ECLI:NL:RBAMS:2026:7435

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/13/788517
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot herstelwerkzaamheden badkamer wegens onvoldoende bewijs afspraak en aansprakelijkheid

Eisers, woonachtig in België, lieten hun badkamer verbouwen waarbij gedaagde betrokken was voor levering en montage van natuurstenen panelen. Na enkele jaren ontstonden gebreken zoals verkleuring, poreuze voegen en defecte LED-panelen. Partijen communiceerden over herstel, waarbij gedaagde werkzaamheden uitvoerde en een factuur stuurde voor herstelkosten.

Eisers vorderden in kort geding dat gedaagde de resterende herstelwerkzaamheden op eigen kosten zou afronden, stellende dat daartoe een afspraak was gemaakt en dat gedaagde aansprakelijk is voor de gebreken. Gedaagde betwistte dit en stelde dat de gebreken veroorzaakt zijn door een andere aannemer.

De voorzieningenrechter oordeelde dat uit het WhatsApp-verkeer en e-mails geen bindende afspraak blijkt dat gedaagde de herstelwerkzaamheden zonder kosten zou uitvoeren. Ook is onvoldoende onderbouwd dat gedaagde aansprakelijk is voor de gebreken. Daarom wordt de vordering afgewezen. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Vordering tot kosteloos afronden herstelwerkzaamheden wordt afgewezen wegens ontbreken afspraak en onvoldoende bewijs aansprakelijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/788517 / KG ZA 26-448 MK/KH
Vonnis in kort geding van 20 juli 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [plaats] (België),
2.
[eiser 2],
te [plaats] (België),
3.
[eiser 3] B.V.,
te [vestigingsplaats 1] ,
eisende partijen bij dagvaarding van 4 juni 2026,
advocaat: mr. B. van Eijk,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. P. Thole.

1.De procedure

1.1.
Ter zitting van 6 juli 2026 hebben eisers de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties ingediend en namens [gedaagde] is een pleitnota voorgedragen. Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag.
1.2.
Ter zitting waren aanwezig:
- namens eisers: [eiser 1] (eiser sub 1, ook indirect bestuurder en aandeelhouder van eiseres sub 3) en [eiser 2] (eiseres sub 2) met mr. Van Eijk,
- namens [gedaagde] : [naam 1] (COO) met mr. Thole.

