ECLI:NL:RBAMS:2026:7348

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789132 / KG ZA 26-495 MK/EV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot medewerking aan hertaxatie gezamenlijke woning toegewezen

Partijen hebben een relatie gehad en tot januari 2023 samengewoond in een gezamenlijke woning. De gemeenschap is verdeeld bij vonnis van 22 april 2026, waarbij de woning aan de man is toegewezen tegen een waarde van €1.035.000, gebaseerd op een taxatierapport van 27 januari 2026. De vrouw is het niet eens met deze waardebepaling en wil een hertaxatie laten uitvoeren voordat de juridische levering plaatsvindt.

De vrouw vordert dat de man meewerkt aan deze hertaxatie, onder meer door toegang tot de woning te verlenen aan een door haar aan te wijzen taxateur. De man verzet zich hiertegen, stellende dat de taxatie bindend is en dat de kwestie al is beslecht in de bodemprocedure. Hij vreest dat een nieuwe taxatie leidt tot herhaling van de discussie.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw voldoende belang heeft bij een hertaxatie om haar hoger beroep te onderbouwen. De reeds uitgevoerde taxatie is niet bindend voor de vrouw en een nieuwe taxatie betekent niet het opnieuw vaststellen van de waarde, maar het verkrijgen van een onderbouwd standpunt. De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de hertaxatie, met praktische voorwaarden voor de uitvoering. Proceskosten worden gecompenseerd en er worden geen dwangsommen opgelegd omdat de man ter zitting toezegt mee te werken.

Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan een hertaxatie van de woning zodat de vrouw haar hoger beroep kan onderbouwen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/789132 / KG ZA 26-495 MK/EV
Vonnis in kort geding van 26 juni 2026
in de zaak van
[de vrouw],
te [woonplaats 1],
eisende partij bij dagvaarding van 11 juni 2026,
advocaat: mr. S.F. Yap,
tegen
[de man],
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
verschenen in persoon.
Partijen zullen hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ worden genoemd.

1.De procedure

Op de mondelinge behandeling van 19 juni 2026 is de vrouw verschenen met mr. Yap. De man is in persoon verschenen. De vrouw heeft de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht aan de hand van een pleitnota. De man heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord en een pleitnota. Beide partijen hebben producties ingediend. Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben een relatie gehad. Zij hebben tot januari 2023 samengewoond in hun gemeenschappelijke woning aan de [adres].
2.2.
De gemeenschap van partijen is verdeeld bij vonnis van 22 april 2026 van de rechtbank Amsterdam. In het vonnis is onder meer bepaald dat de woning tegen een waarde van € 1.035.000 aan de man wordt toebedeeld. De vrouw is het niet eens met deze waarde, die volgt uit een taxatierapport van 27 januari 2026.
2.3.
Naar verwachting zal de juridische levering van de woning aan de man vóór 1 juli 2026 plaatsvinden. De vrouw wil, voordat zij geen mede-eigenaar meer is, een hertaxatie laten uitvoeren.

