ECLI:NL:RBAMS:2026:7565

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789288 FA RK 26/4667
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 lid 1 WvggzArt. 7:1 lid 3 sub a WvggzArt. 7:6 lid 1 WvggzArt. 10:12 WvggzArt. 1:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen crisismaatregel en verzoek om schadevergoeding afgewezen

Betrokkene stelde beroep in tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Amsterdam op 27 mei 2026, met het verzoek om deze te vernietigen en een schadevergoeding toe te kennen. Betrokkene voerde aan dat de medische beoordeling vluchtig en onvoldoende was, dat de psychiater bevooroordeeld was en dat een zelfbindingsverklaring niet was geraadpleegd.

De burgemeester verdedigde de crisismaatregel met een medische verklaring van een onafhankelijke psychiater, waarin sprake was van een psychische stoornis en onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De rechtbank oordeelde dat de medische verklaring zorgvuldig tot stand was gekomen en dat de burgemeester terecht op deze verklaring had vertrouwd. De vermeende bevooroordeling en het ontbreken van een artsenrapportage waren onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank stelde vast dat de zelfbindingsverklaring niet aan het opleggen van de crisismaatregel in de weg stond, mede omdat de crisissituatie dringend was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De beschikking werd op 23 juli 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter L. van der Heijden.

Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/789288 – FA RK 26/4667
Beschikking van 23 juli 2026naar aanleiding van het beroep ex artikel 7:6 van Pro de Wet
verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel van de burgemeester van de gemeente Amsterdam en het verzoek om schadevergoeding ex artikel 10:12 Wvggz Pro van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] -,
verblijvende te [adres 2] , GGZ inGeest, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.K. Gaasbeek te Haarlem.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de burgemeester van de gemeente Amsterdam,
hierna te noemen: de burgemeester,
vertegenwoordigd door mr. P.H.A. Bonenkamp.

1.Procesverloop

Bij beroepschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 11 juni 2026, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de door de burgemeester van de gemeente Amsterdam op 27 mei 2026 jegens hem opgelegde crisismaatregel.
Tevens heeft de rechtbank ontvangen:
- het verweerschrift van de burgemeester d.d. 26 juni 2026;
- een reactie van GGZ inGeest d.d. 30 juni 2026.
Bij beslissing van 1 juni 2026 is de voortzetting van de crisismaatregel uitgsproken.
De mondelinge behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026 in de accommodatie van GGZ inGeest, locatie [locatie] . De rechtbank heeft hier de volgende personen gehoord:
- betrokkene
- mr. J.K. Gaasbeek
- mr. P.H.A. Bonenkamp
- dhr. [naam 1] , psychiater.

2.Beroep

2.1.
Betrokkene stelt beroep in tegen de op 27 mei 2026, namens de burgemeester van Amsterdam, door de (gemandateerde) wethouder mw. [naam 2] opgelegde crisismaatregel. Betrokkene verzoekt het beroep gegrond te verklaren en bij gehele dan wel gedeeltelijke gegrondverklaring een schadevergoeding toe te kennen.
2.2.
Betrokkene stelt ter onderbouwing van het beroep dat er is uitgegaan van een zeer korte medische beoordeling die door een luikje van de cel op het politiebureau heeft plaatsgevonden. Volgens betrokkene is dit geen voldoende onderzoek zoals door de wetgever is vereist. Daarnaast was de onafhankelijke psychiater in gezelschap van een arts. Diens oordeel en observatie ontbreken echter in de stukken en bij de argumentatie voor het afgeven van de crisismaatregel. Volgens betrokkene was de psychiater bevooroordeeld. Bij deze zeer vluchtige beoordeling is niet aan de orde kunnen komen dat betrokkene op dat moment al ruim een dag ten onrechte in een politiecel opgesloten was.
Zijn stress daarover, mede vanwege het feit dat hij vals beschuldigd werd van een strafbaar feit, heeft de rechter (bij de verlenging van de crisismaatregel) gezien als een manische ontregeling, terwijl het alleen agitatie was.
2.3.
Betrokkene heeft de gronden van het beroep uitgebreid. Tijdens de mondelinge behandeling heeft betrokkene aangevoerd dat ten tijde van het opleggen van de crisismaatregel een zelfbindingsverklaring van kracht was. Er is aan deze zelfbindingsverklaring ten onrechte geen uitvoering gegeven. Indien overeenkomstig de zelfbindingsverklaring zou zijn gehandeld, had een opname op grond van een crisismaatregel volgens betrokkene kunnen worden voorkomen.
2.4.
Tot slot heeft betrokkene verzocht om, bij gegrondverklaring van het beroep tegen de crisismaatregel, de burgemeester te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding.

