ECLI:NL:RBAMS:2026:7441

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
AMS 24/2266
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 1 Regeling gehandicaptenparkeerkaart
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag Europese gehandicaptenparkeerkaart wegens onvoldoende medische onderbouwing

Eiseres heeft op 2 februari 2023 een aanvraag ingediend voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart (GPK) als bestuurder, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen op basis van meerdere negatieve adviezen van de GGD. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt en een contra-expertise overgelegd waarin een verzekeringsarts een ernstige loopbeperking concludeert.

De rechtbank heeft een onafhankelijke deskundige aangewezen die op medische gronden geen afwijkingen heeft gevonden die een ernstige loopbeperking rechtvaardigen. De GGD heeft meerdere malen bevestigd dat de klachten van eiseres niet zodanig ernstig zijn dat een GPK gerechtvaardigd is, mede omdat er nog behandelmogelijkheden zijn en het afgeven van een GPK anti-revaliderend zou kunnen werken.

De rechtbank oordeelt dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen en dat de adviezen van de GGD en het deskundigenrapport zorgvuldig, inzichtelijk en begrijpelijk zijn gemotiveerd. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze adviezen onjuist zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/2266

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. S.K. Verwer),
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder (hierna: het college)
(gemachtigden: I. Akhamran en G. Baloe).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart (GPK) als bestuurder. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe – kort samengevat – aan dat zij wel voldoet aan de criteria voor een GPK, dat het college de afwijzing onvoldoende heeft gemotiveerd en dat het advies van de GGD niet op inzichtelijke wijze tot stand is gekomen. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag van eiseres heeft mogen afwijzen
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Eiseres heeft op 2 februari 2023 een aanvraag ingediend voor een GPK als bestuurder. Het college heeft met het besluit van 12 juli 2023 de aanvraag voor een GPK voor een bestuurder afgewezen. Met het bestreden besluit van 5 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college.
2.4.
De rechtbank heeft tijdens de zitting aanleiding gezien om het onderzoek ter zitting te schorsen om een onafhankelijke deskundige aan te stellen.
2.5.
Op 16 april 2026 heeft dhr. Dr. W.J. Rijnberg, orthopedisch chirurg (hierna: de deskundige) van het Expertise Centrum MediLibra een medisch deskundigenrapport aan de rechtbank overgelegd.
2.6.
Eiseres heeft op 10 juni 2026 haar reactie op het deskundigenrapport uitgebracht.
2.7.
Het college heeft op 10 juni 2026 gereageerd op de reactie van eiseres.
2.8.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van de besluitvorming
3. Eiseres heeft meerdere medische problemen die haar beperken in het dagelijks leven en bij het lopen. Zij is voor haar werk afhankelijk van haar auto en daarom heeft zij op 2 februari 2023 een GPK aangevraagd als bestuurder.
3.1.
Het college heeft naar aanleiding van de aanvraag van eiseres advies gevraagd aan de GGD. Eiseres is op 19 april 2023 op spreekuur geweest bij de GGD. Volgens het advies van de GGD van 9 mei 2023 (hierna: het eerste advies) moet eiseres in redelijkheid in staat worden geacht zich met de gebruikelijke hulpmiddelen, zonder hulp van een ander, over een langere afstand dan 100 meter aaneengesloten voort te bewegen. De GGD heeft bij haar onderzoek de informatie van de huisarts van 19 april 2023, de brief van de anesthesioloog van 19 april 2023 en de brieven van de orthopedisch chirurg van 12 januari 2021, 14 en
20 april 2023 betrokken.
3.2.
Op basis van het advies van de GGD heeft het college een voornemen tot afwijzing naar eiseres gestuurd. Eiseres heeft op dit voornemen met een zienswijze gereageerd en daarbij een brief van de orthopedisch chirurg van 5 juli 2023 en een brief van de anesthesioloog van 8 juni 2023 overgelegd. Naar aanleiding van deze zienswijze heeft het college de GGD opnieuw om advies gevraagd. In het advies van 21 juni 2023 (hierna: het tweede advies) komt de GGD tot de conclusie dat de GPK moet worden afgewezen omdat de nieuwe medische stukken onvoldoende onderbouwing geven voor het bestaan van een ernstige loopbeperking en er nog behandelmogelijkheden zijn.