2.De feiten

2.1.
[eiser 1] is, via [bedrijf] B.V., bestuurder en enig aandeelhouder van [eiser 3] B.V. (hierna: [eiser 3] ). [eiser 1] en [eiser 2] (hierna: [eisers] ) zijn echtgenoten en zij wonen aan de [adres] , België.
2.2.
[eisers] heeft zijn badkamer laten verbouwen. Daarbij is hij bijgestaan door ‘Studio De Blieck Bouwbegeleiding’, die het ontwerp van het interieur van de badkamer heeft gemaakt en de begeleiding/coördinatie van de werkzaamheden van de aannemer, de interieurbouwer en [gedaagde] deed.
2.3.
[eiser 3] en [gedaagde] hebben voor de verbouwing van de badkamer van [eisers] op 25 januari 2021 een opdrachtbevestiging ondertekend voor levering en montage van exclusieve natuurstenen panelen. Die panelen zijn door [gedaagde] , na inmeting, geplaatst op vloeren en wanden in de badkamer.
2.4.
Sinds eind 2022 ontstonden er problemen. De problemen bestaan er onder meer uit dat de panelen en de voegen zijn verkleurd, de voegen poreus zijn en dat er wormpjes over de panelen kruipen. Ook werken enkele LED-panelen niet.
2.5.
Partijen hebben vervolgens veel gecorrespondeerd over (het achterhalen van) de mogelijke oorzaak van de problemen en hoe deze te herstellen. In dat kader is [gedaagde] op zoek gegaan naar passende nieuwe panelen en heeft zij nieuwe LED-panelen besteld.
2.6.
Op 9 oktober 2024 stuurt [naam 1] namens [gedaagde] een planning aan [eiser 2] voor (herstel)werkzaamheden:
“(…)
Wij hebben jullie gesprek geheel doorgesproken met het team. Het project zal in twee fases dienen te worden uitgevoerd.
Voorwerk
- Verwijderen van kranen en dergelijke (loodgieter)
Fase 1
- Verwijderen douchevloer.
- Demonteren onyx en led-panelen van omliggende wanden bankje (hier dient een elektricien bij te zijn).
Tussen fase 1 en fase 2
- De constructie (beton?) van het bankje dient verwijderd te worden.
- Aansmeren/egaliseren vloer waar het bankje zat.
- Als dit is gedaan is, kunnen wij de nieuwe maten exact opmeten voor fase 2.
- Hiervan kunnen wij de nieuwe platen zagen en additionele LED-panelen bestellen.
Fase 2
- Installeren nieuwe en originele LED-panelen (hier dient een elektricien bij te zijn).
- Installeren nieuwe en originele wandpanelen.
- Installeren nieuwe vloerplaten (grotere stukken).
(…)
Graag vernemen wij welke dagen (…) wij in kunnen gaan plannen, zodat dit definitief vastgelegd kan worden. (…)”
2.7.
Op 29 maart 2025 hebben monteurs van [gedaagde] uiteindelijk de douchewanden en de douchevloer verwijderd.
2.8.
Op 3 april 2025 stuurt [naam 1] aan onder meer [eiser 2] :
“(…) Dank voor het geduld. De prijzen voor nieuwe LED-panelen liet even op zich wachten om voor ons de definitieve prijzen uit te rekenen.
Allereerst hebben we de badkamer. Zoals geconcludeerd is door allen, is het probleem met het roze onyx ontstaan door het onjuist aanbrengen van de ondervloer, wat dus buiten ons werk en garantie omvalt. De totale kosten voor het verwijderen en opnieuw aanbrengen van de nieuwe douchevloer, wanden en LED-panelen komen uit op € 30.402,30 ex btw. (…)”
2.9.
Op 9 april 2025 stuurt [eiser 2] aan [naam 2] (CEO [gedaagde] ) dat de communicatie met [naam 1] een dieptepunt heeft bereikt en dat zijn laatste bericht (van 3 april 2025, deels hierboven opgenomen), werkelijk alles slaat. Zij vraagt of [naam 2] kan terugbellen.
2.10.
Op 28 april 2025 stuurt [naam 2] aan [eisers] :
“(…) Tijdens de werkzaamheden is er geconstateerd dat de achterwanden van de betreffende constructie niet correct zijn opgebouwd. Tevens is er vastgesteld dat de kimband hierdoor niet goed heeft gehecht. Deze combinatie heeft geleid tot een gebrekkige uitvoering van de waterkering die zich achter de stenen bevindt.
Bij het verwijderen van de stenen bleek dat de waterkering niet adequaat verbonden was met de achterwand. Integendeel, deze zat los en bood daardoor geen enkele bescherming tegen indringend vocht. Dit vormt een ernstig technisch mankement, aangezien de waterkering juist essentieel is om vochtproblemen te voorkomen.
Het loslaten van de waterkering heeft ertoe geleid dat vocht vrij spel had, met als gevolg dat er op meerdere plekken in de constructie sprake is van vochtophoping. Deze vochtproblemen zijn inmiddels zichtbaar en hebben aanzienlijke schade veroorzaakt. Denk hierbij aan aantasting van materialen, verlies van structurele integriteit en mogelijke schimmelvorming.
