ECLI:NL:RBAMS:2026:7357

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
C/13/785869 / KG ZA 26-259 NB/EV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 BWArt. 3:301 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling termijn ontruiming gezamenlijke woning na echtscheiding

Partijen zijn gescheiden en wonen nog gezamenlijk in de woning die de vrouw zal overnemen tegen betaling van de helft van de waarde. De vrouw heeft haar financiering rond en wil dat de man de woning verlaat om de overdracht te bespoedigen. De man verzet zich vanwege zijn woon- en financiële situatie en vraagt een langere termijn.

Tijdens de zitting bereikten partijen overeenstemming over de afkoopverklaring en de akte van verdeling. De voorzieningenrechter beperkt het vonnis tot het vaststellen van de termijn waarbinnen de man de woning moet verlaten. De vrouw stelde een termijn van twee maanden voor, welke redelijk wordt bevonden.

De man krijgt twee maanden na levering van de woning om te vertrekken, zodat hij met de uitkoopsom een nieuwe woning kan zoeken. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De man moet de woning binnen twee maanden na levering verlaten en de sleutels overdragen aan de vrouw.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/785869 / KG ZA 26-259 NB/EV
Vonnis in kort geding van 1 mei 2026
in de zaak van
[de vrouw],
te [woonplaats 1],
eisende partij bij dagvaarding van 7 april 2026,
advocaat: mr. M.M. Altena-Staalenhoef,
tegen
[de man],
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
advocaat: mr. B.R. Capaan.
Partijen worden hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ genoemd.

