ECLI:NL:RBAMS:2026:7380

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/13/788533 / JE RK 26-433
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging gesloten uithuisplaatsing minderjarige wegens vermissing en passende jeugdhulp

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de machtiging voor gesloten uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds 26 juni 2026 vermist is. De minderjarige is geplaatst bij een time-outgroep na een problematisch verblijf bij een eerdere gesloten groep, maar is weggelopen en haar verblijfplaats is onbekend.

De kinderrechter constateert dat de minderjarige ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen heeft die haar ontwikkeling ernstig belemmeren. Het verblijf in een gesloten accommodatie is noodzakelijk om te voorkomen dat zij zich onttrekt aan de noodzakelijke jeugdhulp. Er zijn grote zorgen over haar veiligheid en ontwikkeling, mede vanwege vermoedens dat zij zich in onveilige situaties bevindt.

De GI zoekt een nieuwe, kleinschalige groep die beter aansluit bij de behoeften van de minderjarige, met ruimte voor individuele begeleiding en nabijheid van familie. Omdat er nog geen passende plek is gevonden en de minderjarige vermist blijft, wordt de machtiging verlengd tot 1 oktober 2026. De zaak wordt voortgezet op 18 september 2026 om de situatie opnieuw te beoordelen.

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De machtiging voor gesloten uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 1 oktober 2026 vanwege vermissing en het ontbreken van een passende opvanglocatie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/788533 / JE RK 26-433
Datum uitspraak: 7 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming regio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] ,
advocaat mr. M.M.E. Rietjens uit Amsterdam.
De kinderrechter merkt naast [de minderjarige] als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. H. Ben Touhami uit Amersfoort.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 29 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van [de minderjarige] ;
  • de moeder met haar advocaat;
  • [naam 1] en [naam 2] , namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hier geen gebruik van gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] is geplaatst bij Levvel, [groep], in het kader van een time-out. Ten tijde van de mondelinge behandeling is haar werkelijke verblijfplaats onbekend.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 december 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 18 september 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 januari 2026 een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 14 juli 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlengen voor de duur van een jaar.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De GI acht een gesloten kader noodzakelijk om inzicht te krijgen in wat [de minderjarige] zo trekt op straat, waar zij zich mee bezig houdt en hoe zij geholpen kan worden om te voorkomen dat zij zichzelf in onveiligheid brengt. [de minderjarige] ’s verblijf bij PinQ is niet goed verlopen. Zij werd hier overvraagd en dit heeft tot veel incidenten en wegloopmomenten geleid. [de minderjarige] is vervolgens op een time-outplek bij [groep] geplaatst. [de minderjarige] is sinds 26 juni 2026 bij [groep] weggelopen en sindsdien is het onduidelijk waar zij verblijft. [de minderjarige] heeft heel duidelijk gemaakt dat zij niet terug wil naar PinQ en PinQ wordt ook niet meer passend voor haar geacht. Zodra zij weer wordt gevonden zal ze nog tijdelijk bij [groep] kunnen verblijven. Op dit moment wordt gezocht naar een passende plek op maat die dit keer echt aansluit bij de behoeften van [de minderjarige] . Deze groep moet dan ook aan een aantal voorwaarden voldoen. Het moet een kleinschalige groep zijn waar zij met maximaal drie of vier andere meiden verblijft. De begeleiding dient zich niet uitsluitend op haar te richten, maar er moet wel ruimte zijn voor één-op-één begeleiding wanneer dit nodig is. Daarnaast moet er mogelijkheid zijn voor [de minderjarige] om school weer op te pakken, en dient de groep in de buurt van [plaats] gevestigd zijn, zodat ze dicht bij haar familie blijft. De GI heeft ten tijde van de mondelinge behandeling nog geen concreet zicht op een dergelijke groep.
4.2.
Namens en door moeder is het volgende naar voren gebracht. Moeder maakt zich grote zorgen over [de minderjarige] . Moeder wil graag dat er een passende plek wordt gevonden voor [de minderjarige] waar zij veilig is en kan instemmen met het voornemen van de GI om een plek op maat te creëren.
4.3.
De advocaat van [de minderjarige] heeft naar voren gebracht dat zij [de minderjarige] niet heeft kunnen spreken over het verzoek en geen standpunt van haar heeft vernomen, zodat zij dit ook niet namens haar kan innemen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1] In een open setting is gebleken dat [de minderjarige] zich telkens onttrekt aan de noodzakelijke jeugdhulp en wegloopt zodra zij de kans krijgt.
5.2.
Er zijn grote zorgen over de ontwikkeling en acute veiligheid van [de minderjarige] . Ze loopt veel weg en er is nauwelijks zicht op waar zij zich buiten de groep mee bezig houdt en met wie zij is. Er zijn vermoedens dat zij dan bij volwassen mannen verblijft. Op dit moment is zij vermist en heeft niemand contact met haar. [de minderjarige] werd op de gesloten groep bij PinQ sociaal en emotioneel overvraagd, wat helaas tot veel incidenten heeft geleid. Het is belangrijk dat er nu een groep wordt gevonden die op haar behoeftes aansluit, zodat zij meer rust en stabiliteit gaat ervaren en echt met zichzelf aan de slag kan. De volgende groep dient dan ook aan de door de GI gestelde voorwaarden te voldoen.
5.3.
Er is op dit moment geen contact met [de minderjarige] en er is ook nog geen zicht op een gesloten groep die aan de door de GI gestelde voorwaarden voldoet. De kinderrechter heeft haar dan ook niet gesproken. De kinderrechter acht het in deze situatie noodzakelijk om eerder dan de bij afloop van de verzochte periode met alle betrokkenen weer bij elkaar te komen en te bespreken hoe de situatie is. De kinderrechter zal de machtiging daarom verlengen tot 1 oktober 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. De mondelinge behandeling van het verzoek wordt voortgezet op 18 september 2026, op een nader te bepalen tijdstip. De kinderrechter merkt daarbij op dat de GI heeft verzocht de gesloten machtiging voor de duur van een jaar te verlengen. Dit is echter sowieso niet mogelijk, nu de huidige ondertoezichtstelling loopt tot en met 17 december 2026.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 1 oktober 2026;
6.2.
verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
houdt iedere verdere beslissing op het verzoek aan en bepaalt dat dit zal worden behandeld ter zitting van 18 september 2026, op een nader te bepalen tijdstip;
6.4.
beveelt de oproep van de GI, moeder en haar advocaat en [de minderjarige] en haar advocaat voor de zitting van 18 september 2026, op een nader te bepalen tijdstip.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. V. Zuiderbaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.A. Diederen als griffier, en op schrift gesteld op 13 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).