ECLI:NL:RBAMS:2026:7401
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot kennisneming van economisch delict
De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 juli 2026 een zaak waarin verdachte werd verdacht van het zonder vergunning uitoefenen van het bedrijf van wisselinstelling, een economisch delict. De tenlastelegging betrof wisseltransacties in de periode van januari tot september 2024.
Tijdens de terechtzitting stelde de raadsman van verdachte dat de rechtbank onbevoegd was omdat alleen de economische kamer van de rechtbank bevoegd is voor dergelijke economische delicten. De officier van justitie onderschreef dit standpunt. De dagvaarding vermeldde ten onrechte de meervoudige strafkamer in plaats van de economische kamer.
De rechtbank oordeelde dat geen van de rechters van de meervoudige strafkamer tot de economische kamer behoort, waardoor de rechtbank zich onbevoegd verklaarde tot kennisneming van het ten laste gelegde. De zaak kan daarom niet door deze kamer worden behandeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde economisch delict.