3.3.
Het college heeft vervolgens op 12 juli 2023 de aanvraag van eiseres om een GPK afgewezen en zich gebaseerd op het eerste en het tweede advies van de GGD.
3.4.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing en daarbij brieven van de orthopedisch chirurg van 31 januari 2022, 29 juli 2023 en 28 augustus 2023 overgelegd. Op 3 oktober 2023 is een hoorzitting gehouden. Het college heeft de GGD opnieuw om een nader advies gevraagd. De GGD is in het advies van 4 oktober 2023 (hierna: het derde advies) nogmaals tot de conclusie gekomen dat niet voldoende gronden worden gevonden voor het bestaan van een ernstige loopbeperking.
3.5.
Hierna heeft eiseres een contra-expertise van 29 november 2023 (hierna: de contra-expertise) door een verzekeringsarts van het Expertise Instituut overgelegd. Eiseres is op 17 november 2023 op spreekuur geweest bij deze verzekeringsarts. De verzekeringsarts heeft de brieven van de orthopedisch chirurg van 31 januari 2022, 2 juni 2023, 5 juni 2023 en de brief van de anesthesioloog van 8 juni 2023 betrokken. De verzekeringsarts concludeert dat eiseres een ernstige loopbeperking heeft en dat zij, al dan niet met hulpmiddel, niet in staat is om zonder te pauzeren minstens 100 meter te kunnen lopen.
3.6.
Het college heeft naar aanleiding van de reactie van eiseres en de overgelegde contra-expertise, de GGD nogmaals om advies gevraagd. In het advies van de GGD van
2 januari 2024 (hierna: het vierde advies) staat dat uit het verslag van de verzekeringsarts grotendeels dezelfde diagnosen blijken die reeds bekend zijn bij de GGD. Maar dat de afwijkingen onvoldoende een forse loopbeperking onderbouwen en dat het vanuit medisch oogpunt onduidelijk is waar de verzekeringsarts dit mee onderbouwt. De GGD blijft bij het advies om de GPK af te wijzen.
3.7.
Het college heeft de GGD nogmaals gevraagd om advies, omdat het vierde advies onvoldoende onderbouwd is. De GGD blijft in het advies van 2 februari 2024 (hierna: het vijfde advies) bij het advies om de GPK af te wijzen. Bij de klachten van eiseres is het behandeladvies volgens de GGD om de ledematen niet te ontlasten maar te bewegen. Ook zijn niet alle behandelopties bij eiseres reeds ingezet. Bij eiseres spelen volgens de GGD verschillende lichte tot matig ernstige gezondheidsproblemen, die enige beperkingen in het lopen geven, maar die, ook bij elkaar opgeteld, niet van zodanige aard en ernst zijn dat een GPK op medische gronden te rechtvaardigen is.
3.8.
Met het bestreden besluit van 5 maart 2024 heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de afwijzing van de GPK gehandhaafd. Volgens het college zijn de adviezen van de GGD op onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze opgesteld en zorgvuldig tot stand gekomen. Het college ziet geen reden om de validiteit van de adviezen te betwisten. Uit de adviezen van de GGD volgt dat onvoldoende medische onderbouwing bestaat voor een ernstige loopbeperking van minder dan 100 meter, dat er nog behandelingen mogelijk zijn en dat gelet op de klachten van eiseres het afgeven van een GPK anti-revaliderend zou kunnen werken.
In beroep
4. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat zij wel voldoet aan de criteria voor een GPK en dat dit ook blijkt uit de door eiseres steeds overgelegde medische stukken en de contra-expertise van de verzekeringsarts. De adviezen van de GGD zijn niet op inzichtelijke wijze tot stand gekomen en hadden niet ten grondslag mogen worden gelegd aan het besluit. Zo kan eiseres niet goed gebruik maken van loophulpmiddelen omdat zij door de artrose in haar handen alleen voor korte tijd krukken kan gebruiken om te lopen. De GGD heeft niet toegelicht welke hulpmiddelen eiseres zou kunnen gebruiken waarbij de handen van eiseres niet worden belast. Daarnaast is onduidelijk wat de behandelmogelijkheden volgens de GGD nog zijn. Verder blijkt uit de adviezen van de GGD niet hoe er invulling is gegeven aan de observatie van het loop- en beweegpatroon tijdens het onderzoek. Ook heeft de GGD na het rapport van het Expertise Instituut geen observatie of lichamelijk onderzoek meer uitgevoerd. De beperkingen van eiseres vormen een grote belemmering om onderdeel te kunnen blijven van de maatschappij. Eiseres heeft dan ook veel belang bij een GPK, desnoods kan deze ook voor een kortere termijn worden afgegeven.