3.Verweer

3.1.
Namens de burgemeester is aangevoerd dat het bestreden besluit op juiste wijze tot stand is gekomen en op goede gronden is genomen. De burgemeester verzoekt de rechtbank dan ook om het beroep van betrokkene ongegrond te verklaren.
3.2.
Volgens de burgemeester brengt haar toetsingskader met zich dat zij zich ervan moet
vergewissen dat uit de medische verklaring de gronden van de crisismaatregel volgen (art. 7: 1 lid 3
sub a Wvggz jo. art. 7:1 lid 1 Wvggz Pro). De vraag of sprake is van een ernstig nadeel, veroorzaakt door
een psychische stoornis, behoort tot het vakgebied van een psychiater, en niet tot de competentie van
een burgemeester. De burgemeester heeft vastgesteld dat een medische verklaring afgegeven was door een psychiater en dat die medische verklaring de gronden voor een crisismaatregel bevatte. Uit de opgestelde medische verklaring volgt dat sprake was van een psychische stoornis dan wel een vermoeden van een psychische stoornis. Ook volgt uit de medische verklaring dat sprake was van een dreigend ernstig nadeel voor betrokkene en derden. Daarnaast heeft betrokkene zich verzet.
3.3.
Voorts heeft de burgemeester gereageerd op het standpunt van betrokkene dat geen zorgvuldig medisch onderzoek heeft plaatsgevonden en dat de onafhankelijke psychiater bevooroordeeld was.
Volgens de burgemeester volgt uit de medische verklaring dat er zorgvuldig onderzoek heeft plaatsgevonden. Hieruit blijkt onder meer dat er is geprobeerd om door middel van intensieve, ambulante behandeling betrokkene te behandelen, hetgeen niet heeft geleid tot voldoende stabilisatie of voorkomen van ernstig nadeel. In de medische verklaring is onderbouwd waarom sprake was van dreigend ernstig nadeel. Ook volgt daaruit dat betrokkene om 11:00 uur is onderzocht. Uit het episodejournaal volgt dat de procedure tot het opleggen van een crisismaatregel om 12:52 uur is gestart en dat de verklaring om 15:38 uur is ondertekend. Van een zeer korte beoordeling was dus geen sprake.
Betrokkene stelt verder dat observaties van de bij het onderzoek aanwezige arts ontbreken bij de stukken en bij de argumentatie voor het afgeven van een crisismaatregel. De psychiater die de medische verklaring heeft ondertekend voldoet aan de vereisten. Het ontbreken van een rapportage of verslag van de arts die ook aanwezig was bij de beoordeling is dan ook geen beletsel voor het nemen van een crisismaatregel.
Betrokkene stelt tot slot dat er niet is gekeken naar zijn zelfbindingsverklaring. De burgemeester krijgt een melding van de op handen zijnde crisismaatregel, hierin wordt niet meegenomen of er een zelfbindingsverklaring is. De burgemeester is niet op de hoogte van het bestaan van een zelfbindingsverklaring, als dit niet in de medische verklaring wordt benoemd.
De behandelend psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat degene die de beoordeling in het kader van de crisismaatregel heeft verricht, toegang had tot het dossier van betrokkene. Daarbij bestond de mogelijkheid tot een beoordeling of de zelfbindingsverklaring van toepassing was op de ontstane crisissituatie. De behandelend psychiater kan niet aangeven of dit is gedaan.
3.4.
Voor het geval de rechtbank tot (gedeeltelijke) gegrondverklaring mocht komen, heeft de burgemeester zich nog uitgelaten over de schadevergoeding. De burgemeester verzoekt daarbij aan te sluiten bij de oriëntatiepunten voor schadevergoeding in zaken betreffende verplichte zorg. In dat kader zou de schade hooguit €100,- per dag zijn voor opname op een gesloten afdeling.

