ECLI:NL:RBAMS:2026:7498

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
13/685078-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met voorwaardelijke beëindiging verpleging overheidswege

De rechtbank Amsterdam heeft op 7 mei 2026 besloten tot verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) van een terbeschikkinggestelde die sinds 2016 deze maatregel ondergaat na bewezenverklaring van doodslag. De maatregel is niet gemaximeerd en werd eerder in 2024 al verlengd. De huidige vordering van de officier van justitie tot verlenging met twee jaar is toegewezen.

De terbeschikkinggestelde lijdt aan schizofrenie met ernstige symptomen en vertoont disfunctioneren op alle levensgebieden. Sinds mei 2024 verblijft hij in een GGZ-instelling en sinds mei 2025 binnen een proefverlofkader met stabiel functioneren en dagbesteding. De reclassering en de instelling adviseren verlenging van de tbs met voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, onder voorwaarden zoals medicatietrouw, toezicht, locatieverbod en verbod op middelengebruik.

De rechtbank acht verlenging noodzakelijk vanwege het blijvende recidiverisico en het ontbreken van een geschikte woonplek na afloop van de maatregel. De voorwaardelijke beëindiging van de verpleging wordt toegestaan onder strikte voorwaarden die de maatschappelijke veiligheid waarborgen. De terbeschikkinggestelde stemt in met deze voorwaarden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaar en beëindigt de verpleging van overheidswege voorwaardelijk onder strikte voorwaarden.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Parketnummer rechtbank: 13/685078-14
beslissing van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van:

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] ,
verblijvend bij [GGZ-instelling] te [plaats] op het adres [adres] ,
onder verantwoordelijkheid van [instelling] (hierna: de instelling),
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.

Procesgang

Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 februari 2016 is de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd na bewezenverklaring van doodslag. Dit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 24 april 2016. Deze maatregel is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 7 mei 2024 met twee jaar verlengd.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie van 12 maart 2026 op de openbare zitting van 7 mei 2026 behandeld. De vordering strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde, zijn raadsvrouw mr. M.S. Gerson en de officier van justitie mr. C.R. Zetsma op zitting gehoord.
Namens de reclassering is [naam 1] als deskundige gehoord.

Stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • een advies van de instelling FPC de Oostvaarderskliniek van 9 februari 2026, opgemaakt door [naam 2] (directeur behandelzaken, psychiater en plaatsvervangend hoofd van de instelling), [naam 3] (hoofd behandeling) en [naam 4] (psychiater), zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 1 Sv Pro;
  • de wettelijke aantekeningen van de periode van 13 mei 2024 tot en met 19 mei 2025, zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 1 Sv Pro;
  • de voortgangsverslagen van de periode van 19 mei 2025 tot en met 13 april 2026;
  • een advies van het Adviescollege Verloftoetsing Tbs van 19 maart 2025;
  • een advies van de reclassering van 2 maart 2026, opgemaakt door [naam 1] (reclasseringswerker) en [naam 5] (unitmanager);
  • een advies van de reclassering van 7 januari 2025, opgemaakt door [naam 1] (reclasseringswerker) en [naam 5] (unitmanager).