5. In de beroepsfase heeft het college nogmaals advies gevraagd aan de GGD. In het advies van de GGD van 27 mei 2024 (hierna: het zesde advies) blijft de GGD bij het standpunt dat een ernstige loopbeperking onvoldoende kan worden onderbouwd en dat een GPK niet geïndiceerd wordt geacht.
Het deskundigenrapport
6.1.
Op basis van het bovenstaande procesverloop en de verschillen in de conclusies van de GGD arts en de verzekeringsarts heeft de rechtbank aanleiding gezien om een onafhankelijke deskundige aan te stellen.
6.2.
Eiseres is op 27 februari 2026 door de deskundige van het Expertise Centrum MediLibra ontvangen en onderzocht. De deskundige heeft aangegeven kennis te hebben genomen van alle aanwezige stukken in het dossier zoals dat door de rechtbank aan het Expertise Centrum MediLibra is toegezonden.
6.3.
Op 16 april 2026 heeft de deskundige zijn rapport aan de rechtbank overgelegd.
6.4.
Uit de conclusie in het deskundigenrapport volgt dat er een discrepantie is tussen de door eiseres ervaren belemmeringen enerzijds en de bevindingen bij klinisch onderzoek en beeldvormend onderzoek anderzijds. De deskundige geeft aan dat hij op medische gronden geen afwijkingen heeft gevonden op grond waarvan eiseres niet in staat zou moeten worden geacht om 100 meter te kunnen lopen.
Oordeel van de rechtbank
7.1.
In artikel 1, eerste lid, onder a van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart staat dat bestuurders in aanmerking komen voor een GPK wanneer zij een aantoonbare loopbeperking van langdurige aard hebben waardoor zij – met de gebruikelijke loophulpmiddelen – in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te lopen.
7.2.
Volgens vaste rechtspraak mag het college zich bij het nemen van besluiten baseren op een medisch advies als dit zorgvuldig tot stand is gekomen, inzichtelijk is, begrijpelijk is gemotiveerd en het advies de conclusie kan dragen. Het is dan vervolgens aan de aanvrager om met medische stukken aannemelijk te maken dat het medisch advies niet klopt. [1]
7.3.
De rechtbank is van oordeel dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de adviezen van de GGD en het deskundigenadvies niet kloppen. De inhoud van de adviezen is naar het oordeel van de rechtbank op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. In andere woorden, de adviezen van de GGD dat eiseres niet in aanmerking komt voor een GPK zijn begrijpelijk toegelicht en onderbouwd. Het college is daarbij in het vierde en vijfde advies van de GGD ook inhoudelijk ingegaan op de conclusie van de contra-expertise, die tegengesteld is aan de adviezen van de GGD. Nu de onafhankelijke deskundige in zijn rapport de adviezen van de GGD bevestigt, namelijk dat er op medische gronden geen afwijkingen zijn gevonden op grond waardoor eiseres niet in staat zou moeten worden geacht om 100 meter te kunnen lopen, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan die adviezen te twijfelen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college voldaan aan de vereisten van zorgvuldigheid en de inzichtelijkheid van het deskundigenadvies zoals volgt uit vaste rechtspraak. Het college heeft de GGD adviezen dus aan zijn besluitvorming ten grondslag mogen leggen.
7.4.
Wat betreft de overige beroepsgronden van eiseres, namelijk dat de GGD onvoldoende heeft toegelicht welke hulpmiddelen eiseres kan gebruiken nu zij artrose in haar handen heeft of dat het onduidelijk is welke behandelmogelijkheden er volgens de GGD nog zijn, is de rechtbank van oordeel dat de conclusie van de deskundige (dat de klachten van eiseres onvoldoende objectief te verklaren zijn) als gevolg heeft dat deze gronden geen bespreking meer behoeven.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. van Haeften, rechter, in aanwezigheid van
mr.W.L. van der Pijl, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Centrale Raad van Beroep, 6 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:466, r.o. 2.