Samenvattend kan gesteld worden dat:
• De achterwand onjuist is opgebouwd;
• Er ongeschikt materiaal is gebruikt;
• De waterkering ondeugdelijk is aangebracht en los zat bij demontage;
• Hierdoor vocht kon binnendringen;
• En dit heeft geleid tot de geconstateerde schades.
Zoals ook tegen [eiser 1] [eiser sub 1, vzr] gezegd wil ik altijd in alle eerlijkheid en schappelijkheid nadenken over de situatie maar deze fouten zijn voor 0% aan [gedaagde] te wijden. Tegelijkertijd hebben jullie een aannemer werk gegeven waar je van mag verwachten dat er goed werkt geleverd wordt. Jullie zijn klant en mijn advies is hem dan ook aansprakelijk te stellen voor deze kosten. Jullie zijn uiteindelijk ook de enige die dit kunnen. Het is heel raar als wij zouden moeten betalen voor zijn fouten. Het is ook feitelijk onjuist dat de hexagon tegels niet op de vloer kunnen. Dit kunnen we desnoods door een externe laten onderzoeken en wij hebben meerdere projecten waar we dit hebben geïnstalleerd en we ook kunnen laten zien dat daar alles goed gaat. Feit is dat de aannemer slecht werk heeft geleverd en alleen hij dus voor deze kosten moet opdraaien. (…)”
2.11.
Op 11 juni 2025 vindt een WhatsApp-gesprek plaats dat hieronder wordt ingevoegd, waarbij de tekstblokken rechterzijde van [eiser 1] zijn en de tekstblokken linkerzijde van [naam 2] :
2.12.
[gedaagde] heeft uiteindelijk in afstemming met [eisers] op 20, 21 en 22 januari 2026 de werkzaamheden uitgevoerd en afronding zou plaatsvinden op 30 januari 2026.
2.13.
Op 26 januari 2026 stuurt [gedaagde] aan [eisers] enkele te betalen facturen, waaronder een nieuwe factuur voor de herstelwerkzaamheden. In de begeleidende e-mail staat onder meer:
“(…)
3. Factuur [factuurnummer] – EUR 34.628,14 (…)[incl. btw, vzr]
– 26 januari 2026
Betreft de uitgevoerde herstelwerkzaamheden, zoals overeengekomen en bevestigd per e‑mail door [naam 2] :
• Verwijderen kranen en sanitair (derde partij)
• Verwijderen douchevloer, zitbank, wand achter zitbank en zijwanden ( [gedaagde] )
• Verwijderen LED‑panelen ( [gedaagde] en elektricien)
• Verwijderen constructie zitbank (derde partij)
• Plaatsen nieuwe douchevloer in grotere platen ( [gedaagde] )
• Plaatsen nieuwe LED‑panelen en nieuwe wanden ( [gedaagde] en elektricien)
• Terugplaatsen kranen en sanitair (derde partij)
Aanvankelijk heeft [gedaagde] aangeboden de kosten voor het verwijderen, leveren en opnieuw installeren van de douchevloer voor eigen rekening te nemen.
Tijdens de werkzaamheden is echter vastgesteld dat de schade is veroorzaakt door een onjuist aangebrachte waterkering en onvoldoende voorbereide ondergrond; de douche is niet waterdicht opgeleverd. Dit blijkt duidelijk uit de bijgevoegde foto’s, waarop te zien is dat de kimbanden niet of verkeerd zijn aangebracht en de kimcoating onvoldoende aanwezig is. Op basis van deze bevindingen is er geen enkele grond om [gedaagde] aansprakelijk te houden voor de herstelkosten. De verantwoordelijkheid ligt volledig bij de aannemer.
Indien u ondersteuning wenst bij het aansprakelijk stellen van de betreffende partij, dan verlenen wij uiteraard onze volledige medewerking. Voor de volledigheid merken wij op dat de herstelwerkzaamheden op zichzelf zouden hebben geleid tot een bedrag van circa EUR 15.000 excl. BTW. Tegelijkertijd is echter opdracht gegeven voor een ontwerpwijziging (verwijderen zitbank, vergroten vloer), waardoor hergebruik van natuursteen en LED‑panelen slechts beperkt mogelijk was. Hierdoor zijn de totale kosten uitgekomen op EUR 30.402,30 excl. BTW. (…)”
2.14.
Op 27 februari 2026 reageert de advocaat van [eisers] aan [gedaagde] per brief. Hij schrijft dat [eisers] niet bereid is tot betaling van de factuur met betrekking tot de herstelwerkzaamheden, in het kort omdat deze nodig waren vanwege door [gedaagde] veroorzaakte gebreken. Deze moeten volgens [eisers] voor rekening en risico van [gedaagde] worden hersteld. De resterende werkzaamheden dient [gedaagde] volgens [eisers] ook voor eigen rekening en risico af te ronden. Zij heeft volgens [eisers] niet onderbouwd met bevindingen van een objectieve deskundige dat de oorzaak van de gebreken zijn ontstaan door een onjuiste opbouw van de achterwand, gebruik van ongeschikt materiaal en een ondeugdelijke waterkering. [eisers] verzoekt [gedaagde] de betreffende factuur te crediteren.

