ECLI:NL:RBAMS:2026:7573

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
11911346
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 lid 1 BWArt. 7:17 lid 1 en 2 BWArt. 7:18a lid 2 BWArt. 7:21 lid 3 BWArt. 7:22 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst en terugbetaling koopsom wegens non-conforme auto

Partijen sloten op 8 juni 2025 een koopovereenkomst voor een tweedehands Volkswagen Polo. Kort na aflevering bleek de auto diverse gebreken te vertonen, waaronder defecte schokdempers, een lekke airco condensor en het ontbreken van een reservesleutel. Een technisch rapport bevestigde deze gebreken.

De koper stelde de verkoper in gebreke en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk wegens non-conformiteit. De verkoper weigerde terugbetaling en stelde dat de gebreken normale slijtage betroffen. De rechtbank oordeelde dat de auto niet aan de overeenkomst voldeed, met name vanwege de gebreken die niet binnen een maand na koop verwacht mochten worden.

De rechtbank veroordeelde de verkoper tot terugbetaling van de koopsom van €6.350,- en de inspectiekosten van €75,-. De vordering tot betaling van incassokosten werd afgewezen wegens onjuiste aanmaning. De vordering van de verkoper tot betaling voor de Apple Carplay-kit werd afgewezen vanwege ontbinding van de koopovereenkomst.

De verkoper werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 28 mei 2026 uitgesproken door de kantonrechter.

Uitkomst: De koopovereenkomst is ontbonden en de verkoper is veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom en inspectiekosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11911346 \ CV EXPL 25-13649
Vonnis van 28 mei 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S.J.A. van der Velden,
tegen
[gedaagde] (handelend onder de naam [handelsnaam] ),
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 september 2025, met producties,
- het schriftelijk antwoord,
- het tussenvonnis van 28 november 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 23 maart 2026 plaatsgevonden. [eiser] is verschenen met de gemachtigde en mr. R. Bosch. [gedaagde] is eveneens verschenen. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Van de mondelinge behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt die in het dossier zijn gevoegd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 8 juni 2025 hebben partijen een koopovereenkomst gesloten waarbij [eiser] van [gedaagde] een Volkswagen Polo (hierna: de auto) heeft gekocht voor een bedrag van € 6.350,-. Dit bedrag heeft [eiser] aan [gedaagde] overgemaakt.
2.2.
Verder hebben partijen afgesproken dat [gedaagde] een Apple Carplay-kit in de auto zou monteren. [eiser] zou hiervoor een aanvullend bedrag betalen. Dit bedrag heeft [eiser] niet betaald.
2.3.
[eiser] heeft op 17 juni 2025 de auto bij [gedaagde] opgehaald.
2.4.
Op 3 juli 2025 heeft [eiser] een technische controle van de auto laten uitvoeren door een externe garage. Deze garage heeft hierover het volgende opgeschreven:
“(…)
- Knipperlicht in dashboard werkt niet aan een kant (links). Ook niet als je vervolgens alarmlichtschakelaar aanzet. Verdere diagnose vereist door een electricien.
- Te weinig olie in de auto. Klant geeft aan dat er eerder bijgevuld is. Mogelijk motorverbruik. Daarnaast is het olielampje aan.
- Advies accu vervangen (…)
- Schokdemper voor zweten door
- Advies banden vervangen 4x ouderdom
- Uitlijnen ivm scheve slijtage
- Airco condensor beschadigd + lek
- Derde remlicht werkt niet verdere diagnose vereist
- Geen reservesleutel volgens klant
(…)”
2.5.
De kosten voor deze technische controle bedragen € 75,-
2.6.
Bij brief van 11 juli 2024 heeft [eiser] [gedaagde] in gebreke gesteld en gesommeerd de gebreken binnen veertien dagen te herstellen.
2.7.
Bij brief van 31 juli 2025 heeft [eiser] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en [gedaagde] gesommeerd de koopsom en de inspectiekosten te restitueren. [gedaagde] heeft hier geen gehoor aan gegeven.

