ECLI:NL:RBAMS:2026:7335

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
C/13/790402 / FA RK 26/5257
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging crisismaatregel wegens ontbreken acuut psychiatrisch beeld

De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 juli 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.

Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden in de kliniek, werd vastgesteld dat de behandelaren geen acuut psychiatrisch beeld bij betrokkene zagen. De ambulant behandelaar, die betrokkene goed kent, kan betrokkene in de kliniek beoordelen. Daarnaast is betrokkene coöperatief en bereid om de behandeling vrijwillig voort te zetten. De arts van de spoedeisende hulp wil verdere controles uitvoeren vanwege afwijkingen in bloedwaarden.

De advocaat van betrokkene onderschreef het standpunt van de behandelaren dat voortzetting van de crisismaatregel niet noodzakelijk is. De rechtbank concludeerde dat gezien het ontbreken van een acuut psychiatrisch beeld en de bereidheid tot vrijwillige behandeling, de machtiging tot verlenging van de crisismaatregel niet kan worden verleend. Het verzoek werd daarom afgewezen.

De beschikking werd mondeling gegeven op 2 juli 2026 en schriftelijk uitgewerkt op 8 juli 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Verzoek tot verlenging van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van een acuut psychiatrisch beeld en mogelijkheid tot vrijwillige zorg.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/790402 / FA RK 26/5257
kenmerk: VCM/IND/207400
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 2 juli 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1959 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
zorgaanbieder: Arkin,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. S. Ben Tarraf te Amsterdam.

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 1 juli 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 1 juli 2026 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [locatie].
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de advocaat;
- dhr. [naam 1], psychiater;
- mw. [naam 2], arts;
- [naam 3], verpleegkundige.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
De behandelaren hebben toegelicht geen acuut psychiatrisch beeld te zien bij betrokkene. De behandelaren in de kliniek hebben contact gehad met de ambulant behandelaar van betrokkene die hem al lang kent. De ambulant behandelaar kan langskomen in de kliniek om betrokkene te beoordelen. De arts van de spoedeisende hulp wil meer check ups doen bij betrokkene, omdat er afwijkingen waren in zijn bloedwaarden. Betrokkene kan na de zitting gelijk in het ziekenhuis terecht. Betrokkene is coöperatief en de behandelaren hebben er vertrouwen in dat betrokkene ook vrijwillig zal verblijven in de kliniek. Een voortzetting van de crisismaatregel is derhalve niet noodzakelijk.
2.2.
De advocaat is het met de behandelaren eens dat een voortzetting van de crisismaatregel niet noodzakelijk is.
2.3.
Nu de behandelaren geen acuut psychiatrisch beeld zien bij betrokkene, betrokkene bereid is om de behandeling in een vrijwillig kader te ondergaan en de behandelaren hier bovendien voldoende vertrouwen in hebben, ziet de rechtbank geen aanleiding om de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen. Het verzoek zal om die reden worden afgewezen.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 2 juli 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. J.W.B. Snijders Blok, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 8 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.