3.Het geschil

3.1.
Samengevat vordert de vrouw:
primair
I. de man te veroordelen om zijn volledige medewerking te verlenen aan één hertaxatie van de woning aan de [adres];
II. de man te veroordelen om aan de advocaat van de vrouw en aan de taxateur schriftelijk te bevestigen dat hij zijn medewerking aan deze hertaxatie zal verlenen;
III. de man te veroordelen om de taxateur toegang te verlenen tot de woning voor een taxatie, waarbij de taxatie:
a) plaatsvindt binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis;
b) door de taxateur ten minste drie kalenderdagen voorafgaand aan de man en de advocaat van de vrouw schriftelijk wordt aangekondigd;
c) plaatsvindt op een werkdag tussen 09.00 en 17.00 uur;
IV. de man te veroordelen om gedurende de taxatie:
a) de taxateur toegang tot de woning te verschaffen en verschafte toegang in stand te laten;
b) te dulden dat de taxateur de woning volledig opneemt, bezichtigt, inspecteert, meet en fotografeert;
c) de taxateur in staat te stellen alle voor een gebruikelijke woningtaxatie redelijkerwijs noodzakelijke werkzaamheden te verrichten;
d) de feitelijke informatie te verstrekken waar de taxateur in redelijkheid om verzoekt;
e) geen handelingen te verrichten of na te laten die de uitvoering van de hertaxatie redelijkerwijs onmogelijk maken of wezenlijk belemmeren;
V. de man te verbieden om de onder III. en IV. bedoelde (her)taxatie te frustreren, waaronder in ieder geval wordt verstaan:
a) het niet of niet tijdig verlenen van toegang tot de woning;
b) het voortijdig beëindigen of onderbreken van de opname;
c) het beletten van meting, inspectie of fotografie;
d) het weigeren van redelijke feitelijke informatieverstrekking die voor de taxatie noodzakelijk is;
subsidiair
VI. te bepalen dat, indien de man niet de vereiste medewerking binnen de gestelde termijn verleent, dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste toestemming van de man, en hem te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de sleutels van de woning met toebehoren aan de taxateur te overhandigen, opdat deze zich de toegang kan verschaffen;
meer subsidiair
VII. een andere passende voorziening te treffen die leidt tot hertaxatie vóór de levering;
voorts
VIII. dwangsommen te verbinden aan vorderingen II. tot en met V.;
IX. de man te veroordelen in de proceskosten, inclusief de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.
3.2.
De vrouw legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Zij is het niet eens met de waardebepaling van de woning die volgt uit het taxatierapport van 27 januari 2026 en de wijze waarop de waarde daarin tot stand is gekomen. Ook is een onjuiste peildatum gehanteerd. De vrouw is voornemens om hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van 22 april 2026, waarbij de taxatiewaarde van € 1.035.000 is gevolgd. Na levering van de woning aan de man zal de vrouw geen mede-eigenaar meer zijn en zal zij voor een taxatie volledig afhankelijk worden van de bereidheid van de man. Als een hertaxatie door zijn tegenwerking niet kan plaatsvinden, wordt de vrouw ernstig benadeeld in haar (bewijs)positie in hoger beroep. Juist omdat de rechtbank de taxatiewaarde ten onrechte als uitgangspunt heeft genomen en heeft overwogen dat uit het taxatierapport en de stellingen van partijen niet volgt dat de taxatie onjuist is uitgevoerd, heeft de vrouw belang bij het verkrijgen van een nieuwe, onafhankelijke taxatie waarmee zij haar bezwaren in hoger beroep concreet kan onderbouwen.
3.3.
De man voert verweer. Hij wil niet dat de woning opnieuw getaxeerd wordt. Partijen hebben in de bodemprocedure duidelijke afspraken gemaakt, waarbij de vrouw drie taxateurs heeft aangedragen waarvan de man er één heeft gekozen. De gekozen taxateur heeft de woning vervolgens opgenomen en een taxatierapport uitgebracht. Daarna zijn zowel het taxatierapport als alle bezwaren van de vrouw over de waarde voorgelegd aan de bodemrechter. De rechtbank heeft daarbij expliciet overwogen dat partijen hebben afgesproken dat de gekozen makelaar de woning bindend zou taxeren, dat de rechtbank die afspraak volgt, dat niet blijkt dat de taxatie onjuist is uitgevoerd en dat de getaxeerde waarde als uitgangspunt genomen moet worden. Vervolgens heeft de man uitvoering gegeven aan het vonnis en de notariële afwikkeling in gang gezet. Het kan niet de bedoeling zijn dat de vrouw via dit kort geding nog een taxatie kan afdwingen, omdat zij zich niet kan vinden in de uitkomst, terwijl er reeds is beslist. De man wil de situatie juist afhechten en hij vreest dat bij een nieuwe taxatie dezelfde discussie weer van voor af aan zal beginnen. Als de vrouw munitie wil voor haar hoger beroep kan zij putten uit de reeds voorhanden taxaties (de woning is op 21 november 2025 ook al getaxeerd en er ligt een statistische taxatie) en de WOZ-waarde van de woning.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van de bodemprocedure (waarin vonnis is gewezen op 22 april 2026) is afgesproken dat partijen gezamenlijk een makelaar zouden kiezen die de woning zou taxeren, om te bepalen tegen welke waarde de woning door de man wordt overgenomen. Het resultaat van die taxatie is het taxatierapport van 27 januari 2026. In dat rapport is de waarde van de woning bepaald op € 1.035.000. De vrouw is het niet eens met die waarde.