3.Het geschil

In conventie
3.1.
[eiser] vordert in conventie – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden en [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 6.350,-, te vermeerderen met de wettelijke rente,
II. voor recht verklaart dat [gedaagde] de door [eiser] geleden schade dient te vergoeden en [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 75,-, te vermeerderen met de wettelijke rente,
III. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 692,50 aan buitengerechtelijke incassokosten,
IV. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
[eiser] stelt, zakelijk weergegeven, dat de auto niet de eigenschappen bezit die hij op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Volgens [eiser] heeft de auto meerdere gebreken. Deze gebreken zijn binnen twaalf maanden ontstaan. Dit betekent dat de bewijslast dat de auto wel aan de overeenkomst beantwoordt, bij [gedaagde] ligt. [gedaagde] schiet tekort in de nakoming van de koopovereenkomst. [eiser] heeft vervolgens [gedaagde] verzocht de gebreken te herstellen, maar [gedaagde] heeft hierop niet gereageerd. Op grond van de artikel 7:22 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft [eiser] vervolgens de bevoegdheid de koopovereenkomst te ontbinden. Dit heeft hij ook gedaan. Als gevolg dient [gedaagde] uit hoofde van de ongedaanmakingsverplichtingen het aankoopbedrag terug te betalen. Ook heeft [eiser] recht op schadevergoeding die bestaat uit de kosten voor inspectie, aldus steeds [eiser] .
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Hij stelt zich, kort weergegeven, op het standpunt dat de door [eiser] gestelde gebreken typische gebruiksslijtage is bij een auto uit het bouwjaar 2010. Verder heeft [gedaagde] erop gewezen dat de auto vlak voor de koop een APK-keuring heeft gehad en dat [eiser] in korte tijd veel kilometers met de auto heeft gereden.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
In reconventie
3.5.
[gedaagde] vordert in reconventie, samengevat, dat de kantonrechter [eiser] veroordeelt tot betaling van € 338,-.
3.6.
[gedaagde] stelt dat hij op verzoek van [eiser] in de auto een Apple Carplay-kit heeft geïnstalleerd en dat [eiser] gehouden is de kosten hiervoor aan [gedaagde] te betalen.
3.7.
[eiser] stelt zich op het standpunt dat de koopovereenkomst is ontbonden, waardoor hij eveneens wordt bevrijd van deze betalingsverplichting. Subsidiair beroept [eiser] zich op zijn opschortingsrecht en verrekening.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

