ECLI:NL:RBAMS:2026:7383

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/13/784750 / JE RK 26-206
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en overdracht zaak minderjarige naar Curaçao

De kinderrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft op 25 juni 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verblijft sinds december 2024 bij een tante en zal binnenkort met zijn oma naar Curaçao verhuizen. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing.

De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, is opgeroepen maar niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek. De kinderrechter acht de verlenging noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verlengd tot 14 mei 2027.

Daarnaast is het van belang dat de zaak wordt overgedragen aan de bevoegde autoriteiten op Curaçao, waar de minderjarige en zijn oma begin augustus zullen gaan wonen. De GI heeft hiertoe een verzoek ingediend bij het Gemeenschappelijk Hof om uitvoering van de maatregel door de Uitvoeringsinstantie Justitiële Zorg (UOJZ). De kinderrechter verwacht dat de UOJZ hier welwillend tegenover zal staan.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na dagtekening of kennisname.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 14 mei 2027 en de zaak wordt overgedragen aan de bevoegde autoriteiten op Curaçao.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/784750 / JE RK 26-206
Datum uitspraak: 25 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming regio Amsterdam,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. N. Bevelander uit Amsterdam.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 21 april 2026;
  • de brief met bijlage van de GI aan de rechtbank, ontvangen op 8 juni 2026.
1.2.
Op 25 juni 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de moeder;
- [naam], namens de GI.
1.3.
Moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
1.4.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hier geen gebruik van gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft sinds december 2024 bij tante (mz) in [plaats].

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Bij beschikking van 21 april 2026 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengd voor de duur van een jaar, te weten tot 14 mei 2027. Ook heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor een periode van drieënhalve maand, te weten tot 1 juli 2026. Het meer verzochte (de periode tot 14 mei 2027) is aangehouden en ligt thans ter beoordeling voor.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. [1] Alle partijen zijn het erover eens dat [de minderjarige] bij zijn oma op Curaçao zal gaan opgroeien. Moeder heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek, wat maakt dat het verzoek van de GI voor toewijzing gereed ligt. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen tot 14 mei 2027.
5.2. [de minderjarige] en oma zullen begin augustus naar Curaçao verhuizen. Het is dan ook van belang dat de zaak wordt overgedragen aan de bevoegde autoriteiten op Curaçao. De GI heeft inmiddels een verzoek ingediend bij het Gemeenschappelijk Hof om de maatregel te laten uitvoeren door de Uitvoeringsinstantie Justitiële Zorg (hierna: UOJZ). De kinderrechter verwacht dat de UOJZ hier welwillend tegenover zal staan, gelet op het belang van een goede start van [de minderjarige] op Curaçao.
4.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een pleeggezin tot 14 mei 2027;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 door
mr. M.E.A. Nijssen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.A. Diederen als griffier, en op schrift gesteld op 9 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.