Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 juli 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.
Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden in de kliniek, werd vastgesteld dat de behandelaren geen acuut psychiatrisch beeld bij betrokkene zagen. De ambulant behandelaar, die betrokkene goed kent, kan betrokkene in de kliniek beoordelen. Daarnaast is betrokkene coöperatief en bereid om de behandeling vrijwillig voort te zetten. De arts van de spoedeisende hulp wil verdere controles uitvoeren vanwege afwijkingen in bloedwaarden.
De advocaat van betrokkene onderschreef het standpunt van de behandelaren dat voortzetting van de crisismaatregel niet noodzakelijk is. De rechtbank concludeerde dat gezien het ontbreken van een acuut psychiatrisch beeld en de bereidheid tot vrijwillige behandeling, de machtiging tot verlenging van de crisismaatregel niet kan worden verleend. Het verzoek werd daarom afgewezen.
De beschikking werd mondeling gegeven op 2 juli 2026 en schriftelijk uitgewerkt op 8 juli 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van een acuut psychiatrisch beeld en mogelijkheid tot vrijwillige zorg.