In conventie en in reconventie
4.1.
De vorderingen in conventie en in reconventie houden zodanig nauw met elkaar samen dat deze gezamenlijk worden behandeld.
Auto is non-conform
4.2.
De koop van de auto kwalificeert als een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 lid 1 BW Pro. Tussen partijen is in geschil of de auto bij aflevering aan de overeenkomst beantwoordde. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende.
4.3.
Artikel 7:17 lid 1 BW Pro bepaalt dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. In lid 2 van dit artikel staat vermeld dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Verder staat in lid 2 van dit artikel dat een koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.
4.4.
Vooropgesteld wordt dat de auto een tweedehands auto uit 2010 is. Bij een tweedehandsauto, waarvan de verkoper weet dat deze wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, wordt in de regel aangenomen dat die auto niet aan de overeenkomst beantwoordt indien als gevolg van een daaraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren (HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR1994:ZC1338, r.o. 3.3.2.). Verder wordt bij een consumentenkoop op grond van artikel 7:18a lid 2 BW vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien de afwijking ten opzichte van de overeenkomst zich binnen één jaar na aflevering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.
4.5.
[eiser] heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, een technisch rapport van een garage overgelegd (zie hiervoor onder 2.4.). [gedaagde] heeft geen verweer tegen de inhoud van dit rapport gevoerd, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid hiervan.
4.6.
Ten aanzien van de verschillende punten uit de lijst van dit rapport is de kantonrechter van oordeel dat de auto met betrekking tot de schokdempers en de airco condensor niet beantwoordt aan wat [eiser] van de overeenkomst mocht verwachten. Hoewel deze gebreken in beginsel geen gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren en bij een dergelijke oude auto slijtage kan optreden, had [eiser] niet hoeven te verwachten dat deze gebreken binnen een maand na de koop zouden optreden. Aan [eiser] is immers een auto verkocht met functionerende schokdempers en een functionerende airco. De omstandigheid dat [eiser] in deze maand veel kilometers (ongeveer 2.500) heeft gereden, maakt dit oordeel niet anders. Ook met deze gereden kilometers had [eiser] niet hoeven te verwachten dat deze gebreken al zouden optreden.
4.7.
Verder heeft [eiser] onbetwist gesteld dat hij een reservesleutel van de auto zou krijgen en dat die niet is geleverd. Ook op dit punt beantwoordt de auto niet aan de overeenkomst.
4.8.
Het grootste gebrek van de auto is volgens [eiser] erin gelegen dat die te veel olie zou verbruiken. Dat hiervan sprake zou zijn, volgt echter niet uit het onderzoeksrapport. In dit rapport staat immers enkel vermeld dat de auto weinig olie heeft en dat het
mogelijkdoor het motorverbruik komt. Dat dit ook daadwerkelijk het geval is en dat de auto te veel olie zou verbruiken, is echter niet nader onderzocht. Gelet hierop kan in het licht van de betwisting door [gedaagde] niet worden geconcludeerd dat de auto op het punt van het olieverbruik niet aan de overeenkomst zou beantwoorden.
4.9.
Ook wat de overige punten uit het rapport betreft kan niet worden geconcludeerd dat de auto non-conform is. Vaststaat immers dat vlak voor de overeenkomst de auto een Apk-keuring heeft gehad en is goedgekeurd. Tijdens een dergelijke keuring worden banden en remlichten gecontroleerd, waardoor kan worden vastgesteld dat de banden op het moment van het aangaan van de overeenkomst de banden veilig genoeg waren om aan het verkeer deel te nemen en dat op dat moment eveneens de remlichten werkten. De omstandigheid dat vervolgens na een maand wordt geconcludeerd dat de banden verouderd zijn, brengt bij een tweedehands auto niet met zich dat moet worden geconcludeerd dat de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren en dus non-conform is. Verder acht de kantonrechter het niet bijzonder dat bij een tweedehands auto binnen een maand een remlicht stuk gaat. Evenmin is bijzonder dat een tweedehands auto van deze leeftijd moet worden uitgelijnd vanwege slijtage.
4.10.
Ten aanzien van de accu overweegt de kantonrechter dat het vaststaat dat [eiser] in een maand veel kilometers met de auto heeft gereden. In het licht van deze omstandigheid acht de kantonrechter het evenmin bijzonder dat bij een tweedehands auto de accu moet worden vervangen. Bovendien staat in het rapport dat wordt geadviseerd tot vervanging van de accu, maar dit betekent niet dat de auto niet meer veilig zou zijn om aan het verkeer deel te nemen.
4.11.
[eiser] heeft niet betwist dat er korting op de koopprijs van de auto is gegeven doordat het knipperlicht op het dashboard het niet meer deed. Nu partijen wat dit knipperlicht betreft nadere afspraken hebben gemaakt, kan met betrekking tot dit punt niet worden geconcludeerd dat de auto non-conform is.
Ongedaanmakingsverbintenis
4.12.
Het voorgaande leidt ertoe dat de auto met betrekking tot drie punten niet aan de overeenkomst beantwoordt, waarbij de kantonrechter het ontbreken van de reservesleutel van ondergeschikt belang acht. Dit is een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. Op grond van artikel 7:21 lid 3 BW Pro is [gedaagde] vervolgens verplicht om binnen een redelijke termijn alsnog na te komen en de gebreken aan de auto te herstellen. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan. Hoewel hij stelt te hebben gereageerd op de ingebrekestelling die [eiser] heeft gestuurd en te kennen heeft gegeven het gebrek te willen herstellen, heeft hij daaraan wel de voorwaarde verbonden dat [eiser] eerst het restant van het bedrag zou betalen. Die voorwaarde kan [gedaagde] echter aan zijn verplichting tot herstel niet verbinden, waardoor hij tekort is geschoten in deze verplichting als bedoeld in artikel 7:21 lid 3 BW Pro.
4.13.
Dit betekent dat [eiser] vervolgens op grond van artikel 7:22 BW Pro het recht heeft de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Dit heeft hij ook op 31 juli 2025 gedaan. Gelet hierop rust op beide partijen per die datum een ongedaanmakingsverbintenis als bedoeld in artikel 6:271 BW Pro. Dit houdt in dat [eiser] de auto moet teruggeven en dat [gedaagde] de koopsom van € 6.350,- moet terugbetalen. De vordering in conventie onder I wordt dan ook toegewezen.
Schadevergoeding
4.14.
[eiser] heeft als gevolg van de tekortkoming kosten moeten maken. Dit betreffen de inspectiekosten van € 75,-. Dit is schade die op grond van artikel 6:277 BW Pro voor vergoeding in aanmerking komt. [gedaagde] heeft deze schade verder niet betwist. Dit betekent dat de vordering in conventie onder II eveneens zal worden toegewezen.
Apple CarPlay
4.15.
In reconventie vordert [gedaagde] betaling van het Apple CarPlay-systeem dat hij in de auto heeft ingebouwd. Nu echter de overeenkomst tussen partijen buitengerechtelijk is ontbonden, bestaat er – zoals [eiser] terecht heeft gesteld – geen rechtsgrond voor [gedaagde] voor betaling hiervan. Dit betekent dat de vorderingen in reconventie zullen worden afgewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.16.
[eiser] vordert verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft aan [gedaagde] echter een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro, omdat het toepasselijke wettelijke tarief niet is vermeld. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.17.
[gedaagde] is zowel in conventie als in reconventie (grotendeels) in het ongelijk gesteld. Hij wordt daarom in de proceskosten (inclusief de nakosten) veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden in conventie begroot op:
- kosten dagvaarding: € 149,02
- griffierecht € 257,00
- salaris advocaat: € 720,00 (2 punten x € 360,-)
- nakosten: € 72,00 (plus de kosten van betekening
zoals vermeld in de beslissing) +
totaal € 1.198,02
4.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.19.
De kosten van [eiser] in reconventie worden begroot op € 87,- (2 punten x tarief € 87,- x 0,5).

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
verklaart voor recht dat de tussen [eiser] en [gedaagde] tot stand gekomen overeenkomt op 31 juli 2025 buitengerechtelijk is ontbonden en veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.350,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 29 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.198,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
5.4.
wijst de vorderingen van [gedaagde] af,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 87,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in conventie en in reconventie
5.6.
verklaart dit vonnis voor wat de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Coumou en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.
598