ECLI:NL:RBAMS:2026:7321

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789461 / FA RK 26/4757
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Amsterdam heeft op 30 juni 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1963, op verzoek van de officier van justitie op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene lijdt aan een recidief psychose, gekenmerkt door desorganisatie, nihilisme en achterdocht. De psychiater en een onafhankelijke psychiater bevestigden deze diagnose. De stoornis leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang, met risico's zoals overmatig alcoholgebruik en suïcidale uitspraken.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene zorg nodig heeft om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke en fysieke gezondheid te stabiliseren. Vrijwillige zorg is niet mogelijk, hoewel betrokkene momenteel in een kliniek medicatie krijgt en vooruitgang boekt. De zorgmachtiging is noodzakelijk om de zorg continueren en waar nodig bij te sturen.

De verplichte zorg omvat onder meer beperking van bewegingsvrijheid, controle op gedrag-beïnvloedende middelen, beperkingen in het eigen leven, opname in een accommodatie, medicatietoediening en medische controles, telkens voor maximaal drie maanden per keer. De zorg is evenredig, effectief en er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

De machtiging geldt tot uiterlijk 30 december 2026. Het verzoek tot meer of andere zorgvormen is afgewezen. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt op 8 juli 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden aan betrokkene wegens een recidief psychose en ernstig nadeel, waarbij vrijwillige zorg niet mogelijk is.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/789461 / FA RK 26/4757
kenmerk: ZM/IND/205604
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 30 juni 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
zorgaanbieder: GGZ inGeest,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. L.M.F. Aarts te Amsterdam die waarneemt voor mr. C.H. van Keulen.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 15 juni 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [locatie].
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de waarnemend advocaat;
- dhr. [naam], psychiater.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, blijkt uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van recidief psychose. De psychiater heeft toegelicht dat betrokkene aan het begin van de opname slecht te volgen was en grote gedachtesprongen maakte. Er was desorganisatie en nihilisme zichtbaar bij betrokkene. Hij was bovendien achterdochtig naar instanties. Gelet op de door de behandelaar gegeven uitleg en het oordeel van de onafhankelijk psychiater die daarmee overeenstemt, heeft de rechtbank dan ook geen redenen om te twijfelen aan de hiervoor genoemde psychische stoornis. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestaan van voornoemde stoornis voldoende en duidelijk gemotiveerd.
2.2.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, leidt deze stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. De psychiater heeft toegelicht dat de situatie voorafgaand aan de opname zorgelijk was. Betrokkene kwam niet toe aan zijn werk en er was een risico op overmatig alcoholgebruik. Betrokkene is in een verwarde, onverzorgde toestand aangetroffen en leek niet goed in zijn dagelijkse behoeften te kunnen voldoen. Betrokkene heeft daarbij ook suïcidale uitspraken gedaan. De rechtbank acht met het bovenstaande het ernstig nadeel voldoende aanwezig en actueel.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, is gebleken dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is in de kliniek behandeld met medicatie en het gaat nu veel beter met hem. Hij is aangekomen in gewicht, slaapt beter en maakt zich minder zorgen. Betrokkene is ook beter te volgen in gesprekken. Het is van belang dat deze stijgende lijn gecontinueerd wordt. In de komende periode zal betrokkene terugkeren naar huis met een ambulant team. Deze nieuwe ontwikkelingen kunnen betrokkene weer uit evenwicht halen. De situatie is derhalve nog te pril. Een zorgmachtiging is noodzakelijk om waar nodig bij te kunnen sturen dan wel in te grijpen.
2.5.
Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
  • beperken van de bewegingsvrijheid,
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen,
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie,
De rechtbank zal de verplichte zorg in de vormen van
toedienen van medicatieen
het verrichten van medische controlesniet toewijzen, omdat ter zitting is gebleken dat er voor deze vormen van verplichte zorg geen noodzaak is.
2.6.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene],geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats], inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 30 december 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 30 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. K.A. Brunner, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 8 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.