ECLI:NL:RBAMS:2026:7469
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Uitleg echtscheidingsconvenant en afwijzing beroep op redelijkheid en billijkheid
Partijen zijn in 1997 gehuwd en in 2022 gescheiden met een echtscheidingsconvenant waarin een lening van €300.000 is overeengekomen, opeisbaar onder specifieke voorwaarden zoals verkoop van de echtelijke woning of faillissement.
[eiser] vordert betaling van een restant van de lening omdat [gedaagde] de echtelijke woning heeft verlaten en deze commercieel verhuurt, terwijl hij in een ander appartement woont. Zij beroept zich op onvoorziene omstandigheden en de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW Pro) om de lening direct opeisbaar te verklaren.
De rechtbank oordeelt dat de tekst van het convenant helder is en geen leemte bevat die aanvulling rechtvaardigt. Het beroep op de aanvullende en beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid faalt omdat partijen bewust de voorwaarden voor opeisbaarheid limitatief hebben omschreven. De financiële nadelen voor [eiser] zijn niet onaanvaardbaar. De vordering wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot directe opeisbaarheid van de lening wordt afgewezen omdat de overeenkomst duidelijk is en het beroep op redelijkheid en billijkheid niet slaagt.