ECLI:NL:RBAMS:2026:7336

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
C/13/790280 / FA RK 26/5211
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens ernstig gevaar door Alzheimer

De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 juli 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, geboren in 1939, vanwege een psychogeriatrische aandoening, de ziekte van Alzheimer.

De burgemeester had op 28 juni 2026 een last tot inbewaringstelling afgegeven wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en gevaar voor de algemene veiligheid. Incidenten zoals het achterlaten van vuur tijdens het koken en verwardheid met uitdroging leidden tot spoedeisende hulp en opname in een verpleeghuis. Betrokkene verzet zich tegen voortzetting en wil terug naar huis.

De advocaat betoogde dat minder bezwarende alternatieven, zoals intensieve thuiszorg, onvoldoende waren onderzocht. De arts stelde dat betrokkene sturing en structuur nodig heeft, thuis zorg weigert en niet zelfstandig kan alarmeren. De rechtbank oordeelde dat voortzetting noodzakelijk is om het ernstig nadeel te voorkomen en dat geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar zijn. De machtiging wordt verleend tot en met 13 augustus 2026, met het oog op mogelijke ambulante zorg in de toekomst.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling tot en met 13 augustus 2026 wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en afwezigheid van minder bezwarende alternatieven.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/790280 / FA RK 26/5211
Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Beschikking van 2 juli 2026naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1939,
wonende te [adres 1]
verblijvende te [adres 2],
zorgaanbieder: Stichting Amstelring Groep, accommodatie [locatie],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. C.H. van Keulen te Amsterdam.

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 29 juni 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026, in het verpleeghuis [locatie]. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
  • betrokkene;
  • de advocaat;
  • mw. [naam 1] en mw. [naam 2], artsen;
  • [naam 3], verpleegkundige.

2.Beoordeling

2.1.
Op 28 juni 2026 heeft de burgemeester van de gemeente Amsterdam ten behoeve van de betrokkene een last tot inbewaringstelling afgegeven.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de betrokkene als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
2.3.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is gelegen in levensgevaar, ernstige materiële schade en de algemene veiligheid van personen of goederen is in gevaar. Betrokkene moest op 26 juni 2026 naar de spoedeisende hulp nadat ze het vuur in haar woning aan had laten staan tijdens het koken en de buren de brandweer hebben moeten bellen vanwege rook. Er is daarna geprobeerd om betrokkene terug te laten keren naar haar woning. Haar veiligheid wilde ze garanderen door haar gas af te sluiten. Betrokkene werd daags daarna verward en uitgedroogd aangetroffen door haar zwager, waardoor ze opnieuw naar de spoedeisende hulp moest. Betrokkene is daarna overgebracht naar
de crisisopname-afdeling van het [locatie]. Betrokkene kan zich de incidenten niet meer goed herinneren.
2.4.
Betrokkene verzet zich tegen een voortzetting van het verblijf in de accommodatie. Betrokkene laat uitdrukkelijk weten niet langer opgenomen te willen zijn en terug naar huis te willen.
2.5.
De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit, omdat niet onderzocht is of er minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene is vanuit de thuissituatie waarin ze alles zelfstandig deed, direct opgenomen in het verpleeghuis. Er is geen onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van intensieve thuiszorg. Subsidiair bepleit de advocaat om de komende periode te onderzoeken of ambulante zorg mogelijk is voor betrokkene.
2.6.
De arts heeft toegelicht dat betrokkene niet kan vertellen waarom ze opgenomen is. Ze heeft telkens een ander verhaal. Betrokkene heeft sturing en structuur nodig van het zorgteam. Thuis weigerde betrokkene de zorg. De casemanager maakt zich zorgen om betrokkene. Het is bovendien de vraag of de thuiszorg de noodzakelijk bevonden zorg kan ondervangen. Betrokkene verwaarloosde haar zelfzorg, liet haar eten buiten de koelkast liggen en kon niet meer goed omgaan met de apparaten in haar woning. Betrokkene was daarnaast niet in staat om zelfstandig te alarmeren.
2.7.
De rechtbank is van oordeel dat om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben. Eerder is er een poging gedaan om het gevaar op andere manieren af te wenden door het gas uit te schakelen en betrokkene weer naar huis te laten gaan. Daar is binnen 24 uur opnieuw een levensbedreigende situatie ontstaan. De arts heeft bovendien verklaard dat betrokkene weigerachtig is richting de zorg, waardoor het niet aannemelijk is dat zij thuiszorg zal accepteren op dit moment. Middels de voortzetting van een inbewaringstelling kan de veiligheid van betrokkene worden gegarandeerd. In de komende periode moet worden bekeken of er mogelijkheden zijn om aan betrokkene vanuit haar eigen woning, in een ambulant kader, de noodzakelijke zorg te verlenen. Daarvoor is in de eerste plaats vereist dat betrokkene dergelijke zorg aan huis accepteert.
2.8
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van
zes weken.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleenthet verzoek tot voorzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van
[betrokkene],geboren op [geboortedag] 1939,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 augustus 2026.
Deze beschikking is op 2 juli 2026 mondeling gegeven door mr. J.W.B. Snijders Blok, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door K.W. de Haan als griffier en op 9 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.