Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
€ 2.907,- heeft verdiend in ongeveer 12 weken tijd in het laatste kwartaal van 2022, hetgeen neerkomt op € 242,25 gemiddeld per week. In de periode direct na het incident, te weten van 3 februari 2023 tot en met 20 november 2023, heeft [eiseres] helemaal niet kunnen werken. De rechtbank begroot de door haar gemiste inkomsten voor die periode schattenderwijs dan ook op 41 weken x € 242,25 bruto, derhalve op
€ 9.932,25 bruto.
€ 726,75 bruto(4 weken x € 242,25 per week x 0.75) voor periode 2b.
€ 2.293,44 bruto.
€ 260,- per week bij [naam] verdiende (twee dagen per week, € 130,- per dag). Daarnaast volgt afdoende uit de als productie 26 overlegde verklaring van [naam] in combinatie bezien met de overgelegde producties 27 en 41 waaruit blijkt dat [eiseres] ook na het incident nog werkzaamheden voor [naam] heeft verricht, dat het daarbij niet ging om een één- of tweemalige invalbeurt. De rechtbank acht het voldoende aangetoond dat [eiseres] , het incident weggedacht, gedurende de periode 3 februari 2023 tot 29 september 2023 de werkzaamheden bij [naam] zou hebben voortgezet indien het incident niet zou hebben plaatsgevonden. Daarom begroot de rechtbank de door [eiseres] bij [naam] ten gevolge van het incident misgelopen inkomsten op € 8.840,- zwart (34 weken x € 260,-). Ook ten aanzien van deze zwarte misgelopen inkomsten dient een omslag naar (fictieve) netto gemiste inkomsten te worden gemaakt, waardoor de rechtbank uitgaat van misgelopen inkomsten ter hoogte van
€ 8.840,- brutowelk bedrag nog naar netto moet worden omgerekend.
€ 650,- bruto. Desgevraagd heeft [eiseres] in haar akte nader onderbouwd met stukken (producties 51a-51d) dat zij deze voorlichting nog altijd geeft in 2026 en dat zij deze voorlichting tijdelijk niet zal kunnen verzorgen vlak na het moeten ondergaan van de operatie ter verwijdering van het osteosynthesemateriaal. De toekomstige inkomensschade bij SAG wordt daarom begroot op
€ 1.125,- bruto
€ 37.917,60 waarvan [gedaagden] wegens het geslaagde beroep op eigen schuld uiteindelijk 60%, te weten een bedrag van € 22.750,56 aan [eiseres] moet vergoeden, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 3 februari 2023.
296,00(plus de verhoging zoals vermeld in