4.2.
Partijen verschillen van mening over de vraag of de man moet meewerken aan het laten uitvoeren van een nieuwe taxatie door de vrouw. De man is van mening dat de reeds uitgevoerde taxatie van 27 januari 2026 voor partijen bindend is omdat partijen dat hebben afgesproken. Dit volgt ook uit het vonnis. Volgens de vrouw is alleen de afspraak gemaakt op welke wijze de taxateur gekozen moet worden. Dat de uitkomst van de taxatie bindend zou zijn is niet afgesproken. Zij verwijst hiervoor naar het proces-verbaal van de zitting.
4.3.
De vrouw heeft er bij deze stand van zaken voldoende belang bij om de woning nog één keer door een taxateur te laten taxeren, zodat zij haar standpunt kan onderbouwen in hoger beroep. Het standpunt van de man dat de vrouw daar al voldoende materiaal voor heeft wordt niet gevolgd. De taxatie van 27 januari 2026 is een volledig taxatierapport en het taxatierapport dat zij in bezit heeft is een statistische taxatie. Dat is iets anders. Ook de WOZ-waardes hebben een andere achtergrond dan een volledig taxatierapport.
4.4.
De vordering van de vrouw die ziet op medewerking van de man aan een hertaxatie wordt derhalve toegewezen. Toewijzing van deze hertaxatie betekent niet het opnieuw (al dan niet bindend) vaststellen van de waarde van de woning, waar de man zich tegen verzet, maar betreft uitsluitend een door de vrouw op eigen kosten te laten verrichten taxatie.
4.5.
Er is begrip voor het standpunt van de man dat hij niet opnieuw deze route wil bewandelen. Maar dat weegt niet op tegen het belang van de vrouw om het vonnis in hoger beroep te kunnen toetsen en daarbij een door haar uit te laten voeren taxatie in te brengen. Daarbij is de belasting voor de man bij het in staat stellen van de vrouw om de taxatie te laten uitvoeren niet groot. Een afweging van de belangen leidt derhalve niet tot een andere uitkomst. Beide partijen zouden er overigens goed aan doen deze discussie achter zich te laten en de blik op de toekomst te richten.
4.6.
De vordering om de man te veroordelen de vrouw en haar taxateur schriftelijk te bevestigen dat hij zijn medewerking zal verlenen (vordering II.), wordt afgewezen, aangezien daar onvoldoende belang bij is nu de man wordt veroordeeld om mee te werken. Hetzelfde geldt voor de vordering die erop ziet dat de man geen handelingen mag verrichten of nalaten die de uitvoering van de hertaxatie onmogelijk maken of belemmeren (vordering IV.e) en voor het gevorderde verbod om de hertaxatie te frustreren (vordering V.). Het stappenplan waarbij de verschillende onderdelen van de praktische uitvoering van de taxatie en de medewerking door de man worden beschreven wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. Aan de (meer) subsidiaire vordering(en) wordt bij toewijzing van de primaire vordering niet toegekomen.
4.7.
Aan de veroordelingen zullen geen dwangsommen worden verbonden, nu de man ter zitting heeft bevestigd dat hij zich zal houden aan het vonnis.
4.8.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Er wordt geen aanleiding gezien om af te wijken van deze regel, zoals door de vrouw is gevorderd.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt de man om zijn medewerking te verlenen aan één hertaxatie van de woning aan de [adres], uit te voeren door Bernard Melchers, beëdigd makelaar en taxateur OG bij Hoekstra &Van Eck Makelaars, althans door een door de vrouw aan te wijzen register-taxateur/makelaar,
5.2.
veroordeelt de man om de taxateur toegang te verlenen tot de woning voor een taxatie, waarbij de taxatie:
plaatsvindt binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis,
de taxateur ten minste drie kalenderdagen voorafgaand aan de dag en het tijdstip van de taxatie aan de man en de advocaat van de vrouw schriftelijk melding maakt van dit tijdstip,
plaatsvindt op een werkdag tussen 09.00 en 17.00 uur,
5.3.
veroordeelt de man om gedurende de taxatie:
de taxateur toegang tot de woning te verschaffen en verschafte toegang in stand te laten,
te dulden dat de taxateur de woning volledig opneemt, bezichtigt, inspecteert, meet, fotografeert en overige werkzaamheden uitvoert in de woning die noodzakelijk zijn om de taxatie uit te voeren,
de feitelijke informatie te verstrekken waar de taxateur in redelijkheid om verzoekt, waarbij het niet gaat om informatie die al voorhanden is, bijvoorbeeld uit eerdere taxaties,
5.4.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026. [1]

Voetnoten

1.Type: EV