Adviezen

Het advies van de instelling luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
De diagnose
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van schizofrenie (onafgebroken, ernstig, met gedesorganiseerd spreken, gedesorganiseerd gedrag en negatieve symptomen, mate van actuele ernst 3), problemen verband houdend met justitiële maatregelen en andere persoonlijke risicofactoren, disfunctioneren op alle levensgebieden.
De behandeldoelen en het behandelverloop
Sinds mei 2024 verblijft de terbeschikkinggestelde bij [GGZ-instelling] te [plaats] , sinds mei 2025 binnen een proefverlofkader. In november 2025 is hij doorgestroomd naar een zelfstandiger woonplek op het terrein van de GGZ Noord-Holland-Noord. Hier is ruime expertise in het omgaan met terbeschikkinggestelden aanwezig en het isvierentwintig uur per dag mogelijk om een beroep te doen op woonbegeleiding. De begeleiding is wel meer op afstand. Verder is het Outreachteam van Oostvaarderskliniek nog betrokken bij de terbeschikkinggestelde. Het proefverlof verloopt goed, de terbeschikkinggestelde functioneert stabiel en volgt zijn weekprogramma, waarbij hij vier dagen dagbesteding heeft. De terbeschikkinggestelde is graag op zichzelf en heeft alleen nog contact met zijn moeder, met wie hij soms kort belt, en een maatje (vrijwilliger), met wie hij eens per week afspreekt. De therapieën heeft de terbeschikkinggestelde afgerond sinds zijn aankomst in het [GGZ-instelling] . Hij regelt zelf adequaat zijn financiën. De terbeschikkinggestelde heeft behoefte aan externe structuur en ondersteuning. De instelling acht het wenselijk om het huidige traject voort te zetten in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
De risicotaxatie en het risicomanagement
Vanwege gebrek aan probleeminzicht is het traject vormgegeven volgens het
care-and-controlprincipe. Toezicht en controle met oog voor kwaliteit van leven en een optimaal activiteitenniveau. De kern van het risicomanagement wordt gevormd door blijvende medicatietrouw (met controles), inbedding in een professioneel netwerk (het [GGZ-instelling] ), vroegsignalering, een dag- en weekprogramma en abstinentie van middelen (waarop controles worden uitgevoerd). Het recidiverisico wordt binnen het huidige proefverlofkader als laag ingeschat. Als alle zorg weg zou vallen, blijft het risico op korte en middellange termijn laag. Dit loopt op lange termijn op tot matig. In geval van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt het recidiverisico als laag ingeschat, gezien het langdurige stabiele functioneren van de terbeschikkinggestelde– ook tijdens het proefverlof. Het risico op ongeoorloofde afwezigheid, inclusief het recidiverisico tijdens ongeoorloofde afwezigheid, wordt als laag ingeschat.
Het advies luidt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen en de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen.
Het advies van de reclassering luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
Het maatregelverloop en de koers
Sinds 2022 heeft de reclassering contact met de terbeschikkinggestelde. Inmiddels hebben zij eens per maand een afspraak. De terbeschikkinggestelde functioneert stabiel. Hij is gemotiveerd voor behandeling en begeleiding door het [GGZ-instelling] en de reclassering.
Het risicomanagement
De inschatting van de risico’s door de reclassering is conform het verlengingsadvies van de instelling. Onder de huidige omstandigheden zijn er veel beschermende factoren. Het huidige risicomanagement wordt als toereikend gezien. Medicamenteuze behandeling is noodzakelijk. De terbeschikkinggestelde is medicatietrouw, maar beschikt nog over beperkt probleembesef, waardoor extern risicomanagement noodzakelijk blijft.
De slachtofferbelangen
Het locatieverbod voor Amsterdam dient in het kader van de belangen van nabestaanden gehandhaafd te blijven. De familie van het slachtoffer – en dus ook van de terbeschikkinggestelde – woont in Amsterdam. De terbeschikkinggestelde gaat onder begeleiding en met een zeer lage frequentie op bezoek bij zijn moeder. Op dit moment onderhoudt hij liever telefonisch contact.
Het advies luidt de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen onder de volgende voorwaarden: geen strafbaar feit plegen, meewerken aan reclasseringstoezicht, meewerken aan een time-out, niet naar het buitenland gaan, ambulante behandeling, verblijf in een voorziening voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een verbod op verdovende middelen, een alcoholverbod, een locatieverbod (zonder elektronisch toezicht) en dagbesteding.
De deskundige heeft dit advies ter zitting bevestigd en aangevuld. Zij heeft toegelicht dat een verlenging van twee jaar noodzakelijk is. Naar verwachting zal de terbeschikkinggestelde moeten worden overgeplaatst naar een andere woonplek, omdat hij niet op de huidige plek kan blijven na het aflopen van de maatregel van terbeschikkingstelling. Het kost tijd om een geschikte woonplek te vinden en de reclassering vindt het van belang dat de overstap naar de andere woonplek goed gemonitord kan worden, zodat de terbeschikkinggestelde ook na de overstap nog enige tijd in beeld blijft.