4.Beoordeling

Ten aanzien van de ontvankelijkheid
4.1.
Op grond van artikel 7:6 lid 1 Wvggz Pro kan betrokkene door middel van een schriftelijk en
gemotiveerd verzoek binnen drie weken na de dag waarop de burgemeester de crisismaatregel heeft
genomen, bij de rechter beroep instellen tegen de crisismaatregel.
4.2.
Op 27 mei 2026 is door de burgemeester een crisismaatregel genomen ten aanzien van betrokkene. Betrokkene heeft op 11 juni 2026 beroep ingesteld tegen deze crisismaatregel. Het beroep is derhalve tijdig ingesteld.
Ten aanzien van de inhoud
4.3.
De burgemeester of gemandateerde wethouder kan op grond van artikel 7: 1 lid l Wvggz ten
aanzien van een persoon die zich in zijn gemeente bevindt een crisismaatregel nemen indien:
a. er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is;
b. er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van een persoon als gevolg van een
psychische stoornis dit dreigend ernstig nadeel veroorzaakt;
c. met de crisismaatregel het ernstig nadeel kan worden weggenomen:
d. de crisissituatie dermate ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden
afgewacht; en
e. er verzet is als bedoeld in artikel 1:4 tegen Pro zorg.
4.4.
De burgemeester neemt niet eerder een crisismaatregel dan nadat hij op grond van artikel 7:1 lid 3 Wvvgz Pro:
a. ervoor zorg heeft gedragen dat een psychiater, indien van toepassing volgens het vastgestelde
model, in een medische verklaring zijn bevindingen vermeldt inzake de actuele
gezondheidstoestand van betrokkene, de noodzakelijk geachte vormen van verplichte zorg, en
of de situatie, bedoeld in het eerste lid, zich voordoet, en
b. betrokkene zo mogelijk, in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord.
4.5.
De rechtbank moet beoordelen of de burgemeester zich heeft gehouden aan de hierboven genoemd wettelijke verplichtingen en gelet op de aangevoerde gronden met name aan de verplichtingen genoemd onder 7:1 lid 3 onder a, omdat er geen grond is aangevoerd die ziet op het schenden van de hoorplicht.
De rechtbank heeft, anders dan betrokkene, geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldige totstandkoming van de medische verklaring en de inhoud daarvan. In de medische verklaring stelt de onafhankelijke psychiater dat sprake is van een psychische stoornis, waaruit onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voortvloeit, zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Bovendien stelt de onafhankelijk psychiater vast dat betrokkene zich verzet tegen het verlenen van zorg die noodzakelijk is om onmiddellijk dreigend ernstig nadeel af te wenden. Het betreft hier een medisch oordeel dat is voorbehouden aan de onafhankelijke psychiater. Op basis van deze medische verklaring kon de burgemeester oordelen dat voldaan werd aan bovengenoemde voorwaarden voor het verlenen van een crisismaatregel. De omstandigheid dat betrokkene het door de psychiater verrichte onderzoek als vluchtig heeft ervaren maakt het oordeel niet anders. Het standpunt van betrokkene dat de onafhankelijk psychiater was bevooroordeeld is verder niet onderbouwd, zodat de rechtbank hieraan voorbij gaat.
4.6.
Voorts is de rechtbank van oordeel dat de zelfbindingsverklaring, waarvan het bestaan voor het eerst op de mondelinge behandeling door betrokkene werd aangevoerd, niet aan het opleggen van de crisismaatregel in de weg stond. Hoewel niet vast te stellen is of de dienstdoende onafhankelijke psychiater het bestaan van een zelfbindingsverklaring heeft meegewogen, blijkt uit de medische verklaring dat sprake was van een onmiddellijk dreigende situatie, waarin het treffen van een crisismaatregel noodzakelijk was. Voorzover betrokkene meent dat de onafhankelijke psychiater in deze een verwijt moet worden gemaakt, valt dit buiten de reikwijdte van deze procedure, die immers ziet op de beslissing van de burgemeester.
4.7.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande het beroep van betrokkene tegen de crisismaatregel ongegrond verklaren. Er is dan ook geen aanleiding voor het toekennen van een schadevergoeding.

5.Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep tegen de crisismaatregel ongegrond;
- wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Deze beschikking is op 23 juli 2026 gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. L. van der Heijden, rechter, bijgestaan door mr. L.F. Datema als griffier en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.