1.De procedure

Op de mondelinge behandeling van 13 april 2026 is de vrouw verschenen met mr. Altena-Staalenhoef. De man is verschenen met mr. Capaan. De vrouw heeft de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht aan de hand van een pleitnota. De man heeft verweer gevoerd, eveneens aan de hand van een pleitnota. Ter zitting heeft de man tevens een tegenvordering (eis in reconventie) ingesteld, waarvan de inhoud wegens de samenhang met de conventionele vorderingen is besproken en waartegen de vrouw verweer heeft gevoerd. Beide partijen hebben producties ingediend. Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn getrouwd geweest. De echtscheiding is door deze rechtbank uitgesproken bij beschikking van 5 februari 2025. Zij wonen allebei nog in de gezamenlijke woning aan de [adres].
2.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat de vrouw de woning zal overnemen, onder de verplichting dat zij de helft van de waarde aan de man zal voldoen. Op 12 december 2025 heeft de rechtbank een verdelingsbeschikking afgegeven, waarin een stappenplan (‘spoorboekje’) is opgenomen om de overname door de vrouw te realiseren.
2.3.
Partijen hadden een ASR Spaar/Levensverzekering die verpand is aan ABN-AMRO (als hypotheekverstrekker) ter zekerheid van hun huidige hypotheekschuld. Om de woning aan de vrouw te laten toekomen – en daarmee de hypotheek te wijzigen – is ten aanzien van de ASR-verzekering een door beide partijen ondertekende afkoopverklaring vereist.
2.4.
In het kader van de hypotheekovername heeft de vrouw een renteaanbod ontvangen dat geldig is tot en met 15 mei 2026, waarbij alle benodigde documenten uiterlijk op 15 april 2026 moeten zijn aangeleverd, waaronder de afkoopverklaring en de conceptakte van verdeling.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
De vrouw vordert samengevat:
Afkoopverklaring en levering woning
I. de man te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan:
- het ondertekenen en retourneren aan de financieel adviseur van de afkoopverklaring van ASR ten behoeve van de overname van de hypothecaire geldlening bij ABN AMRO;
- het ondertekenen van de notariële akte van levering met betrekking tot de woning aan de [adres], onder de bepaling dat de man aan de vrouw een dwangsom verbeurt van € 500,00 per dag dat de man in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00;
Subsidiair: in de plaats treden vonnis (art. 3:300 BW Pro)
II. indien de man niet tijdig meewerkt:
- te bepalen dat dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats treedt van de voor de afkoop en levering vereiste wilsverklaringen van de man;
- te bepalen dat dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 2 BW Pro in de plaats treedt van de tussen partijen op te maken notariële akte van levering van de woning aan de [adres];
- waarbij de rechtbank op de voet van artikel 3:301 lid 1 onder Pro b BW bepaalt dat de termijn wordt verkort tot 2 dagen na betekening van dit vonnis;
Ontruiming
III. de man te veroordelen om de woning aan de [adres] uiterlijk twee dagen na de levering van de woning te verlaten en de woning onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van de vrouw te stellen;
Vermelding ex artikel 3:301 lid 2 BW Pro
IV. voor zover de vordering onder II ziet op de vervanging van een tot levering bestemde akte als bedoeld in artikel 3:300 lid 2 BW Pro, op grond van artikel 3:301 lid 2 BW Pro een eventueel hoger beroep tegen dit vonnis binnen acht dagen moet worden ingeschreven in het register;
Uitvoerbaarheid bij voorraad en Proceskostenveroordeling
V. - het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;
- de man te veroordelen in alle (proces)kosten én nakosten van dit geding.
3.2.
De vrouw legt aan haar vordering tot ontruiming het volgende ten grondslag. De vrouw heeft in 2023 haar wens om te scheiden al kenbaar gemaakt aan de man. Partijen wonen sindsdien nog steeds gezamenlijk in de woning. Bij beschikking van 12 december 2025 is de verdeling van de woning geconcretiseerd middels een stappenplan voor de taxatie, de overname en de levering van de woning. De vrouw voldoet aan alle voorwaarden van de beschikking en ze heeft haar financiering rond. Zij wil dat de situatie waarbij partijen in dezelfde woning verblijven niet langer voortduurt. De man heeft ruimschoots de tijd gehad om andere woonruimte te vinden. Eerder wilde hij zes maanden na de echtscheidingsbeschikking de tijd krijgen om de woning verlaten, later zou hij de woning verlaten als de woning aan de vrouw zou zijn geleverd. Nu dat moment nadert, traineert de man met zijn handelswijze de levering om langer in de woning te kunnen blijven. Om te voorkomen dat de man de woning niet verlaat nadat de levering daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, vordert de vrouw hem te veroordelen tot ontruiming.
3.3.
De man voert verweer.
in reconventie
3.4.
De man vordert op zijn beurt:
dat de vrouw opgave doet van de saldi op alle bankrekeningen die op haar naam staan op peildatum 13 juni 2024, in het bijzonder door het overleggen van het afschrift van haar spaarrekening;
te bepalen dat alle tot de ontbonden gemeenschap behorende banksaldi van partijen op peildatum 13 juni 2024 zullen worden gedeeld en tegelijk met de uitkoopsom van de woning zullen worden afgerekend overeenkomstig een door de notaris op te stellen eindafrekening.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding hebben partijen overeenstemming bereikt ten aanzien van de afkoopverklaring, die de man ter plekke heeft ondertekend, en de ondertekening van de akte van verdeling, waarvoor partijen binnen twee weken een afspraak maken bij de notaris. Ook zijn partijen overeengekomen dat zij binnen een maand zorgdragen voor de verdeling van enkele overige gemeenschapsgoederen, waarbij zij in overleg zullen treden over onder meer de hoogte van de saldi van de bankrekeningen. De voorzieningenrechter zal zijn oordeel in dit vonnis daarom beperken tot het vaststellen van de termijn waarbinnen de man de gezamenlijke woning moet verlaten (zoals in conventie) gevorderd en de proceskostenveroordeling. De vorderingen in reconventie behoeven geen bespreking meer.
4.2.
De vrouw heeft voldoende aangetoond dat zij de woning kan overnemen. Daartoe moet ook snel gehandeld worden, nu zij uiterlijk op 15 april 2026 documenten moet aanleveren om van het renteaanbod gebruik te kunnen maken. Uit hetgeen ter zitting is besproken en de overeenstemming die daar is bereikt, volgt dat de levering van de woning aan de vrouw op korte termijn zal plaatsvinden.
4.3.
De man heeft aangevoerd dat hij voor zijn werk gebonden is aan Amsterdam. Het is voor hem niet eenvoudig om andere woonruimte te vinden. Zonder inschrijving en urgentie kan hij geen aanspraak maken op een sociale huurwoning. Ook voor een vrijesectorwoning komt hij, gezien zijn inkomen, niet in aanmerking. Hij zal dus aangewezen zijn op het beschikbaar komen van de uitkoopsom van de gezamenlijke woning, waarmee hij een appartementje hoopt te kunnen kopen. Zolang hij geen zicht heeft op de omvang van die uitkoopsom en het moment waarop hij daarover kan beschikken, kan hij niet gaan kijken naar een koopwoning. Dat de vrouw hem nu binnen twee dagen na levering – dus zelfs nog voordat hij kan beschikken over de uitkoopsom – op straat wil zetten is onredelijk en onnodig, aldus de man. Partijen gebruiken de woning al die tijd al gezamenlijk en dat levert weinig problemen op. De man denk minimaal drie maanden nodig te hebben om een andere koopwoning te vinden.
4.4.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw gezegd bereid te zijn de man een termijn van twee maanden te geven, te rekenen vanaf de leveringsdatum, om de woning te verlaten. De voorzieningenrechter acht deze termijn redelijk en de ontruimingsvordering zal dan ook met inachtneming van die termijn worden toegewezen. Partijen zijn in dit kort geding overeengekomen dat zij binnen twee weken na de zittingsdatum van 13 april 2026 een afspraak maken met de notaris ter ondertekening van de akte van verdeling. De man heeft daarna dus nog twee maanden de tijd om met gebruikmaking van de uitkoopsom op zoek te gaan naar een andere koopwoning.
4.5.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Er is geen reden om daarvan af te wijken.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt de man om de woning aan de [adres] binnen twee maanden na de levering van de woning te verlaten en de woning onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van de vrouw te stellen,
5.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026. [1]

Voetnoten

1.Type: EV