3.Het geschil

3.1.
Eisers vorderen, na vermindering van eis, om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis [gedaagde] op straffe van een dwangsom te veroordelen om binnen 30 dagen na dit vonnis de resterende werkzaamheden aan de badkamer van [eisers] af te ronden, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De zaak heeft een internationaal karakter, nu eisers in België gevestigd zijn. Omdat [gedaagde] als gedaagde in Nederland gevestigd is, acht de voorzieningenrechter zichzelf bevoegd. Daarnaast hebben eisers de vordering ingestoken naar Nederlands recht, wat op zichzelf niet is betwist door [gedaagde] . Om die reden wordt Nederlands recht toegepast.
4.2.
De vordering van eisers komt erop neer dat [gedaagde] verplicht wordt tot afronding van de herstelwerkzaamheden aan de badkamer van [eisers] voor eigen rekening, nu eisers niet bereid zijn tot betaling van de factuur daarvan.
4.3.
Eisers menen dat partijen daartoe een afspraak hebben gemaakt en zij verwijzen daarvoor naar het overgelegde WhatsApp-gesprek (2.11), waarin [gedaagde] volgens hen nadrukkelijk zou hebben toegezegd de gebreken zonder meer te zullen herstellen, ongeacht de oorzaak van de problematiek en ongeacht de vraag wie daarvoor verantwoordelijk is. Dat [gedaagde] de herstelwerkzaamheden op eigen kosten zou verrichten zou verder telefonisch zijn besproken, aldus eisers.
4.4.
Daarin volgt de voorzieningenrechter eisers niet. Uit het overgelegde WhatsApp-gesprek blijkt enkel een voorstel van [gedaagde] om de badkamer af te maken, maar nergens blijkt uit dat zij dat op eigen kosten zou doen. Onderdeel van het voorstel is juist
En het later zien uit te vechten. Daaruit volgt de uitleg die eisers aan het WhatsApp-gesprek geven dus geenszins. In de daarvoor en daarna verzonden e-mails vanuit [gedaagde] blijkt ook expliciet het tegenovergestelde, namelijk dat zij meent niet verantwoordelijk te zijn voor de gebreken en dus ook de kosten daarvan niet wil dragen. Dat telefonisch een andere toezegging zou zijn gedaan is door eisers niet onderbouwd en wordt door [gedaagde] betwist. Dat is onvoldoende om in kort geding een vordering tot nakoming van een mondelinge toezegging toe te wijzen.
4.5.
Dat [gedaagde] wel al een (groot) deel van de herstelwerkzaamheden heeft verricht en die volgens planning zou afronden op 30 januari 2026, is evenmin voldoende om daar een rechtens afdwingbare afspraak uit af te leiden dat [gedaagde] ook gehouden is deze herstelwerkzaamheden zonder betaling af te ronden. Dat eisers in de veronderstelling verkeerden dat zij niet hoefden te betalen leidt ook niet tot een andere uitkomst.
4.6.
In dit kort geding kan tot slot niet worden beoordeeld of [gedaagde] verantwoordelijk is voor de gebreken in de badkamer, nu eisers die stelling onvoldoende hebben onderbouwd en door [gedaagde] is betwist. Ook op die grond kan [gedaagde] daarom niet worden veroordeeld tot het verrichten van de (laatste) herstelwerkzaamheden op eigen kosten. De vordering van eisers wordt bij deze stand van zaken afgewezen.
4.7.
Bij deze stand van zaken behoeven de overige geschilpunten, waaronder de vraag of [eisers] aanspraak kan maken op consumentenbescherming ondanks dat [eiser 3] de overeenkomst heeft gesloten en of de algemene voorwaarden van toepassing zijn, geen behandeling.
4.8.
Eisers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht
735
- salaris advocaat
1.177
- nakosten
189
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
weigert de gevraagde voorziening,
5.2.
veroordeelt eisers hoofdelijk in de proceskosten van € 2.101, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt eisers hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026. [1]

Voetnoten

1.Coll: EV