Uitspraak
1.Procesverloop
- betrokkene;
- de advocaat;
- mw. [naam 1] en mw. [naam 2], artsen;
- [naam 3], verpleegkundige.
2.Beoordeling
zes weken.
3.Beslissing
[betrokkene],geboren op [geboortedag] 1939,
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 juli 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, geboren in 1939, vanwege een psychogeriatrische aandoening, de ziekte van Alzheimer.
De burgemeester had op 28 juni 2026 een last tot inbewaringstelling afgegeven wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en gevaar voor de algemene veiligheid. Incidenten zoals het achterlaten van vuur tijdens het koken en verwardheid met uitdroging leidden tot spoedeisende hulp en opname in een verpleeghuis. Betrokkene verzet zich tegen voortzetting en wil terug naar huis.
De advocaat betoogde dat minder bezwarende alternatieven, zoals intensieve thuiszorg, onvoldoende waren onderzocht. De arts stelde dat betrokkene sturing en structuur nodig heeft, thuis zorg weigert en niet zelfstandig kan alarmeren. De rechtbank oordeelde dat voortzetting noodzakelijk is om het ernstig nadeel te voorkomen en dat geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar zijn. De machtiging wordt verleend tot en met 13 augustus 2026, met het oog op mogelijke ambulante zorg in de toekomst.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling tot en met 13 augustus 2026 wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en afwezigheid van minder bezwarende alternatieven.