder andere twee Cobra 6 en een ontstekingsmechanisme en een brandbare stof, naar de woning gelegen aan [adres 1] is toegegaan en vervolgens het erf van voornoemde woning heeft betreden en vervolgens naar de voordeur van voornoemde woning is toegelopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
8.Bewijs
9.Strafbaarheid van de feiten
10.Strafbaarheid van de verdachte
8.Motivering van de straf en maatregelen
- de rapportage Pro Justitia van [GZ-psycholoog 1] ,GZ-psycholoog, onder supervisie van [GZ-psycholoog 2] , GZ-psycholoog, opgemaakt 16 september 2025;
- het rapport van de Raad, opgemaakt op 27 februari 2026;
- de evaluatie van de jeugdreclassering, opgemaakt op 26 mei 2026.
psycholoogkomt tot de conclusie dat bij de verdachte sprake is van een cannabisverslaving, oppositioneel opstandige gedragsstoornis en een normoverschrijdende gedragsstoornis. Daarnaast speelt er ouder-kind relatieproblematiek. De verdachte heeft geen volledige openheid van zaken gegeven en daardoor kan er geen duidelijk beeld worden geschetst over de doorwerking van zijn problematiek in het handelen bij het ten laste gelegde. Daarom onthoudt de psycholoog zich van een uitspraak over de toerekenbaarheid. Zonder inzet van langdurige behandeling en begeleiding is er sprake van een hoog recidiverisico. Daarbij is de verdachte gebaat bij veel structuur, duidelijkheid, toezicht en duidelijke consequenties. Er wordt geadviseerd om een gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) op te leggen voor de duur van twaalf maanden.
deskundige van de Raadadviseert een onvoorwaardelijke straf op te leggen voor de periode dat de verdachte in voorarrest heeft gezeten en een voorwaardelijke jeugddetentie met daaraan de bijzondere voorwaarden dat de verdachte meewerkt aan de begeleiding vanuit de jeugdreclassering, het vinden en behouden van een opleiding en vrijetijdsbesteding. De verdachte staat niet open voor behandeling en daarom vindt de deskundige een GBM niet passend. De verdachte heeft stappen gezet en er is inmiddels zicht op hem. Het is vooral belangrijk dat hij praktische ondersteuning krijgt in de vorm van toezicht en begeleiding voor de duur van één jaar. Langere begeleiding is niet nodig, omdat hij al geruime tijd wordt begeleid.
deskundige van de jeugdreclasseringheeft toegelicht dat de begeleiding wisselend is verlopen, maar dat de verdachte zich de afgelopen twee maanden goed laat begeleiden. Hij heeft momenteel geen dagbesteding en heeft hierbij hulp van een jobcoach vanuit de gemeente. Het blowen van de verdachte blijft een aandachtspunt. Verder is de coaching van de verdachte door ComeOn onlangs positief afgerond. De deskundige kan zich vinden in een proeftijd van één jaar.
11.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
12.De benadeelde partijen
13.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 36f, 45, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 157 en 311 van het Wetboek van Strafrecht;
- 26, 54 en 55 Wet wapens en munitie;
- 163 Wegenverkeerswet 1994.
14.Beslissing
[de verdachte], daarvoor strafbaar.
200 (tweehonderd) dagen.
191 (honderdeenennegentig) dagen, van deze jeugddetentie
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
2 (twee) jarenonder de voorwaarden dat de veroordeelde:
de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
40 (veertig) uren.
20 (twintig) dagen.
€ 500 (vijfhonderd euro)aan vergoeding van
immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (21 februari 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.
overige niet-ontvankelijkin haar vordering is.
€ 500 (vijfhonderd euro),bestaande uit immateriële schade te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 21 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bepaalt daarbij de maximale duur van de gijzeling op 0 dagen.
niet-ontvankelijkin zijn vordering.
€ 1.233,45 (duizend tweehonderd drieëndertig euro en vijfenveertig eurocent)aan vergoeding van
materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 april 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.
verplichtingop ten behoeve van [benadeelde partij 2]
aan de Staat € 1.233,45 (duizend tweehonderd drieëndertig euro en vijfenveertig eurocent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 april 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
0 (nul) dagen.