Standpunten

De officier van justitie heeft op de zitting de vordering gewijzigd en gevorderd dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd met twee jaar en dat de verpleging van overheidswege onder de door de reclassering geadviseerde voorwaarden wordt beëindigd. Aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Uit de adviezen blijkt dat een verlenging van twee jaar noodzakelijk is en dat voorwaardelijke beëindiging van de maatregel wenselijk is en op een verantwoorde wijze kan plaatsvinden.
De advocaat heeft zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling en heeft verzocht de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen. De terbeschikkinggestelde heeft ingestemd met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

Beoordeling

De rechtbank heeft kennisgenomen van alle voornoemde stukken. Zij komt op grond van de stukken en hetgeen is besproken ter zitting tot het volgende oordeel.
De stoornis van de terbeschikkinggestelde is nog steeds aanwezig en het recidiverisico is bij het wegvallen van de maatregel van terbeschikkingstelling nog niet gedaald tot een aanvaardbaar niveau. De algemene veiligheid van personen eist daarom de verlenging van de maatregel.
Uit de adviezen en de toelichting van de deskundige ter zitting blijkt dat voor de verdere stappen in het traject een verlenging van twee jaar noodzakelijk is. Naar verwachting moet een andere woonplek voor de terbeschikkinggestelde gevonden worden, waar hij na afloop van de maatregel kan verblijven. Het vinden van een geschikte plek kost tijd. Daarnaast is het van belang dat de overgang naar een nieuwe woonplek stapsgewijs kan verlopen, waarbij de reclassering steeds meer naar de achtergrond zal gaan en de begeleiding van de reguliere woonvoorziening op de voorgrond zal treden. Tot slot is het van belang dat – als de overstap eenmaal is gemaakt – het kader van de maatregel voor de reclassering nog enige tijd de mogelijkheid biedt om te monitoren hoe het met de terbeschikkinggestelde gaat, of de medicamenteuze behandeling gehandhaafd blijft en de risico’s bij afname van toezicht en begeleiding door de reclassering beheersbaar blijven. De termijn van de terbeschikkingstelling dient dus met twee jaar te worden verlengd.
De verpleging van overheidswege moet voorwaardelijk worden beëindigd. De maatschappelijke veiligheid kan naar het oordeel van de rechtbank binnen dit kader worden gewaarborgd. De rechtbank stelt ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde. De rechtbank neemt de door de reclassering opgestelde voorwaarden over. De terbeschikkinggestelde heeft zich bereid verklaard de voorwaarden na te leven.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar en beëindigt de verpleging van overheidswege voorwaardelijk onder de volgende voorwaarden:
-
Geen strafbaar feit plegen
De terbeschikkinggestelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.
-
Meewerken aan reclasseringstoezicht
De terbeschikkinggestelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
  • De terbeschikkinggestelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.
  • De terbeschikkinggestelde laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te stellen.
  • De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de terbeschikkinggestelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
  • De terbeschikkinggestelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.
  • De terbeschikkinggestelde werkt mee aan huisbezoeken.
  • De terbeschikkinggestelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.
  • De terbeschikkinggestelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.
  • De terbeschikkinggestelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht.
-
Meewerken aan time-out
Als de reclassering dat nodig vindt en de terbeschikkinggestelde daarmee instemt, kan de terbeschikkinggestelde voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de terbeschikkinggestelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
-
Niet naar het buitenland
De terbeschikkinggestelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.
-
Ambulante behandeling
De terbeschikkinggestelde laat zich behandelen door het forensisch ambulante team van GGZ-Noord-Holland-Noord of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op onder andere behandeling van de psychiatrische stoornis en het vergroten van copingvaardigheden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat betrokkene voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
-
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
De terbeschikkinggestelde verblijft bij forensisch beschermd wonen van GGZ-Noord-Holland-Noord of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
-
Verbod verdovende middelen
De terbeschikkinggestelde gebruikt geen verdovende middelen, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De terbeschikkinggestelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek, ademonderzoek en of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
-
Alcoholverbod
De terbeschikkinggestelde gebruikt geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De terbeschikkinggestelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek, ademonderzoek en of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
-
Locatieverbod (zonder elektronisch toezicht)
De terbeschikkinggestelde bevindt zich niet zonder begeleiding in Amsterdam.
-
Dagbesteding
De terbeschikkinggestelde spant zich in voor het vinden en behouden van dagbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, voorzitter,
mrs. A.S. Dogan en D.A.J. Buylinckx, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E. Willeboer, griffier
en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026.
Tegen de beslissing staat voor de terbeschikkinggestelde hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.